WANDELEN IS GEEN LOLLETJE

Handboek kaart & kompas door Wolfgang Linke 262 blz., Kosmos 1991, vertaling Arnold J. J. Hoven (Orientierung mit Karte und Kompass, 1991), f 37,90 ISBN 90 215 1685 3

Een behoorlijk kompas wijst ruwweg in de richting van het magnetische noorden. Dat is een stille, koude plaats in Canada waar destijds de Franklin-expeditie verging. Het magnetische noorden is niet hetzelfde als het geografische noorden: dat is de plaats waar de aardas uit de IJszee steekt. De twee noordpolen liggen tegenwoordig 1400 kilometer uit elkaar en worden dus vanaf veel plaatsen in een verschillende richting gezien. Dat verschil heet de miswijzing, de variatie of declinatie van een kompas en de miswijzing kan wel tot 20 graden oplopen. In Europa is hij nu overigens bijna nul.

Kaartenmakers hebben er een handje van noch het geografische noorden, noch het magnetische noorden precies boven aan hun kaart te zetten. Alleen bij Mercator-projectie (veel zeekaarten hebben Mercator-projectie) is dat namelijk consequent vol te houden, maar die projectie heeft een aantal hinderlijke bezwaren. (Zo is hij niet "oppervlaktegetrouw'.) Er is dus ook nog zoiets als een kaartnoorden.

Er zijn met andere woorden drie soorten "noord', (en als het kompas niet goed is ook nog een vierde: het kompasnoorden) en ze zijn op goede topografische kaarten in de marge met drie verschillende pijltjes aangegeven. Met daarbij nog wat kleine technische details over de snelheid waarmee het verschil in richting tussen het magnetische noorden (dat tamelijk snel van plaats verandert) en de rest groter of kleiner wordt. Soms zijn op kaarten geheimzinnige plekken aangegeven waar het kompas zomaar elke kant kan opwijzen. Daar deugt de aardkorst niet.

Veel meer valt er over kompassen eigenlijk niet te zeggen. Ja, dat je met het ene kompas het noorden (of een andere windrichting) tot op 0,5 graad nauwkeurig kunt vinden (wat maar zelden echt nodig is) en dat de andere maar tot een graad of 3 of 4 nauwkeurig zijn. Dat sommige kompassen, als je dat handig vindt, zijn aan te passen aan de lokale miswijzing. En dat veel kompassen al door fabrikanten zijn voorzien van de hulpmiddelen waarmee je de verrichte peiling naar de kaart kunt overbrengen. Voor andere heb je een lossegradenboog of koersdriehoek nodig. Het is allemaal op één A4-tje samen te vatten.

WOESTIJNEN EN BERGEN

Toch weet Wolfgang Linke in zijn Handboek kaart & kompas ruim 260 pagina's vol te schrijven over kompassen en kaarten. Het is het dikste boek dat in tijden over kompassen en kaarten is uitgebracht. Een neerslag van jarenlange ervaring in oerwouden, woestijnen, en bergen, weet de uitgever. Duitse Gründlichkeit, denkt de lezer. Maar zo zit het niet. Daarvoor is het boek veel te babbelig en blijven juist weer teveel interessante details onbesproken. (Een waarschuwing tegen kaartenmakers die de tekst in hun kaarten niet precies west-oost plaatsen zou bijvoorbeeld wel op zijn plaats geweest zijn.)

We staan hier voor een uitwas van een op zichzelf al weerzinwekkende trend: de professionalisering van de vrijetijdsbesteding en het doorvoeren van het machismo daarin. De moderne recreatie is niet langer de ontspanning na het zware werk, maar de inspanning ter compensatie van de baan die lichaam en geest te weinig biedt. Dit fin-de-siècle heeft niet alleen een teveel aan vrije tijd maar ook een tekort aan zwaar en gevaarlijk werk: smeden, stokers, en houthakkers bestaan niet meer en wat er nog aan klassieke zware arbeid overbleef is gemechaniseerd en geautomatiseerd. Maar achter monitor en beeldscherm komt de zo fel nagestreefde mannelijkheid en gezondheid niet erg tot uiting.

Zo moest recreatie binnen een decennium wel bittere ernst worden, een uitputtende tijdsbesteding waarbij men zich aan vreselijke gevaren blootstelt of meent bloot te stellen. Een guerrilla waarop de guerrillero in spe zich voorbereidt met training en cursussen en het bestuderen van lijvige handboeken die bol staan van noodprocedures en overlevingstips. Kopieën van het Handboek soldaat.

Wat hier nog bijkomt is de accessoire-ziekte, het alom aanwezige gevoel dat het welslagen van een onderneming volledig bepaald wordt door de beschikbare materiële hulpmiddelen, een aandoening die door de middenstand (en in het bijzonder de survival-winkeliers) en al die gelegenheidsauteurs van handboeken en cursusmateriaal krachtig wordt versterkt. Wie durft er nog naar Drenthe zonder snake kit? Alleen al met een opsomming van alle beschikbare hulpmiddelen is een heel boek te vullen.

De desperado die besluit in de Ardennen te gaan wandelen wordt door Wolfgang Linke in overweging gegeven naast kaart en kompas ook een hoogtemeter, een hellingmeter, een stappenteller, een meetlint, een zakrekenmachine, een plaatsbepaler, een goed werkend horloge, een radio (voor het tijdsein), een thermometer (om de hoogtemeter te ijken), een potlood, een mes (om het potlood te slijpen), een gummetje (om potloodstrepen uit te gummen), ja zelfs een tochtgenoot mee te nemen. Echt zeker van zijn zaak is de wandelaar pas als hij ook een ontvanger voor het Global Positioning System bij zich steekt.

Falen al deze hulpmiddelen dan bewaart hij (1) zijn kalmte, drukt (2) op de knop van het satelliet alarmbaken en legt (3) een rokend vuur aan voor de reddingshelikopter. Komt die niet dan vraagt hij een passerende boer naar de weg.