Vredesmarathon wordt echt een zenuwenslag

Hoewel de uitnodigingen aan de deelnemers nog niet zijn verzonden, is de Vredesconferentie over het Midden-Oosten eigenlijk al kort na de Golfoorlog begonnen. Nadien heeft het nog ruim een half jaar geduurd voordat de Amerikaanse diplomatieke inspanningen erin slaagden de partijen "rijp' te maken voor het punt waarna geen terugkeer mogelijk meer is. In het licht van de in vijf oorlogen opgebouwde emotionele vijandschap tussen Israeliërs en Arabieren was dat echter geen bijzonder lange tijd.

De Israelische-Egyptische vrede gaf de richting aan waarin het Israelisch-Arabische (Palestijnse) conflict zich zou ontwikkelen. Ook toen gaf de Amerikaanse diplomatie na het verrassende bezoek van de Egyptische president Anwar Sadat aan Jeruzalem in november 1977, de beslissende stoot tot de eerste Israelisch-Arabische vrede. Dat kon toen gebeuren omdat Egypte zich - in tegenstelling tot Syrië - aan de Russische invloed had ontworsteld en het eerste belangrijke "derde wereld land' werd dat zijn heil zocht bij het Amerikaans kapitalisme.

Het ineen storten van de communistische pijlers onder het uiteenvallende Sovjet-rijk deed na het einde van de "koude oorlog' de rest. De Sovjet-invloed in het Midden-Oosten smolt als sneeuw voor de zon. De door president George Bush gedirigeerde Golfoorlog tegen Irak, had reeds eerder de Amerikaanse hegemonie bevestigd in dit wegens zijn olierijkdom zo strategisch belangrijke deel van de wereld.

De dagelijks zwaarder wordende militaire druk van president George Bush op Bagdad om voor de naar de Iraakse atoomgeheimen vorsende VN-inspecteurs het hoofd te buigen levert opnieuw het bewijs van de Amerikaanse wil om het Midden-Oosten aan een Pax Americana te onderwerpen. Ook Israels eerste minister Jitschak Shamir ondervindt dat aan den lijve. Voorlopig heeft hij de strijd tegen de Amerikaanse president over de koppeling tussen een bankgarantie van twintig miljard gulden en de nederzettingenpolitiek verloren.

Vooral op de Palestijnen heeft de manier waarop president George Bush deze "geloofwaardigheidstest' tegen de sterke pro-Israelische lobby in het Congres heeft overleefd, flinke indruk gemaakt. Onder deze omstandigheden is de belangrijke bijeenkomst van de Palestijnse Nationale Raad, de afgelopen dagen in Algiers de laatste verbindende schakel naar de conferentietafel. Alle Palestijnse rethoriek en bezwaren ten spijt zijn Israelische commentatoren er zeker van dat PLO-leider Jasser Arafat er in zal slagen de Palestijnen naar de conferentietafel te leiden.

In ieder geval is dat de wens van veel Palestijnen in de door Israel bezette gebieden. Na bijna vier jaar intifadah en het incasseren van grote economische en politieke tegenslagen, aanvaardt een meerderheid van de Palestijnse elite de in 1978 zo fel verworpen stapsgewijze benadering van de Palestijnse problematiek in de akkoorden van Camp David. De waarschuwing in Amman van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker waar hij naast koning Hussein stond, dat de "vredesbus (voor de Palestijnen) lange tijd niet meer voorbij zal komen' sloeg bij de Jeruzalemse Palestijnen in als een bom. Vooral uit die kringen waarin Feisal Husseini en dr Hanna Ashrawi door hun langdurige gesprekken met James Baker de bekendste zijn, wordt al lange tijd druk op de PLO in Tunis uitgeoefend om met Syrië en Jordanië Israel niet op het slagveld maar aan de vredestafel in Den Haag of Praag te confronteren.

Het positie kiezen van de partijen is echter nog niet afgerond. Hoogstwaarschijnlijk zal James Baker nog een achtste ronde langs de hoofdsteden in het Midden-Oosten maken om de parameters waarbinnen het vredesoverleg zich zal voltrekken, zwart op wit achter te laten. Israel krijgt onder meer een Amerikaanse garantie dat de PLO buiten het vredesoverleg blijft en dat er geen onafhankelijke Palestijnse staat komt. Bovendien krijgen de Arabieren, inclusief de Palestijnen, een Amerikaanse verzekering tegen substantiële Israelische gebiedsuitbreiding. Dat wil zeggen een belofte dat de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad voor "alle fronten' gelden.

Het Israelisch-Arabisch (Palestijns) vredesdebat zal daarom - ondanks een andere Israelische uitleg van resolutie 242 - "land tegen vrede' als uitgangspunt hebben. De enige troost die eerste minister Jitschak Shamir heeft, is dat voor afzienbare tijd de weg naar een onafhankelijke Palestijnse staat is afgesloten. Toch zal hij aan de conferentietafel over de toekomst van de Golan-hoogvlakte en de vorming van een Jordaans-Palestijnse confederatie moeten onderhandelen. Daar is - tenzij er in het onvoorspelbare Midden-Oosten nog "iets gebeurt' dat de vredesconferentie de das om doet - geen ontkomen aan.

Een Israelische regeringscrisis en de erop volgende verkiezingen kan wel tot uitstel maar niet tot afstel van het vredesoverleg leiden. Zelfs de in Washington als "provocerend' beschouwde nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden, is ondanks de daardoor opgewekte emoties in de Arabische wereld niet bij machte het vredesproces tot stilstand te brengen. Met Amerikaanse diplomatieke steun -in Jeruzalemse regeringskringen wordt president George Bush van partijdigheid beschuldigd- stellen de Arabieren en ook Jasser Arafat Israel voor de grootste vredestest uit zijn geschiedenis.

Israel kan zich daaraan onttrekken als het om een mengeling van ideologische en defensieredenen de vredesprijs niet wil betalen of de tegenpartij echte vrede met de joodse staat uit de weg gaat. In het eerste geval komt Israel in een splendid isolement terecht met vergaande gevolgen voor zijn strategische positie en broodnodige economische ontplooiing voor de absorptie van misschien een miljoen Russische joden. Als de Arabieren echter de verantwoordelijkheid voor het missen van de vredeskans op zich nemen verandert er weinig in het Midden-Oosten.

President George Bush en James Baker zijn niet in de stemming om zich bij het eventueel falen van de vredesconferentie neer te leggen. Zij definiëren vrede in dit deel van de wereld als een Amerikaans belang en als een belangrijke voorwaarde voor stabiliteit in de op de VS georiënteerde Arabische landen ... Daarom komen Israel, de Arabieren en de Palestijnen voor onvermijdelijke historische beslissingen te staan. De aanloop is al genomen voor een lange vredesmarathon die van alle partijen het uiterste van de zenuwen zal vergen.

Foto: De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker is de voorman van de aanstaande Vredesconferentie over het Midden-Oosten (foto Richard Maw)