Volksverzekering

A. Rinnooy Kan en M. Chavannes hebben beiden bedenkingen tegen de plannen van staatssecretaris Simons over het stelsel van een nieuwe volksverzekering.

De eerste uit de optiek van de vrije ondernemer, die huivert bij de gedachte aan een nationale volksverzekering, de tweede mogelijk door ervaringen met het National Health System in zijn Engelse jaren. (Overigens werd NHS geïntroduceerd uit dezelfde historische noodzaak als de ziekenfondsen hier, namelijk als verzekeringsstelsel voor de zogenoemde lagere klassen).

Het zal géén toeval zijn dat voorafgaande aan de discussie in de Kamer over de stelselwijziging reacties van werkers in het veld van de gezondheidszorg nog zijn uitgebleven. Sinds enige tijd zijn de doktoren weer ongestoord aan het werk - hun eigenlijke werk de patiëntenzorg - en zijn ze apathisch na alle kort-gedingen tegen de staat, de stakingen, de tarievenoorlog, het norminkomen en de verwerking van het zogeheten vijfpartijen-akkoord.

In de wandelgangen van de beroepsgroep beluistert men gelaten berusting maar tegelijkertijd is een nieuwe geest voelbaar. Berusting is er over het feit dat de basisverzekering er wel komt, en dat op een of andere manier de kwaliteit wel redelijk zal zijn, maar opgewondenheid is er over de vraag die, door het marktmechanisme tussen patiënt en verzekeraar, verzekeraar en arts, zal ontstaan naar een betere kwaliteit van medische zorg. Sommigen zien hierin een rol voor privé-klinieken, voor anderen is extramuraal de toverformule of denken aan superziekenhuizen voor de (partij?)elite.

Wat Simons zich als verantwoordelijk staatssecretaris moet afvragen is of hij bezig is een gepasseerd socialistisch ideaalbeeld na te jagen, waarvan het praktisch resultaat op den duur wel eens heel asociaal zou kunnen blijken te zijn en averechts met de bedoelingen van deze goede bestuurder. In dit verband kan men het met Rinnooy Kan eens zijn, dat de mensen geen idee hebben wat er komen gaat, maar als we kijken wat er de afgelopen jaren op het gebied van onderwijs is gebeurd dan kan men zich enigszins een beeld vormen.