Venetiaan zoekt steun voor democratie in Suriname; "Zakelijk praten over positie leger'

NEW YORK, 28 SEPT. Het sturen van Nederlandse marechaussees naar Suriname is een mogelijkheid die de nieuwe president, Ronald Venetiaan, serieus wil bekijken en bespreken. De problemen aan de grenzen met de handel in drugs, en ook op de Johan Adolf Pengel luchthaven, zijn zodanig, “dat je inderdaad serieus de mogelijkheid moet onderzoeken om daar een contingent marechaussees uit Nederland bijstand te laten verlenen”, aldus Venetiaan.

Tijdens het gesprek in de Surinaamse missie, enkele honderden meters van het kolossale VN-gebouw in New York, somt Venetiaan direct een aantal hindernissen op voor een dergelijke bijstand van Nederlandse zijde. “Marechaussees zijn militairen. We willen niet graag de aanblik terug van militairen in de straten en op de luchthaven Zanderij. Bovendien kan het wat een vreemd patroon worden militairen van buiten te laten komen, terwijl je tegen je eigen militairen zegt: wegwezen.”

Daarnaast bestaat de vrees dat met de terugkeer van Nederlandse militairen de koloniale verhoudingen terugkeren. “Die vrees bestaat niet eens zo geweldig in Suriname zelf, maar in de regio is men daarover wel bezorgd. Men is bang voor een beeld van herkolonisatie. We moeten ervoor zorgen dat we niet door de steun van Nederland de goede betrekkingen met belangrijke buurlanden verstoren.”

Een derde mogelijke hinderpaal is volgens Venetiaan de wettelijke grondslag voor de militaire bijstand. Dat moet, zegt hij, nader worden bestudeerd. “Wat uiteraard zonder meer vlot geïmplementeerd kan worden, zijn technische en materiële bijstand, opleiding van een speciaal team. Daar kunnen uiteraard ervaren Nederlandse marechaussees een onmiddellijke bijdrage aan leveren.” Hetzelfde geldt voor het leger. Dat zou ook technische en materiële bijstand vanuit Nederland kunnen krijgen. “Als dat over en weer ten minste niet tot te veel allergische reacties leidt.”

Het liefst zou Venetiaan ten aanzien van het organiseren van de drugsbestrijding willen dat bijstand gegeven wordt door een aantal landen. Hij noemt naast Nederland nog Brazilië, Venezuela en de Verenigde Staten.

Het liefst zou Venetiaan ten aanzien van het organiseren van de drugsbestrijding willen dat bijstand gegeven wordt door een aantal landen. Hij noemt naast Nederland nog Brazilië, Venezuela en de Verenigde Staten.

De op 6 september geïnaugureerde president ontwijkt het antwoord op de vraag of de politieke situatie sinds zijn aantreden nu zo stabiel is, dat men de politieke confrontatie met het leger aankan, dat twee keer sinds de onafhankelijkheid een staatsgreep heeft gepleegd. “Wij willen geen confrontatie met het leger. We willen rustig, zakelijk met het leger om de tafel gaan zitten. Daarbij gaan we bekijken in welke situatie het leger zich bevindt, hoe groot het is, welke de taken en functies zijn. Dan gaan we praten over de positie die in het bijzonder de legerleiding inneemt in het totale politieke bestel en in het maatschappelijk leven. Ik ga er daarbij van uit dat het volk met de keuze van mij als president overduidelijk heeft gemaakt wat het wil: geen invloed van het leger op de politiek. Mijn eerste zorg is dit de mensen van het leger ten volle te doen begrijpen.”

Is hij er helemaal gerust op dat de legerleiding zich bij de nieuwe situatie zal neerleggen?

Venetiaan formuleert zorgvuldig: “Het is al de tweede keer dat het leger die boodschap van het volk heeft gehad. Maar ik moet er wel rekening mee houden dat het leger toch op zeker moment weer met machtsmiddelen zijn invloed wil doen gelden. Daarom heb ik ook in mijn toespraak gisteren voor de Verenigde Naties en bij andere gelegenheden gewezen op de steun die wij nodig hebben om de democratie te beschermen. Die steun kan zowel bilateraal, multilateraal als regionaal zijn.”

Daags voor zijn inauguratie heeft Venetiaan een gesprek met Bouterse en de gehele legerleiding gehad en enkele dagen erna nog een keer met Bouterse. Wat plechtig zegt hij daarover “geen redenen te hebben te verwachten dat we in een dialoog geen positieve resultaten zouden kunnen behalen”. In het gesprek met Bouterse zegt hij een lijstje op tafel te hebben gelegd van punten die absoluut geregeld moeten worden. “Laat ik het volgende over die gesprekken zeggen: tot nu toe is alleen maar goede wil gedemonstreerd, maar als politicus moet je altijd rekening houden met veranderende omstandigheden en veranderende stemmingen.”

Hij heeft een ervaring van vele jaren met het leger. “Ja, ja, daarom zeg ik ook dat er zich zo iets kan voordoen, wat dat ook is, waardoor de stemming omslaat. De zaken kunnen zich ook zo ontwikkelen als de legerleider het zich niet had voorgesteld. We gaan zo snel mogelijk met elkaar praten, over een heel scala van thema's met betrekking tot het leger, waarbij ik in de gesprekken met de legerleider niet op voorhand mijn mening heb gegeven over die thema's.” De betrokkenheid van de militairen bij de handel in drugs staat ook op dat lijstje? Het antwoord is "ja', maar Venetiaan blijft zorgvuldig formuleren; hij wil geen woord te veel zeggen. “Er zijn ook niet-militairen bij betrokken. En wat betreft indicaties, die we veel in de pers terugvinden, dat per se de legerleiding zelf bij de handel in drugs betrokken zou zijn, kan ik alleen zeggen dat je als verantwoordelijk politicus natuurlijk wel wat meer materiaal moet hebben, voordat je daar rechtstreeks op kunt afgaan.”

President Venetiaan gaat nog omzichtig met de legerleiding om. Hij richt zich vooral op de strijd tegen de drugshandel, die indirect een aanval op het leger is. Als hij de volgende beschrijving geeft, is duidelijk dat hij een scenario schetst dat op zijn land van toepassing zou kunnen worden. “Drugs, narcotica, zijn vernietigend. Ze vernietigen mensen persoonlijk, fysiek, geestelijk, ze vernietigen de sociale verhoudingen. Ze vernietigen ook de economie, ze tasten het bestel aan in de zin dat de maatschappij corrupt wordt en tenslotte tasten ze de politiek aan. Er gaat zo veel om in de narcoticawereld dat de narcotica-economie op zeker moment sterker en omvangrijker wordt dan de officiële. De officiële economie moet dan als het ware gehoorzamen aan de clandestiene economie. Dat mag bij ons niet gebeuren.”

Er moeten de komende tijd vele dingen tegelijkertijd in Suriname gebeuren. “De situatie in ons land is sterk verslechterd”, zegt Venetiaan. Hij noemt vier punten die zijn eerste prioriteit hebben. Verzorging van de noodzakelijke levensbehoeften, in combinatie met het op gang brengen van een goede economische ontwikkeling. Tegelijkertijd moeten de “eerste stappen” worden gezet op weg naar een nieuwe relatie van het burgerlijk gezag met het leger. Venetiaan wil op dit punt vooral de artikelen 177 en 178 in de Surinaamse grondwet wijzigen, waarin het leger een "voorhoederol' wordt gegeven en "medebewaking van de rechtsstaat' is opgelegd, twee punten waarin de legerleiding ondermeer een alibi heeft gezocht voor militair ingrijpen. Het derde thema is vrede bewerkstelligen in de gebieden die nu door indianen en bosnegers onder controle worden gehouden. Tenslotte is er de bestrijding van de handel in drugs.

“De mensen in Suriname zijn nu net als na de onafhankelijkheid in 1975 hoopvol over de toekomst. Men wil ook democratie, zoals overduidelijk blijkt uit de verkiezingsuitslag. Het belangrijkste is nu, zeker ook met betrekking tot de verhouding met het leger, dat er op een juiste wijze invulling wordt gegeven aan de nieuwe mogelijkheden.

“Ik heb wat dat betreft ook een boodschap aan Nederland. Van 1988 tot en met 1990 heeft Nederland zich terughoudend getoond, omdat het vreesde dat de militairen de macht zouden overnemen. Daardoor werd de afgesproken financiële steun niet ten volle gegeven. Dat heeft er mede toe geleid dat de militairen opnieuw de macht hebben overgenomen. Het is van het grootste belang dat wij in 1990 niet weer zo'n vertoning krijgen.”

De boodschap van president Venetiaan aan Den Haag is duidelijk: aarzel niet te lang met het herstellen van de financiële en economische hulp. “Suriname heeft dringend behoefte aan overbruggingskredieten. Nederland is aan de donorzijde daarvoor de eerst aangewezene”, aldus Ronald Venetiaan.