RPhO laat op dreef bij Zevende van Sibelius

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Jac van Steen; solist: Rian de Waal, piano. Programma: Debussy-Henkemans: Preludes; Franck: Variations Symphoniques; Sibelius: Rakastava en Symfonie nr. 7. Gehoord: 27-9 in de Grote Doelenzaal in Rotterdam.

Omgekeerd evenredig aan de kwaliteit van de uitgevoerde werken, was tijdens het Doelen-concert onder de gastdirectie van Jac van Steen het spel van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De jonge dirigent van het Nationaal Ballet die een jaar geleden verrassend bij het Rotterdamse orkest debuteerde in een geheel aan Engelse componisten gewijd programma, voelde zich deze keer klaarblijkelijk pas helemaal op zijn gemak in de beide werken van Sibelius waar de tweede programmahelft uit bestond. Dat er desondanks na de suite Rakastava niet meer dan een beleefdheidsapplausje op kon overschieten, ligt aan het onbeduidende werkje dat zonder de signatuur van de grote Finse componist nooit van onder het stof te voorschijn zou zijn gehaald. De strijkers plus triangel en pauken maakten er het beste van maar echt op dreef raakten orkest en dirigent pas in de hymnische zevende symfonie.

Sibelius-kenners vinden dat dit eendelige orkestwerk als laatste in de rij van symfonische werken thuishoort. De oorspronkelijke titel Fantasia Simfonica, juist iets minder pretentieus, blijkt echter meer op haar plaats. Als mini-symfonie schiet de importantie van de muzikale gedachten te kort. Als symfonische fantasie kan men geboeid raken door de sfeer die tekenend is voor de Scandinavische muziek. Jac van Steen was hierin weer geheel de enthousiaste jonge orkestleider die een ensemble heel wel naar zijn hand weet te zetten.

Dat was niet het geval in de acht preludes uit boek 1 van Debussy, georkestreerd door Hans Henkemans. Wie zich het pianospel van Henkemans herinnert, weet met hoeveel distinctie en subtiele klankkleur hij Debussy placht te interpreteren. De verleiding voor Henkemans als componist was natuurlijk groot deze stukken nader te differentiëren in het rijke orkestkoloriet. Dat is zeker gelukt maar dan moet de uitvoering wel recht doen aan elke nuance en dat gebeurde onder Jac van Steen niet.

Veel beter van klank begeleidde hij de meesterlijke Variations Symphoniques van César Franck. Men kan pianist Rian de Waal niet dankbaar genoeg zijn dat hij dit lange tijd verwaarloosde stuk heeft willen programmeren. Hij speelde het met een warm touché, virtuoos waar nodig en met grote wendbaarheid wat betreft de karakterverschillen van de onderscheidene variaties. Geroutineerd klonk het samenspel met het orkest nog niet, maar daarvoor was het stuk waarschijnlijk net niet genoeg ingespeeld.