Politiek voor de post-materialistische generatie

Zo snel als de PvdA afkalft, zo hard groeit D66. Volgens de peilingen zou de partij kunnen verdrievoudigen. Maar heeft D66 ook idealen of is het alleen een "mentaliteits-partij'? Wat voor de een de natuurlijke thuishaven van de post-moderne generatie vormt, is voor de ander slechts een doorgangshuis voor PvdA-spijtstemmers. Een profiel van een niet-ideologische partij in een niet-ideologische tijd. Een partij zonder fundi's, met louter realo's.

In de Veluwse plaats Brummen werd onlangs iemand lid van D66 die in het dagelijks leven leslokalen schoonmaakt. Kort erop gevolgd door de eerste allochtoon - een jonge Turkse vrouw. De afdeling Brummen heeft nu vierentwintig leden. Drie van hen bezetten zetels in de gemeenteraad. Een 22-jarige medewerker van de Kamer van Koophandel, een huisvrouw en een journalist.

Wordt D66 een volkspartij? Bij de Statenverkiezingen van maart kwam de winst uit de grote voorsteden, de universiteitssteden en de forenzengemeenten. De partij werd er twee keer zo groot. Maar voor het eerst boekte D66 ook winst in traditionele PvdA-bolwerken. In de Haagse Schilderswijk verdubbelde de aanhang. In de Drentse en Groningse veenkoloniën is D66 ronduit populair geworden. In Hoogezand-Sappemeer verdrievoudigde het electoraat, evenals in het Drentse Gasselte. D66 is een volkspartij geworden, zo schreef het ledenblad Idee verheugd. Net zo aantrekkelijk voor de gemiddelde kiezer als de PvdA of het CDA. Alleen op het conservatief-confessionele platteland is D66 nog niet doorgebroken.

Maar de Brummense afdelingsvoorzitter mevr. L. Helfferich-van der Kleij (55) gelooft nog niet zo in het "volks'-karakter van D66. ""Een derde van die winst moet je wegstrepen. Die mensen vallen weer af als straks blijkt dat ook D66 niet binnen een of twee jaar voor grote veranderingen kan zorgen.'' Hoewel er voor het eerst ook mensen ""gewoon uit het dorp'' lid zijn geworden, blijft D66 voor haar in hoofdzaak een partij van het middenkader. ""Het zijn meestal mensen die ook meteen wat willen doen.'' Ruim de helft van leden van de afdeling Brummen zit in werkgroepen of adviesraden van de partij. Zelf is Helfferich-van der Kleij lid van de Gelderse Statenfractie van D66 en nummer dertig op de kandidatenlijst voor de Kamer. Als de peilingen realiteit zouden zijn, was Leontien Helfferich, van beroep maatschappelijk werkster, nu Kamerlid.

Sinds september vorig jaar voorspellen de opiniepeilingen de partij van Van Mierlo tussen de 22 en 36 zetels. De VVD is ingehaald, zelfs de PvdA wordt gepasseerd. Een verdrievoudiging van de huidige fractie lijkt mogelijk - D66 zou na het CDA de grootste partij van Nederland kunnen worden. Bij de Statenverkiezingen in maart van dit jaar was er, omgerekend naar Kamerzetels, al sprake van een verdubbeling naar 24 zetels. Sindsdien staat D66 in de peilingen meestal rond de dertig zetels.

De groei in ledental blijft intussen achter. D66 heeft ongeveer 12.500 leden - een paar jaar geleden waren dat er nog zo'n 9000. Van het CDA zijn ruim tien keer zoveel mensen lid: 122.500. Het PvdA-ledental is van ruim 100.000 eind jaren tachtig teruggelopen naar 86.500 nu. Er zijn de laatste twee jaar dus meer leden bij de PvdA weggelopen dan er ooit van D66 lid zijn geweest. Net als de VPRO wil ook D66 nu "A-omroep' worden en wordt er intern een ledenwerfcampagne voorbereid. Een partij die meer Kamerzetels kan bezetten dan de PvdA moet toch in staat zijn die basis ook te organiseren? Of zou de relatief geringe toeneming van het ledental de echte zwakte van de partij duidelijk maken: het gebrek aan "maatschappelijke worteling'? De partij is er zelf niet helemaal zeker van. ""Ik mocht over alles praten, behalve over het ledental'', zegt een verder voor dit verhaal niet geciteerde bron. Maar iedereen geeft toe: als organisatie stelt D66 nog niet veel voor.

De afdeling Brummen is sinds 1986 in ieder geval in omvang verdubbeld: er waren tot voor kort nooit meer dan twaalf leden. De plaatselijke belangstelling voor D66-politiek blijft echter onverminderd lauw. Onlangs organiseerde de afdeling een avond over kinderopvang. Het Kamerlid mevr. drs. A.J. Schimmel kwam ervoor uit Den Haag, de plaatselijke prominenten waren aanwezig. D66 een volkspartij? Er kwam geen enkele burger opdagen. Mevrouw Helfferich zucht maar eens.

Peilingen

De officiële partij-interpretatie van de peilingen luidt dat de structurele groei van de partij kennelijk doorzet. Bij de rentree van Van Mierlo in 1986 steeg de partij van zes naar negen Kamerzetels. In 1989 werden het er twaalf. Worden het er bij de volgende verkiezingen zeventien à twintig, dan is dat mooi genoeg, zo heet het in de fractie.

Oud-fractievoorzitter prof.mr. L.J. Brinkhorst zegt ronduit ""niet te hopen'' dat nu alle teleurgestelde WAO'ers naar D66 overlopen. ""Wij zouden hetzelfde hebben gedaan als Kok en Lubbers, hooguit op een wat ander tijdstip of een andere manier. De winst in de peilingen lijkt me eerder een gevolg van het afnemende klasse- en categoriedenken. Dat is deels een natuurlijke ontwikkeling, deels door ons veroorzaakt. Het is voor ons in ieder geval wel het ideale klimaat.''

Wolffensperger schat het politieke gewicht van de partij nu op ""ruim boven de twintig zetels''. Volgens hem is D66 bezig ""om de rol van de progressieve partij in Nederland over te nemen''. Maar zeker is hij nergens van. Hoe zal de PvdA zich na het congres van vandaag ontwikkelen? Blijft het de oud-linkse Actiepartij wier horizon beperkt blijft tot de verdediging van verworven rechten? ""Niemand kan zeggen hoe het partij-politieke landschap in Nederland het komend decennium er uit zal zien.'' En dus wijst Wolffensperger vragen naar toekomstige progressieve samenwerking en partijvorming als ""te vroeg'' van de hand.

Maar als de PvdA moderniseert en ""zich ontdoet van die dogmatische ondergrond die ons altijd zo onaantrekkelijk voorkwam, dan ligt het in de lijn der logica dat D66 en de PvdA programmatisch verder naar elkaar toe groeien. Dat zag je al bij de Tussenbalans en bij het rapport-Deetman - onze standpunten waren vrijwel uitwisselbaar''. Over samenwerken kun je volgens Wolffensperger alleen praten als het partij-politieke landschap stabiel is en dat is nu niet het geval. Maar zoals bij veel onderwerpen - echt er op tegen is de partij niet. Als de vraag zich voordoet dan neemt de partij een pragmatische houding aan.

Dat was ook precies de reden waarom mevrouw Helfferich er in 1977 lid van werd. Het ging in de partij toen over milieu, democratie en fatsoenlijk besturen. Ze vond het een kritisch en open klimaat. ""Waar zijn we eigenlijk mee bezig - dat was het uitgangspunt. Mij sprak het toekomstgerichte van die partij aan. Het niet vanzelfsprekende, "het kan anders-gevoel'.'' In de PvdA was het haar niet bevallen: die vond ze star en weinig vooruitstrevend. Later, toen ze gedurende acht jaar het enige gemeenteraadslid voor D66 in Brummen was, werd die indruk bevestigd. Ze maakte mee hoe de tennisclub de PvdA-wethouder toestemming vroeg om op eigen kosten een gebouw neer te mogen zetten. ""Dat vonden wij prima - een mooi voorbeeld van particulieren die overheidsvoorzieningen aanvullen. De PvdA wilde het absoluut niet hebben. Sportvoorzieningen doen wij. Daarmee was de kous af.''

Afkeer

De afkeer van de PvdA-partijcultuur bindt heel D66, zo merkt mr. Th.C. de Graaf op. De beleidsambtenaar van Binnenlandse Zaken viel als nummer veertien op de Kamerlijst bij de laatste verkiezingen net buiten de fractie. ""De wijze waarop het PvdA-kader elkaar onder druk zet en bestrijdt... vreselijk. Bij ons zijn er geen persoonlijke confrontaties of harde machtsconflicten.'' D66 kent geen machtig middenkader of een invloedrijk partijbureau zoals de PvdA, aldus het Eerste Kamerlid mr. J. Glastra van Loon. ""Een soort jongensclub die het samen leuk hebben, dat is het wel ongeveer.'' Dat geldt dan niet voor partijgenoot A. de Goede, die als staatssecretaris van financiën aan het kabinet Den Uyl deelnam. Hij is de huis-dissident van D66. Als Euro-parlementariër moest hij wijken voor de oud-diplomaat maar beginnend politicus drs. J.W. Bertens. Sindsdien zegt De Goede in interviews ""zwaar teleurgesteld'' te zijn. Over de partij merkt hij op dat die op sociaal-economisch terrein ""geen enkele visie'' heeft.

De partij is niet traditioneel gebonden aan maatschappelijke belangenorganisaties en kent evenmin religieuze tegenstellingen. Glastra: ""Dat betekent dat we creatief en vrij kunnen zijn. Wij hoeven ons nooit defensief op te stellen.'' De Graaf: ""Er zijn minder natuurlijke aanspraken op ons en dus minder conflicten met de samenleving. Dat we "maatschappelijke wortels' zouden ontberen is eerder een compliment. Daarvoor hebben we gekozen. Wij vertegenwoordigen noch de ondernemers noch de oude wijken. We kunnen representatief zijn voor de hele bevolking.'' Volgens hem is D66 ""wel bedoeld om groter te worden, alleen niet zó snel.''

Ook Wolffensperger ziet D66 niet meteen als volkspartij. ""Dat is niet onze doelstelling. Trouwens, wat is een "volkspartij' in een samenleving waarin de tegenstellingen in hoog tempo verdwijnen?'' In de jaren negentig is stemmen vooral een manier om zich aan te sluiten bij een sociologische groep, meent hij. Het samen veranderen van de samenleving met een politiek programma verdwijnt naar de achtergrond. Kerk en staat, arbeid en kapitaal... Ach, de emancipatie is vrijwel voltooid, veel fundamentele keuzes zijn er niet meer te doen. ""We hebben in Nederland bijna de Koot en Bie-situatie van de Tegenpartij bereikt - Geen Gezeik, Iedereen Rijk.''

Of het debat nu over de defensie gaat of over het milieu: structurele verschillen van mening zijn verdrongen door debatten over strategie en procedure, zo betoogt Wolffensperger. ""De weinige echte politieke verschillen van mening buigen af naar onderwerpen als het omroepbestel of euthanasie.'' De rol van de vertegenwoordigers van een politieke partij is gereduceerd tot het verpersoonlijken van de identiteit van die sociologische groep. Wolffensperger: ""Het grootste verschil tussen de partijen straks is niet meer hun programma, maar hun achterban.''

Pretenties

Als dat het geval is, waar gaat het dan bijvoorbeeld mevrouw Helfferich in de politiek om? ""Rechtvaardigheid en rechtsgelijkheid'' luidt het antwoord, met als uitgangspunt een bescheiden rol voor de overheid. Aan de Tweede Wereldoorlog hield ze de notie over dat het voortaan ""eerlijk moet gaan'' in Nederland. In de Brummense bestuurspraktijk betekent het ""menselijkheid en behoorlijk bestuur''. Is dat niet een wat algemeen, on-politiek voornemen? ""Niet waar!'', protesteert ze, ""een club die dat overeind houdt, vind ik al heel wat. Het is een basishouding tegenover de wereld. Net zoals het CDA er een heeft.''

Wolffensperger ziet zijn achterban als de ""wat beter opgeleide en daardoor wat beter verdienende burger'' die vooral onafhankelijk wil zijn. Volgens Glastra wordt die burger aangetrokken door het gematigde karakter van de partij: ""D66 pretendeert geen ideologische grondslagen te hebben. Bij ons zijn de gevolgen van het beleid belangrijker dan de inhoud. Als het verkeerd dreigt uit te pakken, redeneren we die gevolgen niet weg vanuit onze goeie bedoelingen. We hebben geen hoger moreel gevoel bij de voorstellen die we doen. Links zijn of progressief zijn is bij ons niet hetzelfde als moreel goed zijn.'' Dat is bij de PvdA anders, denkt hij.

Ook Brinkhorst benadrukt de onafhankelijke houding van zijn partij als motiverende factor. ""Op het moment dat D66 een getuigenispartij wordt, haak ik af. Het belangrijkste is dat je je steeds afvraagt wat het effect is van wat je doet en je daarvoor verantwoordt.'' Glastra: ""Ons credo is - doe niet alsof je het allemaal weet.'' Dat is volgens hem een reactie op de ""prekerige, zalvende en neerbuigende'' houding die andere partijen aannemen. In de praktijk werkt dat ongeveer zo. Een D66-Kamerlid: ""Ik ga soms een Uitgebreide Commissievergadering in met het zweet in m'n handen. Het is dan zo ingewikkeld dat ik werkelijk niet weet waar ik politiek zal uitkomen. Als ik inderdaad nog niet kan kiezen, zeg ik dat gewoon. Meneer de voorzitter, mijn fractie weet het nog niet.''

Hafmoos

In de jubileumbrochure van de partij typeert de politicoloog J. de Beus D66 als een combinatie van confessionele inschikkelijkheid, liberale vrijheidszin en sociaal-democratisch egalitarisme. Tegelijkertijd zou de partij er in slagen godsdienst en gevestigd belang (CDA), hebzucht en bekrompenheid (VVD) en collectivisme en bemoeizucht (PvdA) te vermijden. Hij noemt de stijl en boodschap van D66, met een knipoog naar Van Mierlo's inititalen, "Hafmose'. Inhoudelijk staat de partij voor een romantisch verlangen naar actieve, in het algemeen belang geïnteresseerde, mondige burgers. Democratie volgens D66 zou een vooral redelijke, niet door gevestigde belangen beheerste botsing van meningen moeten zijn. Daarin dient billijk te worden geargumenteerd, informatie uitgewisseld en ruimte geboden aan bezinning en afweging. Bij de uitkomst van het debat behoort men zich dan neer te leggen.

Qua stijl wordt de partij gedomineerd door Van Mierlo - een bedachtzame, kritische intellectueel met een grote verbeeldingskracht en een aanzienlijk oratorisch talent. Bovendien een warme televisie-persoonlijkheid. In een Nipo-enquete van begin september blijkt de D66-leider de meest bekende fractievoorzitter van Nederland te zijn. 51 procent van de ondervraagden kon "Van Mierlo' antwoorden op de vraag naar de identiteit van de D66-leider. Brinkman scoorde 46 procent en Bolkestein 21 procent. Van individuele D66-fractieleden heeft vrijwel niemand gehoord. Maar 5 procent kon een correcte naam van een D66-parlementariër noemen. Meestal was dat Wolffensperger. Bij de VVD noemde 16 procent een correcte naam.

De partij heeft dus een PR-probleem. De leider is bekend, het produkt nauwelijks. Maar hoe moet een partij zich presenteren die in de eerste zin van het verkiezingsprogramma meedeelt slechts voor een ""houding in de politiek'' te staan. Een ""mentaliteit van onbevangen vooruitdenken'', respectievelijk het ""waakzaam en slagvaardig reageren op de kansen die de toekomst biedt''? Zo gauw er een leus voor de verkiezingscampagne moet worden bedacht komt de partij zichzelf tegen. Vergaderingen van de propaganda-commissie plegen te ontaarden in slappe lach, zo weet een betrokkene. Redelijkheid! Fatsoen! Rechtvaardigheid! Anders met Hans! Hans Anders! Voor de hand ligt de keuze nooit. Trouwens, moet het eigenlijk wel "anders' in Nederland? De zo kenmerkende D66-twijfel ligt altijd op de loer. Wolffensperger: ""Ons idealisme is zo moeilijk terug te vertalen naar een slagwoord. Het gaat ons niet om de klassevijand of om Onze Lieve Heer. Het is het idealisme van de post-ideologische samenleving waarin door rationeel debat tegenstellingen worden overbrugd. Waarin mensen fatsoenlijk, rechtvaardig en solidair met elkaar omgaan.''

Samenleving

Het zijn mooie woorden, maar ze laten zich moeilijk vastpakken. Bij de recente provinciale verkiezingen stond er op de affiches "Een Schoon Land en een Helder Bestuur'. Van Mierlo maakte zijn rentree in 1986 met de leus "Andere Politiek'. In de dagen van partijleider Engwirda was D66 "Duidelijk Anders'. Wat drijft Wolffensperger zelf eigenlijk? ""Dat is de vraag: wat komt eraan? Zelfs als ik hier achter mijn bureau de Auteurswet op computerprogrammatuur behandel, vraag ik me af: hoe gaat de samenleving zich ontwikkelen. Hoe kunnen we ons daarop voorbereiden. Dat boeit me mateloos.''

Het imago van de partij is er een van een verzameling weldenkende, veranderingsgezinde burgers die zich enigszins buiten de bestaande politieke orde opstellen en zich ernstig bekommeren over de toekomst. ""Ze rijden wel in een auto maar maken zich tegelijk zorgen over de gevolgen voor het milieu'', zegt een fractiemedewerker.

De Amerikaanse politicoloog prof. dr.R. Inglehart van de Universiteit van Michigan plaatst de opkomst van D66 in de spectaculaire groei van de zogeheten post-materialistische generatie in Nederland. Uit zijn sinds 1970 regelmatig herhaalde onderzoek blijkt dat Nederland samen met Zweden in Europa het grootste aantal post-materialisten kent. Deze groep hecht meer aan immateriële waarden: kwaliteit van het leven (milieu), vrijheid van expressie, individualisme (minder hiërarchie) en tolerantie (religie, gezin en sex). Materialisme staat dan voor behoeften aan fysieke veiligheid en economische zekerheid - klassieke thema's van VVD, PvdA en CDA. Gaat de groei in dit tempo door dan wonen er in Nederland aan het einde van dit decennium meer post-materialisten dan materialisten. Samen met Groen Links is D66 de enige typisch post-materialistische partij in Nederland, constateert Inglehart.

Groen Links zeult met Kamerleden uit de voormalige CPN, PSP en PPR nog de last van het ideologische verleden met zich mee. Intern is de tegenstelling loonstrijd versus milieu nog lang niet overbrugd. Voor Van Mierlo geldt dat niet. Sociaal-economische vraagstukken spelen geen grote rol in zijn wereldbeeld. Zijn partij is in 1991 nog dezelfde als in 1966: het eerste politieke produkt van de culturele omslag naar ontzuiling en individualisering. Er is bovendien ook maar weinig in Nederland dat de schuld is van Hans van Mierlo. Na 25 jaar heeft D66 nog steeds iets maagdelijks. De partij nam te kort deel aan de regering om veel resultaat te kunnen boeken. Het is tevens de grootste handicap van de partij: gebrek aan ervaring met de macht.

Suïcidaal

Oud-fractievoorzitter Brinkhorst voerde in 1981 de grootste D66-fractie aan ooit verkozen. Zeventien Kamerzetels, behaald onder het leiderschap van dr. J. Terlouw, die deze week werd benoemd tot commissaris van de koningin in Gelderland. Maar deelname aan de kabinetten Van Agt-II en -III werd een dramatische mislukking. Het waren de dagen waarin partijgenoot Zeevalking een weg aanlegde door het bos van Amelisweerd. Waarin partijgenoot Lambers-Hacquebard radio-actief afval in Almelo opsloeg en partijgenoot Terlouw naar aardgas op Ameland boorde. Brinkhorst holde heen en weer. Van het kabinet via de fractie naar de partij en weer terug, met als enige doel tijdwinst boeken en branden blussen. Brinkhorst: ""Het vijanddenken deed z'n intrede in de partij. Plotseling viel de partij zichzelf aan - dat ging er keihard aan toe. Er bleek een licht suïcidaal element in de partij te zitten.''

Binnen D66 raasde ook nog het kruisraketten-debat. De tegenstelling tussen principiële afwijzing en de bereidheid om in Navo-verband "vuile handen' te maken (zoals Brinkhorst wilde), werd uiteindelijk afgedekt met de formule dat D66 ""onder de huidige omstandigheden'' honderd procent tegen plaatsing was. Brinkhorst zegt in die periode ""persoonlijk politiek volwassen'' te zijn geworden. Regeren is de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen: ""De keerzijde van redelijke politiek is dat je soms harde beslissingen moet nemen.'' Maar de wil om een machtsfactor te zijn ""en dus niet je eigen mensen af te schieten als het heel moeilijk wordt'' ontbrak nog bij D66.

Brinkhorst herkent veel in de worsteling in de PvdA van vandaag. Kok doet hem denken aan de toenmalige partijleider Terlouw: beiden zijn even "verkrampt'. D66 ontbeerde toen politiek zelfvertrouwen, meent hij. ""Het geloof dat je voor de lange termijn wat te zeggen hebt dat echt belangrijk is. Eigenlijk is de enige machtspartij in Nederland het CDA. Grote volkspartijen hebben een sterkere fiber - die kunnen de koers wenden als dat nodig is. Dat moet D66 ook zien te worden.''

Na de val Van Agt III incasseerde D66 een verlies van 11 zetels. In Brummen kwam de klap ook aan. De verwachte winst van één naar drie gemeenteraadszetels bleek een illusie. Mevrouw Helfferich bleef het enige raadslid voor D66. Ze had het gevoel dat ze zich opofferde voor een partij die aan het verdwijnen was. In '85 mocht zij het vernieuwde gemeentehuis openen. Het was een gebaar van de collega's. ""Jij komt toch niet meer terug, zeiden ze.''

Het tekort aan "politiek zelfvertrouwen' lijkt mede voort te komen uit de gespleten identiteit van D66 - is het nu een partij of een beweging. ""Velen bij ons zeggen dat het voldoende is om de goeie gezindheid in de politiek te hebben'', zegt Brinkhorst. ""Staan we nu los van andere partijen of zijn we wat ik gemakshalve maar een "progressief-liberale' partij noem'', formuleert Wolffensperger. In het partijprogramma is de zogeheten "etikettendiscussie' terug te vinden in de formulering dat D66 ""tegenover en tussen andere partijen'' staat. Maar inmiddels heeft D66 honderden vertegenwoordigers in gemeenteraden en provinciale staten, en tientallen wethouders en gedeputeerden.

Op het jubileum-symposium vorige week riep de socioloog prof. dr. A. de Swaan de partij op aan de existentiële twijfel een eind te maken en de beginselen van de "Sociaal Liberale Staatspartij' maar gewoon op te schrijven. Wolffensperger: ""Ik trek de conclusie dat we een gewone partij zijn geworden die zich helder en duidelijk als zodanig aan de kiezer moet presenteren.''

Maar waarmee? Kamerkandidaat De Graaf vindt het ""veel te stil'' in de partij. ""Er wordt geen echt open debat gevoerd over de vraag wat we nu eigenlijk willen. Gaat het nog steeds om de oude staatsrechtelijke vragen, het zwaartepunt dat Van Mierlo in '85 legde? Is het de individualiseringsfilosofie?'' In het partijblad oefende hij vrij zeldzame kritiek uit op de partij. ""Hoezo "Andere Politiek' als het gezag van de politiek leider bijna heilig lijkt en als congressen zich meer en meer verliezen in applaus?'', schreef hij. De Graaf karakteriseert de belangrijkste politieke bijeenkomst van zijn partij aldus: ""Het congres komt naar Hans luisteren en houdt zich verder op in de wandelgangen.'' Echte discussie ontbreekt. D66 wordt minder uniek nu andere partijen ook ont-ideologiseren, waarschuwt hij. De kiezer is consument geworden en keert gemakkelijk terug naar een eventueel vernieuwde PvdA.

Maar volgens Brinkhorst loopt dat nog zo'n vaart niet. ""Bij ons is dat onderdeel van de cultuur, bij de PvdA is het de moed der wanhoop.'' De Graaf maakt zich zorgen. In D66 is het ""machtsstrategisch denken'' slecht ontwikkeld. Aan nieuwe thema's voor de toekomst ontbreekt het. D66 lijkt bovendien een eenmanspartij: ""Het aangezicht van D66 moet worden verbreed. Ervaren mensen uit de fractie komen onvoldoende aan bod.'' De partij moet ook nodig eens gaan regeren. ""Zelfs als we getalsmatig niet nodig zijn.'' Het liefst zag hij een PvdA-VVD-D66 combinatie. ""Dat herstelt het evenwicht in de Nederlandse politiek.''

Ook Brinkhorst loopt voor die combinatie warm. ""Dan hebben we echt iets nieuws te bieden.'' Maar voor hem geldt als absolute voorwaarde dat D66 alleen moet deelnemen als de coalitie anders niet aan een meerderheid kan komen. ""Deelneming aan Van Agt II was strategisch fout. Ik betreur ook helemaal niet dat we buiten Lubbers-Kok zijn gebleven.''