Plan Sobtsjak: EG overschotten voor Russen

FRANKFURT, 28 SEPT. Een maand geleden weerstond burgemeester Anatoli Sobtsjak in drie slapeloze etmalen het Rode leger en leidde hij het verzet tegen de poging tot staatsgreep in Leningrad. Nu reist hij als burgemeester van Sankt Petersburg door Europa om buitenlandse investeerders aan te trekken. Met tomeloze energie sprak hij gisteren in Frankfurt over de traditie van zijn stad als financieel centrum vòòr de revolutie van 1917 en hield hij een krachtig betoog tegen humanitaire hulp uit het Westen.

Liefdadigheid is de voortzetting van een socialistische gewoonte die wij juist proberen te doorbreken, betoogde deze nieuwe politieke ster aan het firmament van de Russische republiek. “Het is vernederend voor ons volk en het maakt van de mensen bedelaars, die gewend raken om hun hand op te houden en iets te ontvangen zonder er voor te werken”, zei hij.

Sobtsjak heeft een ander plan bedacht om Rusland door de winter te helpen. Hij heeft het naar eigen zeggen besproken met president Jeltsin van Rusland, met president Mitterrand, premier Major, de Duitse en Amerikaanse ministers van buitenlandse zaken Genscher en Baker, alsmede met president Attali van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa. Met uitzondering van Baker zouden ze allemaal positief hebben gereageerd.

Het "plan-Sobtsjak' begint bij de voorraadschuren van de Europese Gemeenschap, waarin de agrarische overproduktie van de EG ligt opgeslagen. Een deel van deze voedseloverschotten, ter waarde van tien miljard dollar, moet naar Rusland worden gebracht. Volgens Sobtsjak "kost' dat de EG niets extra, want de EG heeft de Europese boeren toch al betaald toen zij deze overschotten uit de markt haalde. Eerder vroeg de Sovjet-Unie om voedselhulp van de EG ter waarde van 7 miljard dollar.

Deze EG-overschotten moeten in Rusland niet worden uitgedeeld, maar worden verkocht aan de bevolking. Met de opbrengst, 150 miljard roebel, wordt een investeringsfonds gesticht dat kredieten verstrekt aan zo'n 150.000 Russische boeren om hun produktie te verbeteren en in de landbouw te investeren.

Dit investeringsfonds moet worden opgezet door de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa. Binnen enkele jaren zullen de verbeterde produktiemethoden voldoende voedsel opleveren om aan de binnenlandse vraag te voldoen en zullen de boeren zelfs landbouwprodukten overhouden om te exporteren.

Met de opbrengst hiervan kunnen de oorspronkelijke leningen worden afgelost. “Het is geen krediet aan de overheid, maar aan boeren en ondernemers die het geld binnen vijf jaar moeten terugbetalen”, zei hij.

Sobtsjak had nog meer creatieve plannen om de Russische landbouwproduktie snel te verhogen. Aan een pleidooi voor afzetmogelijkheden van Oosteuropese landbouwprodukten in West-Europa koppelde hij de oproep dat boeren, die als gevolg van de Oosteuropese landbouw-importen in de EG werkloos zouden raken, gratis land kunnen krijgen in Rusland. Die kunnen niet alleen de voedselproduktie verhogen, maar ook Russische boeren opleiden.

Een soortgelijk plan had hij voor de circa drie miljoen etnische Duitsers die nog in de Sovjet-Unie leven. Uit het vliegtuig had hij gezien dat de grond in Duitsland overal bewerkt is, dus waar zouden deze Duitsers, die door Stalin in de oorlog van de vruchtbare Wolgastreek naar Kazachstan zijn verbannen, nog terecht kunnen, vroeg hij zich af. Als ze naar Duitsland emigreren worden ze allemaal werkloos, terwijl wij in Sankt Petersburg deze kundige vaklieden graag zouden verwelkomen. “De Duitse regering moet het geld dat nodig is voor de opvang van deze immigranten aan ons geven, dan financieren wij daaruit hun hervestiging in een gebied rondom Sankt Petersburg dat we "Klein Duitsland' zullen noemen”, beloofde de burgermeester.

Sobtsjak zei dat hij van Sankt Petersburg opnieuw het financiële centrum van Rusland wil maken, net als voor 1917. “Ik nodig bankiers uit om snel vestigingen in Sankt Petersburg te openen. U hoeft niet eerst naar Moskou te gaan voor tijdrovende bureaucratische procedures” zei hij.