Oud vermaak in een nieuwe outfit; Heck's Familie Melodie

Alles moest weg. De veilingmeester had plaats genomen op het podium, waar meer dan veertig jaar lang de muzikanten hun publiek prettig bezig hadden gehouden. Hier zaten de dansorkesten te toeteren, hier zonden de violisten hun smachtende wijsjes naar de tafeltjes met bezoekers en hier schitterden de charme-zangers met - zoals Simon Carmiggelt het formuleerde - hun “uit een roze tube geknepen microfoonstem”.

Maar in september 1965 was het voorbij. Heck's Lunchroom, geliefd vermaaksoord aan het Rembrandtplein in Amsterdam, ging dicht. En de inboedel, met armfauteuils, biljarts, roestvrijstalen bestek, terlenka-gordijnen, tafels, plantenstandaards, de rubberen ringmat bij de draaideur en 1250 andere kavels, belandde op de veiling.

Waar voorheen de trotse naam Heck's op de gevel prijkte, is nu de discotheek Escape gevestigd. Maar daar, in dat neon-interieur, klinkt vanaf 6 oktober elke zondagmiddag vanaf 6 uur weer de oude big band sound. Onder de toepasselijke naam Heck's Melody hoopt de 33-jarige initiatiefnemer Stefan Kraaijenhagen, een nieuwe traditie te creëren. Het gaat hem om het "sociale karakter' van die muziek. “Het moet zo zijn dat ouders er hun kinderen mee naar toe kunnen nemen.”

Zo wàs het ook. Heck's, in 1930 geopend in de voormalige behuizing van het variété-theater en café-chantant Mille Colonnes, was bij uitstek een etablissement voor jong en oud. “Op vrije middagen,” schreef Jan Willem Holsbergen in zijn bundel Waar het gebeurde, “zaten daar hele families te genieten van de muziek, ranja met een rietje voor de kinderen, een glaasje Samos voor moeder, een overmaatse pils of een borreltje voor pa.” De grote aantrekkingskracht vormden de populair geprijsde consumpties. “Iedere stad moet zo'n goedkope gezellige gelegenheid hebben,” treurde portier De Vries in 1965 in het Algemeen Handelsblad. “Hier kon een vrouw of een meisje alleen komen om een kopje koffie te drinken en een strijkje te horen. Moeder de vrouw kwam hier met de kinderen, soms moest ik op vier kinderwagens passen... Heel veel mensen uit de provincie kwamen hier. Hun eerste gang in de stad was naar Heck's op het Rembrandtplein.”

En bij dat alles was er de levende muziek. De directie van Heck's engageerde niet alleen de beroemde radio-orkesten van Marek Weber, Boyd Bachman, Dajos Béla en John Kristel, de Ramblers en Jack de Vries' Internationals, maar ook attracties als het damesorkest van Ro Hakker met zang van Frans (Ketelbinkie) van Schaik, het zigeuner-orkest Kazanova onder leiding van “een slanke jonge vrouw die heel het gloeiende rhythme van haar kunstenaarsziel weet te leggen in haar spel” (aldus dagblad De Tijd) of Schmekaloff's Wonderorkest, dat volgens de advertentie “een bioscooporgel van 4000 gulden en een vier meter lange saxofoon” omvatte. Altijd wat nieuws.

Middenin de schrale jaren dertig maakte Heck's soms een jaarwinst van 300.000 gulden. Dat het 140 man tellende personeel nauwelijks van het succes meeprofiteerde, veroorzaakte uitsluitend opwinding in de kolommen van het communistische dagblad De Tribune - daarbuiten maakte niemand zich druk om de “willekeur, ongelooflijke arbeidsvoorwaarden en lage lonen”. Integendeel, men bleef Heck's met graagte frequenteren. Ook tijdens de bezetting, toen de consumpties weliswaar steeds meer surrogaat-ingrediënten gingen bevatten, maar de muziek niet. En ook weer daarna, tot ver in de jaren vijftig.

Pas daarna schoof de generatiekloof de amusementsmuziek binnen. De belangstelling voor Heck's liep langzaam maar zeker terug. De zaak werd verkocht aan de projectontwikkelaar Zwolsman, die het onroerend goed opwaardeerde, de cijfers herschikte en ontdekte dat het etablissement lang niet genoeg opbracht om nog langer exploitabel te zijn. Op zijn beurt verpatste hij Heck's aan collega Caransa, die er in 1965 een punt achter zette met de woorden: “Dit ding is ten dode opgeschreven.”

Kraaijenhagen, die naar eigen zeggen “een bijzonder soort kippevel” krijgt bij big band-muziek, acht het onmogelijk in de discotheek het oude Heck's-interieur te reconstrueren. “Maar dat is ook niet nodig. De ruimte is multifunctioneel, er worden zelfs congressen in gehouden, en die neon is niet storend. Als de ambiance maar goed is. En het is een gelukkig toeval voor mij dat ik met recht de naam Heck's kan gebruiken.”

Foto: Het vooroorlogse Heck op het Rembrandtplein in Amsterdam Repro Gemeentearchief NRC Handelsblad- Maurice Boyer