Oranje vrouwenteam verdedigt zilver op WK bridge in Tokio

AMSTERDAM, 28 SEPT. De wereldkampioenschappen bridge om de Bermuda Bowl voor open teams en de Venetië Cup voor vrouwenteams zijn nog steeds de belangrijkste evenementen die onder auspiciën van de Wereld-Bridge-Federatie (WBF) worden gehouden. Het tweejaarlijkse WK-toernooi dat dit jaar in het Japanse Yokohama wordt verspeeld en maandag begint, heeft voor het Nederlandse bridge evenals twee jaar geleden in Perth (Australië) een bijzonder belang.

Wederom heeft het Nederlandse vrouwenteam, bestaande uit Carla Arnolds-Bep Vriend, Ellen Bakker-Ine Gielkens en Marijke van der Pas-Elly Schippers, zich voor de strijd om de Venetië Cup gekwalificeerd door bij het Europese kampioenschap brons te winnen. De andere drie Europese vertegenwoordigers op het WK zijn Oostenrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Het Nederlandse open team miste bij het EK net de boot door in de slotfase onderuit te gaan tegen IJsland. De Europese teams in het WK zijn nu Groot-Brittannië, Zweden, Polen en IJsland.

In navolging van de Wereldschaakbond heeft de WBF de wereld in zones verdeeld en deze naar rato van hun ledental het recht gegeven om met één of meer teams aan het WK deel te nemen. Zo is Noord-Amerika in beide toernooien met drie teams vertegenwoordigd, Zuid-Amerika en het Verre Oosten ieder met twee teams en de overige zones met één team. Omdat de krachtsverhoudingen tussen de zones nogal verschillen, moeten in twee afdelingen verspeelde voorrondes kwalificaties opleveren voor de kwartfinales. Iedere afdeling telt acht teams. Voor het Nederlandse vrouwenteam is het zaak om in de voorrondes als eerste of tweede te eindigen, want een derde of vierde plaats houdt in dat in de kwartfinale zal moeten worden aangetreden tegen nummer één of twee van de andere afdeling. Dat zijn vermoedelijk de VS I of Oostenrijk, dat de grootste favoriet is voor de titel.

Om de prestatie van Perth, waar het Nederlandse team zilver won, te evenaren, zullen de Nederlandse bridgesters zwaardere tegenstand krijgen te overwinnen doordat minder uitgesproken zwakke teams deelnemen. Een ernstige handicap is bovendien dat tijdens de voorbereiding coach Chris Niemeijer door ziekte is uitgevallen en dat mede hierdoor van een stevig oefenprogramma weinig terecht is gekomen. International Anton Maas zal nu non-playing captain Jet Pasman bijstaan om het team de vorm te laten hervinden die in 1989 bijna goud opleverde.

In het open toernooi verdedigt het formidabele Braziliaanse team met de dubbele wereldkampioenen Branco-Chagas - zij zijn ook wereldkampioen paren bridge - in de gelederen zijn titel. Opmerkelijk is de deelname van Suriname als representant van Midden-Amerika. De gevolgen van de kwalificatie, het eerste internationale succes van de Surinaamse bridgers, zouden voor de kleine en onbemiddelde Surinaamse bridgebond niet te dragen zijn geweest als de Nederlandse bridgebond niet was bijgesprongen. De NBB, die jarenlang voor de noodlijdende en door de communistische overheid gedwarsboomde Tsjechoslowaakse bridgebond de internationale verplichtingen betaalde, houdt hiermee een traditie hoog die de Nederlandse bridgers in het buitenland een zeer groot aanzien geeft.

Dat de WBF uitgerekend het peperdure Japan heeft uitgekozen voor dit wereldkampioenschap, terwijl de Japanse bridgebond nog geen 4500 leden telt en nog geen bridger van enige betekenis heeft voortgebracht, hebben kwade tongen toegeschreven aan de geldzucht van de WBF. Verlokkende sponsoraanbiedingen van de Japanse computerindustrie zouden WBF tot dit Japanse avontuur hebben verleid dat behalve de Surinaamse bridgebond ook de Poolse en IJslandse bonden in ernstige financiële problemen heeft gebracht. Bijstand door de Poolse regering en sponsoring door de nationale luchtvaartmaatschappij brachten de Poolse en IJslandse bridgers op het laatste nippertje uitredding.

De WBF let dan misschien wel niet zo op de kleintjes, maar financieel gewin heeft met haar beslissing ten gunste van Japan niet gespeeld. Het WBF-beleid is er echter op gericht door aandacht trekkende evenementen nieuwe "bridgemarkten' te ontsluiten en Japan wordt als zo'n potentiële markt beschouwd. De beslissing is overigens al begin jaren tachtig genomen. In 1984 verschenen de eerste Japanse aspirant-arbiters bij het WK om het moeilijke vak van wedstrijdleider te leren zodat de Japanse bond bij het WK 1991 welbeslagen ten ijs zou komen. Overigens staat het gehele toernooi onder leiding van de WBF-toparbiter Ton Kooijman, die hiermee eveneens een Nederlandse traditie voortzet.