Nationale Zorg (4)

Weet je dat volgend jaar iedereen in het ziekenfonds komt, vraag ik op het ogenblik links en rechts. Het is een wat gechargeerde samenvatting van wat er de komende jaren gaat veranderen in organisatie en financiering van de gezondheidszorg in dit land. Maar zelfs op die bewust simplistisch geformuleerde vraag blijft de blik van de meeste geënquêteerden blanco.

Deze volstrekt onwetenschappelijke steekproef versterkt mijn indruk dat het aantal Nederlanders zonder een flauw benul van het "Plan-Simons' statistisch op nul valt te schatten. Behalve een aantal beroepskenners van de medisch-financiële mallemolen is niemand bezorgd of opgetogen over het nieuwe stelsel voor de gezondheidszorg.

Heeft iedereen blind vertrouwen in het gekozen landsbestuur? Of heeft zelfs de aandachtige krantelezer de hoop opgegeven te begrijpen wat Den Haag uitspookt. Wordt pas naar het actiemiddel werkonderbreking gegrepen als het kabinet zelf zegt dat een dramatische beslissing is gevallen? Met als voorlopig hoogtepunt een partijcongres dat moet kiezen tussen Kok en kokhalzen?

Een lid van de Tweede Kamer schreef me deze week: “Hierbij gaat het laatste stukje proza van het ministerie met betrekking tot de stelselherziening. Probeer daar nog maar eens brood van te bakken en-of in vijf minuten spreektijd voor de burger heldere keuzen uit de doeken te doen! Ik geloof dat ik me ga laten omscholen”.

De plannen en hun uitleg zijn kennelijk zo ingewikkeld dat Kamerleden, die in meerderheid hun stem al hebben gegeven aan de grote lijn van "Simons', bij iedere nadere uitwerking met rode ogen achter hun schrijftafel de nacht ingaan. Zich afvragend of zij gek of dom zijn. Dit Kamerlid is naar mijn indruk geen van tweeën.

Heel in het kort komt Het Plan hier op neer. Nederland geeft in 1992 ruim 52 miljard gulden uit aan gezondheidszorg. Dat is evenveel als een kwart van de rijksbegroting, maar het geld staat (op 5 miljard na) niet op die begroting: 33 procent komt uit ziekenfondspremies, 32 procent uit premies voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en ruim 15 procent via particuliere ziekteverzekeringen. Twee derde van de Nederlanders is fonds- en één derde particulier verzekerd.

Aanleiding tot alle rapporten van de afgelopen jaren was de onbeheersbare kostenstijging. Ondanks pogingen tot budgettering blijft de pap de pan uitkoken. In 1995 zijn de uitgaven naar verwachting tot boven de 61 miljard gulden gestegen. In verhouding tot de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Produkt valt die stijging wel mee. Maar op verschillende terreinen zijn achterstanden en nergens geldt zo sterk als bij ziekte en welbevinden van een vergrijzend volk: de vraag is onbeperkt.

Het plan-Simons wil nu 1. de kosten beheersbaar maken, 2. de lastendruk meer naar draagkracht verdelen en 3. de kwaliteit van de zorg verbeteren voor 4. een breed pakket van huisarts tot bejaardenhuis. Niemand is tegen 1. en 3. Niet iedereen staat te trappelen bij 2.en 4.

De weg die Simons gekozen heeft, is tweevoudig: a. collectivisering van de financiering en b. privatisering van de uitvoering (door versterking van de marktwerking).

Tot zover is alles betrekkelijk duidelijk. Lastiger wordt het bij de praktische constructie en de financiële gevolgen van het stelsel. En vooral bij zo goed mogelijke beantwoording van de eindvraag: zal het werken? Zullen patiënten betere zorg krijgen aangeboden via hun "zorgverzekeraar' (het onderscheid "ziekenfonds' en "particulier' vervalt voor iedereen)? En tegen een redelijke prijs?

Voorstanders zeggen: na jaren getob moet er wat gebeuren. Al die bestaande raden en commissies, provincies en gemeenten, maken de zorg niet beter. Laten zorgverzekeraars maar voor hun klanten opkomen. Burgers, hoe ziek, zwak of arm ook, krijgen de zekerheid dat verzekeraars hen moeten accepteren. Verzekeraars krijgen een aan het "risicoprofiel' van hun klantenkring gerelateerde vergoeding uit de Centrale Kas.

Twijfelaars zeggen: welk mechanisme zal de kosten in de hand houden? Wie zal tot concurrentie worden aangezet? Het snel afnemend aantal verzekeraars zal eerder met artsen en ziekenhuizen samenspannen en uitroepen dat de vergoeding van de Centrale Kas niet genoeg is. Wat is dan makkelijker dan de premie verhogen.

Tegenstanders zeggen: het plan leidt tot onoverzichtelijke bureaucratisering die de efficiency alleen maar verlaagt. Dat kan de collectieve lasten alleen maar opjagen. Waarom wordt inkomenspolitiek bedreven met de gezondheidszorg? Middelbare en hogere inkomens zullen één tot een paar duizend gulden achteruit gaan, in ruil voor een slechtere zorg dan hun particuliere verzekering nu biedt. Werkgevers zien aanzienlijk hogere lasten op zich afkomen.

Het aanstaande openbare debat tussen staatssecretaris Simons en VNO-voorzitter Rinnooy Kan zal het laatste woord over de plannen niet brengen. Maar het is wat de Tweede Kamer eind juni heeft nagelaten: een poging de werkelijke vragen over deze poging tot maatschappijhervorming aan de orde te stellen.

Het is en blijft opmerkelijk dat "de politiek' al maanden in rep en roer is over de WAO en de Ziektewet, en tegelijkertijd op een zijveld haar specialisten op het gebied van de gezondheidszorg met de staatsecretaris een nieuwe staatsmachinerie in elkaar laat sleutelen. De overheid moet kleiner en bescheidener worden, roept iedereen, en hup daar bouwen we nog even een loods met via de staat geadministreerde kraampjes waar gewilde verstrekkingen kunnen worden betrokken.

Wim Kok wordt dezer dagen vaker geprezen dan hem lief is om de moed zijn achterban te vertellen waar het op staat. Zijn voorganger Den Uyl verliest die vergelijking, maar één van zijn geloofsartikelen blijft onverkort geldig: juist de zwakkere mag van de sociaal-democratie verlangen dat zij zorgvuldig met de wet en de democratie omgaat. Want hij heeft niets anders om zich aan vast te houden.

Systeembouwers denken soms dat zij een uitzondering zijn. De staatssecretaris van volksgezondheid wees in juni kritische cijfers over de inkomenspolitieke effecten van de hand als “onjuist”, terwijl op grond van zijn eigen cijfers is te berekenen dat die gegevens wel klopten. Algemener gezegd: als het politieke debat meer is geïnteresseerd in solidaire sausjes dan in feiten en opgewekte voorspellingen verkiest boven redelijke praktijk-ervaring, dan verdient het te worden genegeerd. Dat te voorkomen is een nationale zorg.