Mysterie blijft uit bij Dutilleux en Ravel

Concert door het Gelders Orkest en Noordhollands Philharmonisch Orkest o.l.v. Roberto Benzi en Lucas Vis. Met: Pascal Rogé, piano. Werken van Dutilleux en Ravel. Gehoord 27-9, Concertgebouw Haarlem. Herhaling 28-9 Musis Sacrum Arnhem. Opname VPRO voor latere uitzending.

Een Sonatine voor fluit en piano uit 1943 staat aan het begin van een lijst met werken die Henri Dutilleux - de centrale figuur in een fantasierijk samengestelde concertserie van het Gelders en Noordhollands Philharmonisch Orkest tesamen - goed genoeg bevond om bewaard te worden. Een repetoirestuk inmiddels: hyper Frans, charmerend en lenig virtuoos, sterk verwant aan fluitmuziek van André Jolivet, zij het minder avant-gardistisch.

Het is frappant hoe Dutilleux zich binnen zo'n twintig jaar heeft weten te ontwikkelen tot een componist, die streeft naar een roesachtige illuminatie enerzijds en een verklanking van duistere mysteriën anderzijds. Veel werken dragen titels zoals een versregel van Baudelaire, en ik werd dan ook door zekere gevoelens overvallen bij het lezen in het programmaboek van een interview met een musicus van het Noordhollands Phylharmonisch Orkest onder de wel heel prozaïsche titel: “Niet lullen maar spelen”.

Dutilleux is een gedistingreerde poet van de nacht, met een voorliefde voor donkere zachte tonen en zo weet hij een geheimzinnig schimmenrijk te ontvouwen beeldend en beeldrijk die wel heel ver afstaat van de argeloze speelmuziek die de eerder genoemde Sonatine heeft te bieden.

In de Tweede symfonie "La Double' uit 1959 zijn houtblazers vóór de strijkers geplaatst, wat eigenlijk niet onlogisch is, want zij hebben in vrijwel alle partituren ook veel meer soli te spelen dan de strijkers. In een halve cirkel rond de dirigent zijn twaalf musici gezeten die instrumenten bespelen als clavecimbel, celesta en pauken en dit twaalftal voert een dialoog met het grote orkest. Het eerste deel is een Animato ma misterioso, maar pas het tweede deel klinkt werkelijk misterieus, tot een Strawinskyiaans akkoord ons weer nuchterheid weet bij te brengen. In dit tweede deel is een glimp te ontdekken van de latere, zo suggestieve verklanker van het schimmenrijk.

Een bedwelmende kwaliteit kan soms ook Cinq Metaboles (1969) niet worden ontzegd, al is een Bartokkiaanse striemende marsialiteit nog prominenter aanwezig, ik denk hierbij aan het Obsessionel in de vorm van een 12toons passacaglia. En nog duidelijker blijkt Dutilleux' binding met het lijfelijk motorische element in het vierde deel Torpide, waarin het slagwerk de hoofdrol vervuld.

Pianist Pascal Rogé was de virtuoze en luid toegejuichte solist in Ravels Pianoconcert voor de linkerhand. Geen slechte combinatie met Dutilleux, waar juist dit werk Ravels meest duistere kanten uitstekend weet te belichten. Hoe trefzeker ook vertolkt, het moet mij van het hart dat het een nogal genadeloze lezing betrof met beukende bassen, zelfs in de grote cadens. De beide orkesten kwamen tot aanvaardbare prestaties, maar het mysterie liet zich, gisteravond althans, nog niet afdwingen.