Kok prima, weerstaat vakbond

ROTTERDAM, 28 SEPT. De Partij van de Arbeid komt vandaag in rep en roer bijeen. Maar Hans van den Doel zal het niet meemaken. De schrijver van "Het biefstuksocialisme' en voormalig Nieuw Linkser werd tien jaar geleden door een hersenbloeding getroffen en is sindsdien gedeeltelijk verlamd. Ook al heeft hij zich teruggetrokken op het Friese platteland, het huidige WAO-debat kluistert hem aan radio en televisie.

“Kok is een prima vent. Hij weerstaat de vakbeweging”, zegt Van den Doel die aanvankelijk niet meer kon praten maar nu weer in een auto rondrijdt. Zijn ouderwetse felheid is hij niet verloren. “Werkend Nederland moet inleveren en wie niet werken wil, krijgt geen uitkering. Het gaat om het hart van onze verzorgingsstaat”, stelt de voormalige hoogleraar vast. Zijn tuin wordt verzorgd door een gesubsidieerd bedrijfje uit Sneek waar gehandicapten en WAO'ers werken. In hun eigen tempo. “Zo kan het ook”, vindt Van den Doel, nog altijd PvdA-lid.

Weliswaar congresseert de partij vandaag over Kok en de WAO, maar feitelijk staat de toekomst van de verzorgingsstaat op de agenda. Het kabinetsvoorstel over de WAO en Ziektewet hebben de sociaal-democraten een crisis bezorgd; ook de vakbeweging loopt te hoop tegen de kortingsplannen.

De traditionele verzorgingsstaat is onbetaalbaar geworden en niet meer uitgerust voor de moderne samenleving. Het maakt mensen afhankelijk en kansloos. Ook zullen nieuwe aanspraken op het stelsel worden gedaan door de toenemende stroom immigranten uit het oosten en zuiden van Europa.

“De verzorgingsstaat moet worden afgeslankt. Het is daarbij de kunst om de belangrijkste principes ervan overeind te houden”, zegt de rechtssocioloog C.J.M. Schuyt die onlangs een boek schreef over het hart van de verzorgingsstaat. “Een dwangmatige reductie van de WAO-gevallen vind ik geen aantasting van het stelsel. Zo'n ingreep is zelfs noodzakelijk om een aantal elementen van onze huidige samenleving op de lange termijn te handhaven. Het aantal WAO'ers is de afgelopen vijftien jaar tot absurde hoogte gestegen.”

Alleen vindt Schuyt de voorstellen van het kabinet onrechtvaardig omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen eigenlijk en oneigenlijk gebruik van de WAO. Een werknemer die op jonge leeftijd door een bedrijfsongeval blind wordt, krijgt korte tijd WAO en valt daarna terug op een lage uitkering. Terwijl een oudere werknemer die in het kader van een reorganisatie in de WAO verdwijnt, langere tijd van de regeling geniet en daarna een hogere uitkering krijgt.

“Waar kiezen we nu voor? Het oneigenlijke gebruik van de WAO wordt met de kabinetsplannen gelegitimeerd, terwijl de verzekering oorspronkelijk bedoeld was voor rampspoed bij bedrijfsgerelateerde ongevallen”, zegt de Utrechtse socioloog.

Hij vergelijkt de WAO-regeling met de studiefinanciering. “Er is een hele lage drempel, het uitkeringsregime is aantrekkelijk en er staan te weinig verplichtingen tegenover. Terwijl Nederland ontkerkelijkt, stijgt het aantal theologie-studenten met het jaar. Komt dat doordat iedereen opeens gelovig is geworden? Welnee, theologie biedt gewoon het gunstigste arrangement voor studiefinanciering. Het probleem zit in de uitvoering van het uitkeringssysteem. We zijn in Nederland te lankmoedig en kunnen geen "nee' zeggen.”

Pag.18:

Gezocht: Plan voor revisie van de verzorgingsstaat

Socialistische politici trokken de afgelopen weken nerveus door het land om de achterban over de streep van de jaren negentig te trekken. Alleen: het kompas van Kok en Ter Veld wijst nog steeds in de richting van behoud van verworvenheden. De top probeert te voorkomen dat de partij met de door haar gekoesterde verzorgingsstaat implodeert. Maar waar is het Plan voor revisie van het sociale stelsel? Hoe kan een rechtvaardig systeem worden gepaard aan doelmatigheid? En hoe komt Nederland weer aan het werk?

“Dit had een overgangsfase kunnen zijn”, zegt dr. R. Vreeman, voorzitter van de Vervoersbond FNV en lid van de Partij van de Arbeid. “De jaren zeventig waren de jaren van de werknemers. In de jaren tachtig floreerden de ondernemers.” De vakbeweging is teleurgesteld over de regeringsdeelname van haar geestverwanten. “Wij hadden verwacht dat de sociaal-democraten andere accenten zouden leggen zodra ze in de regering kwamen: herverdeling van arbeid, extra aandacht voor de tweede generatie buitenlanders en voor sociaal isolement èn aanpak van verkrotting. Dat was vernieuwend geweest.”

De erfenis van Den Uyl drukt zwaar op de Partij van de Arbeid. Het Spook van Paradiso heeft lange tijd rondgewaard. Op 3 mei 1981 wees partijleider Joop den Uyl in het Amsterdamse cultureel centrum op de gevaren van Nieuw Rechts en creeërde meteen een alibi om aanpassingen van de verzorgingsstaat van zich af te houden. Wie opkwam voor de marktsector en aanpassing vroeg van de collectieve sector, trapte voluit in de door Nieuw Rechts opgezette val, ondermijnde de solidariteit, bevorderde de prestatiemoraal en droeg bij aan de 'veramerikanisering van het Nederlandse bedrijfsleven'.

Door de uitvergroting van Nieuw Rechts heeft de sociaal-democratie zich opgezadeld met een vijandbeeld, schreef de econoom P.J. Vos in het vierde Jaarboek voor het democratisch socialisme dat in 1983 verscheen. Dat belemmerde zowel naar binnen als naar buiten de vrije discussie die nodig was om de gegevens van de maatschappelijke crisis op een rijtje te krijgen en daaraan consequenties te verbinden in de vorm van een consistent beleid. “Er dreigt een omgekeerd McCarthyisme te ontstaan jegens hen die aan het belang van economisch herstel van de marktsector consequenties willen verbinden voor de bestaande verzorgingsarrangementen.”

Van een gevaar dat serieuze aandacht verdient is Nieuw Rechts uitgegroeid tot een spookbeeld dat de interne discussie ontregelt, een spook van eigen makelij, dat van Paradiso, schreef Vos. Zolang dat niet werd uitgedreven zou de opstelling van de sociaal-democraten en hun interne discussie intolerant en onvruchtbaar blijven. “Ik geef geen steek voor mensen met sociale bewogenheid die geen rekensommen maken”, zegt Vos, momenteel econoom bij de Industriebond FNV. “Dat zijn farizeeërs.”

Het behoort volgens hem juist tot de traditie van de sociaal-democratie om die rekensommen wèl te maken. De neiging om financiële problemen van de verzorgingsstaat te verdoezelen heeft Vos nooit begrepen. Een tijdelijke afwijking van de sociaal-democratie noemt hij dat.

Ook andere prominente PvdA-ers waarschuwden tegen het uitdijend "verzorgingsstaat-socialisme'. Wöltgens, Meijer en Van Kemenade bekennen nu de problemen al begin jaren tachtig te hebben onderkend. Maar vonden geen gehoor bij het partijbestuur. Na Schuivende Panelen kregen recente oprispingen van realisme het etiket Nieuw Flinks. Pas in maart volgend jaar staat de toekomst van de verzorgingsstaat op de agenda van het dan te houden partijcongres.

PvdA en vakbeweging sjokken hijgend achter de tijdgeest aan. Namen de progressieven in politiek en vakbeweging in de jaren zeventig het voortouw bij maatschappelijke vernieuwingen in de jaren tachtig moesten ze die rol afstaan aan de vrije markt. De laatste tien jaar kwamen FNV en PvdA twee keer tegenover elkaar te staan: in 1982 bij de Ziektewet-plannen van minister Den Uyl en staatssecretaris van Sociale Zaken Dales en nu strijden de twee partijen opnieuw om Ziektewet en WAO. Fractieleider M. Wöltgens oefende de afgelopen weken fikse kritiek uit op de acties van de FNV.

“De PvdA en vakbeweging staan inmiddels voor verschillende belangen in de maatschappij”, zegt P. de Beer, wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA in Amsterdam. “Zij kunnen zich niet meer met dezelfde groepen identificeren. De achterban van de vakbeweging is traditioneler: de klassieke arbeider die kostwinner is. Maar de arbeidersklasse brokkelde af en er zijn daarnaast andere groepen opgekomen. Ook appelleert de vakbeweging nog steeds aan één gemeenschappelijk belang, maar velen voelen zich daardoor niet meer zo aangesproken. De PvdA wordt nu met de consequenties van de pluriforme samenleving geconfronteerd. De vakbonden kunnen zich momenteel wel terugtrekken op de belangenbehartiging, maar de grote crisis in de vakbeweging moet nog komen.”

De Partij van de Arbeid liet de sanering van de verzorgingsstaat in het verleden liever aan rechts over, ook al is daar niets van terecht gekomen. Uitbreiding van The Affluent Society van Galbraith was progressief; misbruik van sociale voorzieningen was de exclusieve hobby van Hans Wiegel. Tien jaar later heeft zich een omkering van waarden voltrokken. Behoud van het huidige stelsel is conservatief, pleidooien voor afslanking worden als vooruitstrevend beschouwd.

De Beer is echter bang dat de Partij van de Arbeid nu alles overboord gooit. Kok verkoopt de huidige kabinetsplannen ten aanzien van de WAO en Ziektewet nog steeds als een noodzakelijke bezuinigingsmaatregel. De sociaal-maatschappelijke problemen die het hoge aantal WAO-ers en WW-ers met zich meebrengen worden te weinig erkend. “De vraag of WAO-ers wel of niet kunnen werken speelt helemaal geen rol”, zegt De Beer. “En wat komt er terecht van werk delen waarover de PvdA hele rapporten heeft geschreven?”

De verzorgingsstaat moet terug naar de kern, naar analogie van het bedrijfsleven. Schuyt rekent daartoe sociale zekerheid, onderwijs, oudedagsvoorziening en de gezondheidszorg. Hij stelt voor een minimum-stelsel van voorzieningen op collectieve basis te handhaven. “Er zijn altijd mensen die te optimistisch zijn en denken: mij overkomt niets. Het is juist beschavend dat het sociale stelsel deze mensen tegen zichzelf in bescherming neemt.” Mensen die een hogere uitkering willen hebben zouden zich dan particulier kunnen bijverzekeren. Uitkeringen moeten volgens de socioloog in ieder geval zorgvuldiger worden toegekend zodat het kaf beter van het koren wordt gescheiden.

De Beer is het op dit punt niet met Schuyt eens. Er is weliswaar sprake van misbruik van sociale voorzieningen. “Maar misschien moet je dat accepteren want er zijn eenvoudig niet genoeg banen. Het kabinet wil het aantal WAO-ers tot 1994 met 125.000 verminderen. Dat betekent dat je 125.000 extra banen nodig hebt. Waar moeten die vandaan komen?”

De PvdA zal moeten kiezen hoe groot de overheidsbemoeienis in de gereviseerde verzorgingsstaat moet zijn. De sturende en verzorgende rol van de staat vormt immers de kern van het sociaal-democratische gedachtengoed. Als Nederland dezelfde arbeidsparticipatie wil hebben als in het begin van de jaren zeventig moet er een miljoen banen bij komen. Laat ze dit over aan de vrije markt of wordt afgedwongen herverdeling een thema? Nu de planeconomieën in het oosten van Europa hun failliet hebben bewezen en étatisme niet bij de moderne tijdgeest past, staat de PvdA voor een dilemma.

Voorstander van meer sturing van de overheid om werklozen aan een baan te helpen is nog steeds H. van den Doel, die altijd lastig was voor links. Met zijn concept van democratische dwang stond hij in de PvdA begin jaren tachtig alleen. Nieuw Linksers als Van der Zwan en Driehuis kozen voor herindustrialisatie en aanpak van de collectieve sector. Van den Doel, die ook Tweede Kamerlid is geweest, vindt dat Kok terecht de vakbeweging weerstaat in de WAO-discussie. “Het primaat van de politiek - het kabinet en het parlement - moet weer hersteld worden. Het corporatisme waarbij belangenorganisaties als vakbeweging en werkgevers het land bestieren moet worden teruggedrongen. Zij staan niet voor het algemeen belang. Dat hebben ze met de uit de hand gelopen WAO wel aangetoond”, aldus Van den Doel.

Hij meent dat de PvdA niet tot een "armoede'-partij van uitkeringsgerechtigden moet vervallen en een brede aanhang moet blijven bedienen. “De partij moet "afscheid' nemen van de vakbeweging en zelf verantwoordelijkheid voor beslissingen durven nemen. Den Uyl kroop in zijn schulp voor de vakbeweging. Kok doet dat niet. De overheid mòet de financiën saneren. Kok heeft dat begrepen.”

De overheid moet overigens ook zichzelf saneren, vindt Van den Doel. De verzorgingsstaat garandeert iedereen een inkomen, maar heeft een nieuwe tweedeling met zich meegebracht: publieke armoede tegenover individuele welvaart. De staat moet bezuinigen terwijl het individu zich weinig hoeft te ontzeggen. “De vierde macht van ambtenaren in Den Haag moet worden afgebroken zodat er ruimte vrijkomt voor extra werkgelegenheid in de gezondheidszorg: bij ziekenhuizen en bejaardentehuizen. Er is een schrijnend personeelstekort. Door de toenemende vergrijzing zal de behoefte aan personeel alleen maar toenemen.”

Èn de politie moet worden uitgebreid, meent hij en zwaait vermanend met zijn vinger over dit netelige issue voor progressieven. “Er is veel meer politie nodig: stadswachten of wijkagenten. De criminaliteit in de stad en op het platteland neemt hand over hand toe. Mensen voelen zich onveilig. Dat is onacceptabel.”

Of versterking van de collectieve sector wel past in de tijdgeest waarin afslanking van de staat juist een issue is? Van den Doel: “Het gaat hier toch om het hart van de verzorgingsstaat. Al deze taken zijn voor de samenleving noodzakelijk.”

Van den Doel heeft het recept om de huidige crisis in de verzorgingsstaat te doorbreken helder voor ogen. Werknemers moeten hun looneisen minderen zodat het sociale stelsel betaald kan worden, de uitkering van werklozen moet worden gestopt als ze aangeboden werk weigeren en de overheid moet bij de werkgevers banen voor WAO-ers en gehandicapten afdwingen.

Terwijl de PvdA vasthield aan de traditionele tegenstelling tussen arbeid en kapitaal paste het CDA zich aan, lenig als ze is in het centrum van de macht. De christendemocratische consensus-ideologie sluit makkelijker aan bij de "klassenloze' post-industriële maatschappij. En met de introductie van de Zorgzame Samenleving kwam de eigen verantwoordelijkheid ook weer meer te liggen waar hij hoorde: bij de burgers. De oudste dochter moest weer klaar staan om haar invalide vader te verzorgen. Met dat concept nam het CDA eigenlijk al afstand van de verzorgingsstaat. Ook al waren opportunisme en de geldnood van de overheid de grote drijfveer, het CDA was steeds op tijd overstag gegaan. “Het CDA is opmerkelijk consistent gebleven. De christen-democraten willen terecht het maatschappelijk middenveld versterken.”

De huidige verzorgingsstaat heeft ook een vreemde paradox opgeleverd. Het sociale stelsel heeft geleid tot individualisering, en tegelijkertijd maakt de individualisering het systeem te duur. Ook de tegenstelling tussen actieven en niet-actieven is achterhaald. De werkloze is niet meer per definitie de "zwakke' in de maatschappij. Een uitstapje in het grijze circuit repareert de koopkracht. Een gezin met één kostwinner is slechter af dan twee samenwonende uitkeringsgerechtigden. Daarnaast dreigt een onderklasse te ontstaan van drugsverslaafden, een tweede generatie van etnische minderheden en langdurig werklozen.

“Weet de PvdA nog wel wie de èchte zwakken in de samenleving zijn?”, vraagt De Beer van de Wiardi Beckman Stichting zich af. De Partij van de Arbeid dreigt ontheemd te raken. “De mensen werden altijd in twee categorieën ingedeeld: hebben ze werk of geen werk en hebben ze een hoog of laag inkomen. Deze analyse is uit de tijd.”

In de moderne samenleving zijn volgens De Beer twee vormen van solidariteit door elkaar gehaald. “Er bestaat solidariteit gebaseerd op eigenbelang; tegenover rechten staan plichten dus iedereen draagt in beginsel evenveel bij als hij terugkrijgt. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemersverzekeringen zoals de WAO waarbij de hoogte van de premie de hoogte van de uitkering bepaalt.

Daarnaast is er solidariteit met de werkelijk zwakken: bij voorbeeld tussen intelligente en minder begaafde mensen, tussen gezonde mensen en vroeg-gehandicapten. “Er zullen altijd mensen zijn die meer krijgen dan ze zelf kunnen geven. Solidariteit met deze laatste groep moet het fundament zijn van de sociaal-democratische visie op de verzorgingsstaat”, vindt De Beer.

Het organiseren van de solidariteit in het huidige sociale stelsel heeft niet alleen de PvdA een identiteitscrisis bezorgd. In de vakbeweging staan de verhoudingen ook op scherp. De koppeling van uitkeringen en inkomens in de marktsector bleek niet te handhaven en het collectieve ATV-offensief liep spaak.

Toch zal de vakbeweging zo lang mogelijk proberen de solidariteit met de niet-actieven te combineren met looneisen. Dat bleek deze week met de stakingen tegen de WAO-plannen en de presentatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid. In dit opzicht houdt de vakbeweging vast aan het "brede' concept ook al bestaat het plan binnen de FNV de centrale organisatie af te slanken. Maar hoe lang is de solidariteit nog te combineren met looneisen?

Vreeman van de Vervoersbond geeft toe dat de spanning tussen werkenden en niet werkenden in de nabije toekomst kan toenemen. “We voelen niets voor een Amerikaans model waarbij we alleen opkomen voor werknemers”, zegt Vreeman van de Vervoersbond. “Daar zegeviert de totale flexibiliteit. Hire and fire. Een sociale infrastructuur in de bedrijven en scholing ontbreekt.” Herverdeling van werk is daar helemaal niet bespreekbaar.

Misschien moet loonmatiging op den duur wel geaccepteerd worden zodat in bedrijven meer aan preventie van ziekte kan worden gedaan en aan re-integratie in het arbeidsproces van WAO-ers, zegt Vreeman. “In een land met zo'n hoge werkloosheid is herverdeling van arbeid een must.”

“Het afgelopen decennium zijn veel ondernemingen afgeslankt. Alle lucht is eruit. Vroeger had je in ieder bedrijf Ome Jan rondlopen, die niet heel veel meer kon maar wel aan de gang bleef. Al deze mensen zijn weggesaneerd in de industriële marathon. De arbeidsproduktiviteit is daardoor in Nederland erg hoog waardoor ook looneisen gesteld konden worden. Wil je voorkomen dat mensen in de Ziektewet of WAO terecht komen dan mòet je accepteren dat de produktiviteit omlaag gaat en de gezondheidssituatie in bedrijven wordt verbeterd.”

Bovendien zal in de bedrijven de medische dienst moeten worden versterkt, vindt Vreeman. “Veel mensen voelen zich niet lekker en glijden anoniem het arbeidsproces uit. Niemand heeft het in de gaten. Daar moet een veel sterkere controle van de ondernemingsraden op komen”, meent Vreeman. Ook vindt hij het noodzakelijk dat bedrijven verplicht moeten worden gehandicapten en voormalig zieken te re-integreren. Dat vereist echter ingrijpen door de overheid. “De rol van de PvdA in de regering is mij daarin tegengevallen”, zegt Vreeman. “Het gaat wel om politieke keuzes.”

De Partij van de Arbeid zal er in het komende debat over de WAO en het sociale stelsel haar handen vol aan hebben. Een van de kerntaken van de zorgende staat is een goede economische infrastructuur. Alleen dreigt in de hitte van de discussie de internationalisering van de economie vergeten te worden. PvdA kan wel debatteren over de verzorgingsstaat tussen Almelo en Egmond, maar Europa komt eraan. P. Vos: “Elke verzorgingsstaat die niet de rode loper uitlegt voor bedrijven en kapitaal, legt het loodje.”