KINDEREN IN DE VERHALENKAMER

En toen was ik de helicopter. Het vertellen van verhalen in de klas door Vivian Gussin Paley 173 blz., Prometheus 1991, vert. Patty Adelaar (The boy who would be a helicopter, 1990), f 29,90 ISBN 90 5333 051 8

Toen Vivian Paley haar eerste kleuterklas had, deed ze als alle kleuterleidsters. Ze liet de kinderen spelen, maar probeerde wel hun spel zo veel mogelijk te structureren. Ze keurde goed, moedigde aan of bestrafte en bepaalde zo de verhoudingen in de klas. Tot op een dag iemand een onderzoekje naar de waarnemingen van kleuterleidsters kwam doen. Hij constateerde dat de kinderen zich in werkelijkheid veel minder vaak misdroegen dan de naar ordehandhaving strevende juf Vivian dacht.

Op dat moment daagde bij Vivian Paley het besef dat zij al die tijd bezig was geweest de kinderen te persen in het keurslijf van haar eigen normen. Het was tijd voor verandering. Inmiddels is Paley in de Verenigde Staten een vermaarde peda-goge, die er een manier van werken op na houdt die bij geen enkele pedagogische traditie aansluit.

In haar klas bepalen de kinderen de verhoudingen. Een leerplan is er niet meer, of het zou moeten bestaan uit de verhalen van de kinderen aan de verhalentafel, en het uitbeelden van diezelfde verhalen in de verhalenkamer. Paley observeert alleen nog maar. Ze ziet hoe Dana in haar spel de grote zus of de oppas is, maar in haar verhalen de baby. Edward is een superheld bij de blokken, maar in zijn verhalen een boef die wordt gedood.

En toen was ik de helicopter is het verslag van het jaar waarin Jason zijn intrede doet in de klas en daarmee in de verhalen van de kinderen. Want dat is de essentie van Paleys methode: omdat de kinderen niet alleen een verhaal vertellen maar het ook uitbeelden, figureren ze in elkaars verzinsels en doen zo een schat aan intellectuele en sociale kennis op. Als Simon speelt dat hij de papa is, moet Joseph het babybroertjevliegtuig zijn en zeggen dat hij bang is. Simon sust hem: ""Stil maar, babybroertje-vliegtuig, je valt er niet uit. Ik doe twee deuren op slot.'

Maar Jason is anders. Hij speelt voor helicopter, een verhaal van draaiende wieken en kapotte riemen waarin verder niemand voorkomt. En omdat Jason weigert iets anders dan een helicopter te zijn, is het voor de andere kinderen ook moeilijk hem in hun verhaal te betrekken. Hij is de eenling, de buitenstaander die niet alleen nu, maar ook later moeizaam sociale contacten zal leggen. Wanneer Joseph wil dat Jason in zijn verhaal de krokodil is die hem, de papa met het zwaard en de sleutel, bijstaat, trekt Jason zich voetje voor voetje terug achter de blokken, de verhalenkamer uit. ""Deze wiek draait rond,' mompelt hij, ""Nu ga je omhoog, hoog, hoog, omlaag, laag, laag, oh, je stort neer, je bent stuk, nu moet ik deze wiek maken.'

Voor Vivian Paley is Jason een vuurproef. Alleen als de klas erin zal slagen zijn verhaal over de helicopter open te breken, is deze inderdaad het ""eiland van veiligheid en ontvankelijkheid voor iedereen' dat zij er met haar methode van verhalen vertellen en uitbeelden van wil maken.

KWADE KLEUTER

In de loop van het boek lukt het de kinderen ten slotte om Jason in hun verhaal te lokken. Tegelijk wordt de bedoeling van Paley's didactiek steeds duidelijker. In haar opvatting zijn de verhalen van kinderen een unieke manier om denkbeelden en gevoelens te exploreren, een manier die wij, volwassenen, allang kwijt zijn, en die alleen nog voortleeft in de literatuur. Een kwade kleuter wordt Hete Hippo, een nijlpaard dat de wereld zijn wil oplegt. Ook geluk heeft zijn plot en personages: ""Ik was zogenaamd de baby en jij vindt alleen mij maar lief en je praat niet aan de telefoon'. Spelen is leven, vindt Paley. Kleuterleidsters hoeven zich niet het hoofd te breken en te intellectualiseren als voor hun ogen de kinderen oplossingen fantaseren voor hun concrete problemen en abstracte angsten.

En toen was ik de helicopter is geen gemakkelijk boek. De verhalen van de kinderen zijn ontroerend, en het is prachtig te lezen hoe Jason langzaam ontluikt. Als hij op een dag een eekhoorntjeshol heeft gemaakt is niet alleen de schrijfster, maar ook de lezer oprecht blij. Maar waarom Jason in een helicopter vliegt, hoe zijn vader en zijn moeder eruit zien en wat de kinderen met hun diverse verhaalthema's bedoelen: het blijft allemaal even obscuur als in een echt sprookje. Onduidelijk is ook wat er in de klas gebeurt als er geen verhalen worden verteld. Paley onthoudt zich opzettelijk van verklaringen, ""want we doen alsof de klas een afzonderlijke wereld is waarin een ander soort redelijkheid ons gedrag stuurt'.

Dit standpunt lijkt soms wat overdreven, bijvoorbeeld als het haar er toe brengt de waarde van bestaande sprookjes in twijfel te trekken, onder het motto dat kinderen hun verontrustende gedachten zelf wel in verhalen kunnen uitwerken. Het neemt niet weg dat En toen was ik de helicopter op een wel heel bijzondere manier het isolement van elk kind laat zien. Al die verdwaalde, opgesloten, in de val gelopen of gevangen genomen dramaturgen doen de lezer beseffen hoe belangrijk een klas is waar de kleuterleidster een veilig thuis van maakt.