Kanaal van Corbulo

Tijdens een recente opgraving van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek zijn, aldus Joost Vermeulen (NRC Handelsblad, 24 september), resten gevonden van een ongeveer vijftien kilometer lang kanaal uit de Romeinse tijd.

Het zou gaan om een waterweg die de Romeinse veldheer Corbulo volgens Tacitus in de winter van 47 liet graven over een afstand van 23.000 voet, om een verbinding tot stand te brengen tussen de Rijn en de Maas: "Maar tot voor kort was er van de gracht van Corbulo nog geen spoor gevonden'.

Hiermee lijkt het wiel weer te zijn uitgevonden. Ongeveer negenentwintig jaar geleden hebben tal van kranten hetzelfde gemeld over een opgraving (ook van de ROB) in de Meerburger polder te Leiden-Roomburg. Het recente onderzoek bij Leidschendam vormt ongetwijfeld een welkome aanvulling op dat van 1962, waarvan de resultaten en de interpretatie (voorzover is na te gaan) in de wetenschappelijke literatuur algemeen aanvaard zijn.

Echter in deze eeuw heeft nooit iemand beweerd dat het kanaal “in het oosten van ons land, ter hoogte van Nijmegen” heeft gelegen. Dr. A.A. Beekman heeft het als eerste, in 1916, in het westen van Zuid-Holland gelokaliseerd. Verder is het een raadsel hoe een kanaal dat daar de Rijn met de Maas heeft verbonden, is gegraven “over een afstand van 23.000 voet” (= ca. 6,8 km) en een lengte heeft gehad van “ongeveer 15 kilometer”.

De oplossing wordt geleverd door Tacitus (Annales XI 20). Bij hem is overigens niet te lezen dat het kanaal in de winter van 47 tot stand is gebracht; het kan evengoed in de herfst van 47 als in het voorjaar of de zomer van 48 zijn aangelegd, in de tijd waarin Corbulo stadhouder van Neder-Germanië was (we weten niet tot wanneer hij deze functie heeft bekleed). Wel zegt Tacitus dat de in opdracht van Corbulo gegraven "fossa' 23 milia (passuum) lang is geweest, dus 23.000 passen (= 115.000 voet!) of 23 mijl, ongeveer 34 km. Cassius Dio vermeldt als lengte van het kanaal (kennelijk afgerond): ongeveer 170 stadiën, dat is circa 31,5 km.