Japan en zijn grote welzijnssfeer

Als ik in Tokio en Kioto met jonge en oude vakgenoten spreek, een paar zakenlieden en met mensen die zich bezighouden met geestelijke ontwikkeling en met tal van milieu-activisten bespeur ik in hun stem een ondertoon van bezorgheid over hun toekomst.

Velen van hen voelen zich niet lekker over wat ze de "materialisatie van het Japanse denken' noemen. Daarmee bedoelen ze, geloof ik, de haast volstrekte concentratie op produktie en consumptie. En inderdaad is in de agglomeratie van Tokio, die zich nu als één grote megalopolis aan weerskanten, voorbij Osaka en Kioto, uitstrekt tot de oceaan, alles aanwezig om iemand tot zo'n observatie te brengen.

Voor de maatschappelijk meest geslaagden is het enige "spirituele' rustpunt in de twaalfurige werkdag het golfterrein 's morgens heel vroeg. Slechts weinig mannen hebben tegenwoordig nog tijd voor familie of huisaltaar zoals ze tweeduizend jaar lang wel hadden. De vrouwen betreuren de gevolgen hiervan voor de relatie met hun man en voor de band tussen ouders en kinderen. De dappersten onder hen hebben het voorbeeld van hun westerse zusters nagevolgd en hebben het tegen de mannen opgenomen in deze zo oer-masculiene samenleving. Het zijn de huisvrouwen die de plichten van gezin en godsdienst vervullen en velen van hen ervaren dat steeds meer als een zinloos corvee.

Toen me dat verteld werd flapte ik eruit dat dat helemaal niks nieuws lijkt en dat die neiging om het westen in zijn werkverslaving en materialisme te volgen al een eeuw geleden is begonnen toen de wijsneuzen in dienst van de in 1867 herstelde Meiji-dynastie meenden dat Japan "gemoderniseerd' moest worden. Voor de mensen van toen hield "modernisme' verwestersing en industrialisatie in, net zoals dat voor de leiders van de post-koloniale landen in de derde wereld het geval was. De Japanners kozen als lichtend voorbeeld van moderniteit Groot-Brittannië dat toen op het toppunt van zijn koloniale grandeur en van zijn voorsprong in de industriële revolutie was. Een van de gevolgen is dat de Japanners links rijden.

Men is het met me eens, maar wijst erop dat de Japanners in die tijd - toen ze doende waren Japan te veranderen in een exporterend industrieland met een zeer geducht militair apparaat - toch meestal trouw bleven aan hun familiale en spirituele verplichtingen. En ook al verwisselden ze na de Tweede wereldoorlog hun kimono's voor westerse kleding, het bleven Aziaten, herkenbaar als mensen uit een bepaald cultureel milieu met een lange geschiedenis doordesemd met het zachtmoedig boeddhistisch ethos.

Wat zien zij als de weg die voor hen ligt? Ze zien de noodzaak zich te organiseren om weerstand te kunnen bieden aan de druk die Washington uitoefent om de regering te bewegen tot herbewapening en tot afzwering van het hunkerend vredesverlangen dat na de oneervolle nederlaag in de Tweede wereldoorlog is ontstaan. Ze zouden de energie en geestkracht die zo'n actie genereert, willen gebruiken om het volk zover te krijgen dat het tij van de hyperconsumptie gekeerd wordt en dat men zich weer bekeerd tot de niet-materiële waarden die ze zo lang hebben gehuldigd. Voor zo'n innerlijke revolutie biedt de nu sterk opkomende milieubeweging in Japan een uitstekend kader.

Dit alles lijkt misschien utopisch en onverenigbaar met Japans rol als economische supermacht die op het punt van produktie en marketing nummer één in de wereld wil zijn. Veel Japanners vrezen dat hun land opnieuw het doelwit worden van het Amerikaans buitenlands beleid dat altijd een "vijand' nodig heeft en in het leven roept om de voortdurende aanmaak van nieuw militair materieel te rechtvaardigen waarvan de Amerikaanse economie zo sterk afhankelijk is. Daartoe ouden Japanners eenvoudigweg gedemoniseerd worden - zoals William Randolph Hearst deed en de Amerikaanse propaganda-machine sindsdien volhoudt te doen. Eenmaal in zo'n hoek gedrukt zou Japan zich moeten herprofileren als een "Aziatische' mogendheid die het hoofd kan bieden aan de xenofobie die voortspruit uit de handelsbelangen van een expansief "Fort Europa' en het Noordamerikaanse protectionisme.

Sommige van de progressieve denkers in de milieubeweging spreken al van een terugkeer door Japan naar het oude idee van Azië als een soort Japans gemenebest, een grote welvaartssfeer. Maar dan nu meer in de zin van een grote welzijnssfeer waarbij het zowel om de ecologie als om de economie gaat en de de gemeenschappelijke voorspoed niet wordt gedicteerd door wapens maar door de yen.