Indonesiëhandhaaft de doodstraf

JAKARTA, 28 SEPT. Indonesië is niet van plan het Nederlandse voorbeeld van 1983 te volgen en zal de doodstraf niet afschaffen. Dat zei de Indonesische minister van justitie Ismail Saleh deze week nadat hij samen met zijn Nederlandse ambtgenoot Hirsch Ballin een samenwerkingsovereenkomst had ondertekend op het gebied van het milieurecht.

Hirsch Ballin brengt op dit moment een officieel bezoek aan Indonesië om de juridische samenwerking met Jakarta te bespreken, een lezing te houden en zich op de hoogte te stellen van de ontwikkeling van het Indonesische rechtswezen.

De juridische samenwerking tussen Nederland en Indonesië is de laatste jaren geïntensiveerd; Justitie trekt daar jaarlijks twee miljoen gulden voor uit. In dat kader hebben sinds 1985 openbare aanklagers, rechters en politiemensen uit Indonesië opleidingen gevolgd in Nederland, met name in wetshandhaving op milieugebied. De jongste overeenkomst beoogt de opleidingen te verplaatsen naar Indonesië, omdat dit van beide kanten effectiever wordt geacht.

Tijdens de persconferentie na afloop van de ondertekening stelden journalisten vragen over een tweetal rechtsregelingen die destijds door de regering van Nederlands Indië zijn ingevoerd en die in het onafhankelijke Indonesië nog steeds van kracht zijn: de doodstraf en de zogenaamde "haatzaai'-artikelen. Minister Saleh liet weten dat “Indonesië momenteel werkt aan een modern, nationaal rechtsstelsel, op basis van de grondwet van 1945 en de nationale ideologie Pancasila”. Daarin zal de doodstraf als mogelijk vonnis worden gehandhaafd. Hij zal echter "selectiever worden toegepast' en worden aangemerkt als buitengewone straf die onder bepaalde omstandigheden kan worden omgezet in levenslang, aldus de minister.