"Ik weet wat het is als ze je uit je huis weg komen halen'

ZANDVOORT, 28 SEPT. In de zwiepende regen loopt een geblinddoekte Palestijnse vrouw die de hand vasthoudt van een joodse Israelische man. Achter hen beweegt een Israelische soldaat in burger zich met dichtgeknepen ogen struikelend voort, terwijl een Palestijnse man hem helpt de straat over te steken. Dit tafereel betreft geen opname voor een Fellini-achtige speelfilm, maar vormt een onderdeel van een tiendaagse, door D66 gearrangeerde ontmoeting in Nederland tussen Israeliërs en Palestijnen uit de bezette gebieden.

In een Zandvoorts bungalowpark proberen tien Palestijnen en acht Israeliërs de angsten te verwerken die gepaard gaan met de intifadah en de bezetting van de Palestijnse gebieden. Op politiek gebied lopen de meningen van de twee delegaties niet zo ver uiteen. De Israeliërs zijn allen lid van de RATZ-partij; ze zijn voorstanders van een onafhankelijke Palestijnse staat. Maar ook al ben je het in veel opzichten met elkaar eens, oorlog veroorzaakt altijd wonden. De therapeutische sessie roept dan ook veel emoties op.

Voorafgaande aan hun reis naar Nederland blijken de beide delegaties op één punt dezelfde ervaringen te hebben gehad: ze zijn door hun landgenoten aangevallen. Bertie van Gelder (58) vertelt hoe ze is uitgemaakt voor "Arabieren-lover'. De 43-jarige Palestijnse pedagoge dr. Rehab Essawi is door radicale Palestijnen “bespuugd, bedreigd en uitgescholden voor hoer”. Toch heeft ze geen spijt van haar komst. “Ik wil de dialoog blijven voeren. Daar zal ik ook in Israel mee doorgaan, zelfs als ik er het leven bij zou laten.” Essawi weet waarover ze het heeft. Een van haar broers sneuvelde in de strijd, een andere broer zat twaalf jaar vast. Nu zit haar vader in de gevangenis, evenals haar twee zwagers.

Tahreer Taha (24) luistert aandachtig. Haar verblijf in Nederland roept gemengde gevoelens bij haar op. Ze is ver van huis, maar toch kan ze herhaaldelijk wegens nachtmerries niet slapen. Huilend en in een waterval van woorden vertelt ze hoe steeds dezelfde droom heeft: ze ziet twee vrouwen die plotseling in soldaten veranderen en haar achtervolgen. Al gauw wordt duidelijk dat deze droom alles te maken heeft met de arrestatie van haar broer. Taha woont in een dorp waar alles tot een jaar geleden relatief rustig was. Tot een jaar geleden, toen midden in de nacht acht soldaten haar huis binnendrongen en haar oudste broer meenamen.

“Ik ken jouw angsten. Ik weet wat het is als ze op je deur kloppen om iemand weg te halen”, zegt Bertie, sprekend over haar ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Ook nu is ze regelmatig bang. Als ze alleen in Jeruzalem loopt, weet ze dat ze kan worden neergestoken. Maar dat is niet haar voornaamste angst, “want als ik dood moet, ga ik dood”. Als veel bedreigender ervaart ze het dat haar vriendschappen met behoudende Israeliërs kapot gaan. “Ik ben bang dat ze me als een gek beschouwen”, snikt ze.

Ilan Feldman is diensplichtig soldaat. “Iedere keer nadat ik naar de bezette gebieden ben gestuurd, heb ik minder vertrouwen in mijzelf”, zegt hij. “Vooral omdat ik niet geloof in wat ik doe. Tot nu toe heb ik nog nooit mijn knuppel of dienstwapen gebruikt. Maar als dat op een keer onvermijdelijk is, beschouw ik dat als het ergste wat me zou kunnen overkomen.”

Rehab Essawi zegt al zo veel meegemaakt te hebben dat ze haar angsten definitief heeft overwonnen. “Ons leven is door oorlog bepaald”, meent ze. “Het gaat om de volgende generatie. Luister niet naar onze zogenaamde leiders, maar probeer zelf aan de vrede te werken.” Ooit was ze in New York waar ze werd uitgenodigd de Arabische gemeenschap toe te spreken. Ze weigerde. “Het heeft geen zin je tot gelijkgestemden te wenden”, zegt ze. “We moeten onze vijanden overtuigen. Dat is onze enige kans.”