Hij had zich een slechtere moordenaar kunnen wensen

Het eind dat niemand keren kan. Zondag, Ned. 2, 21.31-23.29u.

Wie was Jacob Israël de Haan? In de documentaire Het eind dat niemand keren kan die zondag wordt uitgezonden door de VPRO, blijft het mysterie intact. Emile Fallaux en Saskia van Schaik hebben de verleiding weerstaan om een stempel op zijn leven te drukken. Hun weergave ervan maakt een objectieve indruk, al klinkt er tussen de mooie beelden en de scherpzinnige commentaren veel liefde door voor de schrijver van Pijpelijntjes en de dichter van ”het Joodse Lied'. Het is erg prettig dat zij van De Haans leven geen drama hebben gemaakt, hoe dramatisch het in werkelijkheid ook zal zijn geweest.

Driekwart van de documentaire is gewijd aan de reconstructie van zijn laatste vijf levensjaren in het toenmalige Palestina. Die reconstructie is vooral gericht op de moordaanslag op De Haan, de eerste politieke moord van joden onderling, een moord die na al die jaren nog steeds niet vergeten is.

In maart 1919 kwam De Haan aan in Jeruzalem met hooggestemde verwachtingen. Maar het beloofde land bleek een verdeeld land te zijn, met aan de ene kant de zionistische immigranten die in Palestina een joods nationaal tehuis wilden stichten en aan de andere kant de orhodoxe joden die in alle rust de komst van de Messias af wilden wachten. En natuurlijk was er de Arabische bevolking, die zich door de joodse immigranten in haar bestaan bedreigd zag.

Voor De Haan, de eeuwige eenling, lag hier een mooie taak, want was hij niet de aangewezen figuur om de partijen met elkaar te verzoenen? De Zionistische Commissie dacht daar anders over, die zat niet te wachten op een Nederlander zonder geld. Een lelijke taxatiefout. De Commissie had hem beter te vriend kunnen houden, want nu kreeg ze haar handen vol aan het nagaan van de vele onvoorspelbare gangen van de eigenzinnige dichter.

Als correspondent van Algemeen Handelsblad en later ook van de Daily Express liet hij de wereld weten hoe verdeeld de zaken er in Palestina voorstonden. En hij maakte verschillende uitstapjes naar Jordanië om met Arabische koningen en emirs van gedachten te wisselen.

Het meest thuis voelde hij zich nog bij de orthodoxe Agoeda-beweging van Menachem Porusch die hem goed kon gebruiken als buffer tegen de annexatiedrift van de zionisten. Tot op de dag van vandaag wordt ”professor' De Haan door Menachem Porusch junior geëerd en betreurd. “Ik was zó geschokt. Zó verbaasd. Ik was helemaal kapot”, zegt hij, die ten tijde van de moord niet veel meer dan een jongetje geweest kan zijn. Het was een dag van rouw”, verzucht hij over de begrafenis van De Haan. “Duizenden mensen liepen achter de baar en huilden. Ze waren erg bedroef en geschokt.”

Maar niet iedereen treurde om de dood van De Haan. “Iedereen was blij”, vertelt de oude vrouw die met een vriendin in de Jaffastraat aan het spelen was toen de dodelijke schoten op De Haan werden gelost. “Mazzeltov! zeiden ze tegen elkaar.”

Het mooist en het meest indrukwekkend is de uitgebreide getuigenis van de man die de schoten loste. De 88-jarige Awraham T'homi maakt een levendige en ongebroken indruk. Hij lacht ontwapenend en heeft een vriendelijke oogopslag. Spijt heeft hij nog steeds niet van zijn daad, verricht in opdracht van de ondergrondse zionistische Hagana-beweging, die de vorming van de joodse staat in gevaar gebracht zag door De Haan. “Zelfs zijn naam klonk me vreemd in de oren”, zegt T'homi, die na 67 jaar nog steeds verbijsterd lijkt door het onberekenbare gedrag van De Haan. “Elke dag vertelden ze weer nieuwe, rare dingen die hij had gedaan.” Zo zou De Haan tegen de beruchte anti-zionistische persmagnaat Lord Northcliffe hebben gezegd dat de Engelse regering de grenzen van Palestina openstelde voor bolsjewieken. Eén van die vermeende bolsjewieken was T'homi zelf, die uit Odessa was gevlucht na bloedige pogroms. “Het deed zo zeer. Degenen die gevlucht waren uit Rusland hadden zoveel ellende gehad. ”Dood de joden en red Rusland!', dat hoorde je overal. En wij werden beschuldigd van bolsjewisme, door een jood!”

Door een geheim tribunaal van de Hagana werd De Haan ter dood veroordeeld. “Ze noemden hem een verrader”, zegt T'homi. “En omdat het onmogelijk was om hem voor de rechtbank te slepen, of hem in de gevangenis te stoppen of op een andere manier tegen te houden, moest hij wel uit de weg worden geruimd.”

Nee, T'homi heeft geen spijt van zijn daad. En toch maakt hij helemaal geen onsympathieke indruk. Het zou de kijker op de absurde gedachte kunnen brengen dat De Haan zich een slechtere moordenaar had kunnen wensen.

“Dus denk er aan en vergeet het niet: vóór den vier-en-twintigsten. Onthoud uw Dag!