HAUSER

Kaspar Hauser, kind van Europa. Zijn leven, zijn opvoeding, zoals waargenomen en beschreven door vier tijdgenoten door Anselm R. von Feuerbach, Georg F. Daumer, Otto von Pirch en Heinrich Fuhrmann, Nederlandse vertaling en bewerking Candide Amsterdam 185 blz., Candide 1990, f 29,95 ISBN 90 6481 131 8

Alleen twee houten paardjes, een kan water en wat brood als gezelschap. Zo zat Kaspar Hauser jarenlang opgesloten en vastgebonden in een duistere kelder. Als hij at, kregen de paardjes ook een stukje brood voorgehouden, als hij dronk, doopte hij hun snuitjes in het water. Soms smaakte dat water vreemd. Daarna werd Kaspar altijd wakker met een schoon hemd aan en geknipte nagels.

Veel meer bewuste herinneringen dan deze had Kaspar Hauser niet, toen hij op tweede pinksterdag 1828 opdook op de markt van Neurenberg, zijn eeltloze voeten vol blaren, in landloperskleren en met een brief op zak. Daarin stond dat hij in 1812 als baby voor de deur van de, overigens anonieme, briefschrijver neergelegd was (een arme dagloner met al tien kinderen) en dat hij sindsdien het huis niet meer verlaten had. Er was nog een briefje, zo te zien van Kaspars moeder, ”een arm meisje' dat het kind niet kon onderhouden. Ze vraagt hem op zijn zeventiende naar Neurenberg, naar het zesde Schwolische regiment te sturen waar zijn gestorven vader ook in diende.

Bij dat regiment is Kaspar nooit terecht gekomen. Zijn wonderlijke verschijning wekte onmiddellijk de interesse en het medelijden van de Neurenbergers. Zij namen hem op in hun midden, verzorgden hem, leerden hem meer te eten dan alleen brood, onderwezen hem. Toen Kaspar aankwam, kon hij maar heel weinig zeggen. Wel schreef hij keurig in grote letters zijn naam op: Kaspar Hauser.

Die naam is wereldberoemd geworden, en nog altijd met een zekere geheimzinnigheid omgeven. Hoogstwaarschijnlijk was Kaspar van koninklijke bloede. Hij zou de zoon zijn van groothertogin Stephanie en groothertog Karl van Baden. Karl stierf in 1818, zijn broer Ludwig nam de macht over en zou in Kaspar, de wettige troonopvolger, een bedreiging hebben gezien die uit de weg geruimd moest worden. Anselm Ritter von Feuerbach, een strafrechtgeleerde die zich vanaf het begin om Kaspar bekommerde, heeft dat aannemelijk gemaakt. Een ontdekking die hij, alweer: waarschijnlijk, met de dood heeft moeten bekopen. Dat alles meldt althans het nawoord van de uitgever in Kaspar Hauser, Kind van Europa, zijn leven, zijn opvoeding, dat vier vertaalde en bewerkte ooggetuigeverslagen over Kaspar bevat. Het eerste is van diezelfde Feuerbach, de andere zijn van een pedagoog, een luitenant en een godsdienstleraar die zich allemaal intensief met Kaspar Hauser hebben bemoeid.

Het moet gezegd: hun verhalen zijn stuk voor stuk aangrijpend en razend interessant om te lezen. Ze hadden alleen op mij het effect van appitizers. Toen ik het boek uithad, werd ik vooral vervuld van honger naar meer. Meer over de extreme gevoeligheid van Kaspar voor metalen (door een hoop papieren en een kleed heen voelde hij de aanwezigheid van een speld, alleen maar door zijn hand in de buurt te houden), en aanrakingen (iemand die in de verte zijn arm naar hem uitstrekte deed hem al opschrikken). Meer over zijn vermogen kleuren te zien in het donker. Meer over zijn onvermogen te begrijpen dat niet alles leeft en voelt zoals wij en dat niet alles door mensenhanden gemaakt is. Meer over hoe hij leerde perspectief te zien, en nachtelijke dromen van de realiteit te onderscheiden. Ik wil weten of ooit nog iemand Hongaars tegen hem heeft gesproken, de taal die ineens allerlei herinneringen bij hem bovenbracht. Dolgraag wil ik een verklaring voor het feit dat allerlei Latijnse verzen hem iets zeiden. En wie heeft hem ruim vijf jaar na zijn aankomst in Neurenberg vermoord? Maar vooral wil ik weten wat ik moet geloven, en wat niet.

Natuurlijk kunnen de meeste van die vragen onmogelijk meer beantwoord worden. Maar toch schiet het boek ernstig tekort vind ik. Want ook het Ten Geleide en het Nawoord roepen meer vragen op dan ze beantwoorden. Ik noem er een: als boze oom Ludwig zich in 1818 inderdaad van Kaspar wilde ontdoen, dan was Kaspar al zes en geen baby toen hij opgesloten werd, of hij was pas tien toen hij gevonden werd. Zijn er aanwijzingen voor het een of voor het ander? Nu wordt er aan die elkaar tegensprekende jaartallen geen woord besteed. Een moderne vertaling maken van die ooggetuigeverslagen was een goed initiatief maar daar had een tekst bij gemoeten waarin feiten, veronderstellingen en vragen op een rijtje zijn gezet.