De psychiatrie in de Sovjet-Unie wordt nu niet meer in staatsdienst gesteld

"Politiek misbruik van psychiatrie' was decennia lang min of meer synoniem met Sovjetpsychiatrie. Sinds 1950 beheerste een kleine groep Moskouse psychiaters de psychiatrie in de Sovjet-Unie. Alle contacten met het Westen en de toegang tot Westerse psychiatrie werden door hen gemonopoliseerd, hun eigen theorieën werden tot wet verheven en deze tak van de medische zorg werd omgevormd tot een onderdrukkingsmiddel waar honderden, zo niet duizenden andersdenkenden het slachtoffer van werden.

Prominente psychiaters als Snezjnevski, Loents, Morozov en Vartanjan werden bestempeld als "artsen van de duivel' en vergeleken met Nazi-arts Josef Mengele. Sovjetpsychiaters kenden niet de - binnen de artsenstand algemeen aanvaarde Eed van Hippokrates maar de Eed van de Sovjetarts. Daarin werd vastgesteld dat artsen primair verantwoording schuldig zijn aan de staat en pas in de tweede plaats aan de medische ethiek. Zoals een psychiater eens tegen een politiek gevangene zei: “Een Sovjetarts moet weten wanneer hij zijn stethoscoop neer moet leggen en een pistool ter hand moet nemen”.

Sinds er in de Sovjet-Unie veel veranderd is, zijn in de psychiatrie langzamerhand ook weer de eerste stappen in de richting van een humanisering gezet. Er zijn namelijk sinds maart 1989 een toenemend aantal onafhankelijke psychiatrische verenigingen die de machtsmonopolie van de "Moskouse school' betwisten. Na de oprichting van de Onafhankelijke Psychiatrische Vereniging in Moskou volgden Leningrad (St. Peterburg), de Baltische landen, Georgië en de Oekraïne.

De onafhankelijke psychiatrische vereniging in laatstgenoemde republiek werd begin dit jaar opgericht op initiatief van de jonge radicale minister van volksgezondheid, Joeri Spizjenko. Wanhopig geworden door de lawine van klachten van voormalige patiënten en door de voortdurende tegenwerking door zijn ambtenaren om welke verandering dan ook door te voeren, riep Spizjenko de dissidente psychiater dr. Semjon Gloezman bij zich. Aan Gloezman die wegens zijn protest tegen het politiek misbruik van de psychiatrie tien jaar in kampen heeft gezeten en verbannen is geweest, werd met klem gevraagd een onafhankelijke vereniging van psychiaters op te richten die buiten de bureaucratie van het ministerie om de hervorming van hun vakgebied ter hand kon nemen.

Gloezman koos bij het oprichten van "zijn' vereniging voor een compromis-oplossing. Wetend dat alleen met medewerking van leidende Oekraiense psychiaters veranderingen konden worden doorgevoerd, incorporeerde hij de psychiaters die weliswaar niet direct bij het politiek misbruik betrokken waren geweest maar daarvoor door hun functie wel medeverantwoordelijk waren geweest. Zo sloten de hoofdpsychiater van de Oekraïne, de hoofdpsychiater van het ministerie van binnenlandse zaken en de hoofdpsychiater van Kiev zich bij de vereniging aan. Ondanks herhaalde verzoeken weigerde Gloezman het voorzitterschap op zich te nemen omdat hij van mening was dat het geen "dissidente' vereniging moest worden en dat de leidinggevende psychiaters zelf de leiding moesten nemen over de hervorming van de psychiatrie in hun land.

Tijdens een recent bezoek aan de Oekraïne ter bespreking van gezamenlijke projecten, vooral op onderwijsgebied toonden leden van de Oekraiense Psychiatrische Vereniging mij een aantal van de problemen waar men mee te kampen heeft. Voor het eerst probeerde men niets te verbergen. Integendeel, wetende dat alleen volledige openheid tot steun voor hun hervormingspogingen zou kunnen leiden, trachtte men juist de "rotte plekken' te tonen. Een van de bezoeken betrof de Pavlov-kliniek in Kiev, geleid door de notoire nomenklatoera-psychiater Anatoli Revenok. Gebruik makend van de afwezigheid van hun directeur, toonde men mij afdelingen die tot nog toe verborgen waren gehouden. In een souterrain verbleven meer dan tachtig geriatrische patiënten, bijeengepakt in overvolle zalen. In andere zalen lagen meer dan twintig patiënten, de smalle metalen bedden tegen elkaar geschoven met nauwelijks loopruimte. Het beddengoed was smerig, maar nog smeriger waren de sanitaire voorzieningen. De vloer was groen-bruin van de algen en het aangekoekte vuil. De stank op de hele afdeling was onbeschrijflijk. De hel van Dante op aarde.

De staf, één psychiater en drie verpleegsters voor de meer dan tachtig patiënten, was wanhopig. De patiënten komen nooit buiten omdat niemand de tijd heeft om een oogje in het zeil te houden. Van behandeling is door tijdgebrek en medicijnentekort geen sprake. Geld om operaties uit te voeren of de afdeling op te knappen wordt door directeur Revenok geweigerd, terwijl al zeven jaar geleden een nieuw gebouw is toegezegd. Dat gebouw, vijftig meter verderop wordt echter niet afgebouwd, omdat de directeur op deze manier aan bezoekers kan tonen dat hij "druk bezig is met bouwen'. Het weinige geld dat er is, wordt gestoken in een monstrueus gebouwencomplex op het terrein, waar naast de directeur en zijn staf een wetenschappelijk psychiatrisch instituut en een afdeling voor veteranen van de Grote Vaderlandse Oorlog (de Tweede Wereldoorlog) huizen. De directeur, zo verklaarde de staf bouwt een façade, een waar "Potemkin-dorp', terwijl de patiënten honderd meter verderop kreperen. Tot nog toe is zelfs de minister niet in staat geweest om Revenok te ontslaan, aangezien deze door machtige politieke vrienden wordt beschermd. De hoop is nu gericht op de Oekraiense onafhankelijkheid waarna korte metten kan worden gemaakt met de oude nomenklatoera.

In andere inrichtingen is de situatie weliswaar beter, maar toch nog nauwelijks menselijk te noemen. Geldgebrek, tekort aan medicijnen, een systeem dat voortdurend tegenwerkt, het zijn allemaal factoren die een humane psychiatrische zorg onmogelijk maken. Daarbij komt dat het opleidingsniveau van de psychiaters bijzonder laag is. Tot voor kort duurde de specialisatie-opleiding tot psychiater vaak maar vier maanden. Minister Spizjenko heeft de minimumduur van de psychiatrische opleiding in de Oekraïne nu op drie jaar vastgesteld. Maar wat stelt die opleiding voor als alle vakliteratuur nog afkomstig is van dezelfde psychiaters die de psychiatrie tot onderdrukkingsmiddel vervormden?

Toch is er hoop. De wil om te veranderen is er. Niet alleen bij minister Spizjenko en bij de Oekraiense Psychiatrische Vereniging, maar ook bij de doorsnee-psychiater. Voor het eerst is er, dank zij de omwenteling en het uitzicht op de onafhankelijkheid, de mogelijkheid om werkelijk iets te doen. Voor het eerst is direct contact met Westerse bezoekers mogelijk en kan men openlijk zeggen wat er mis is. En voor het eerst hebben zij een professionele vereniging die hun belangen werkelijk verdedigt en een minister die weet wat er mis is en daar wat aan wil doen. Volgend jaar verschijnt in de (inmiddels voormalige) Sovjet-Unie voor het eerst in meer dan dertig jaar een Westers psychiatrisch handboek in de Oekraiense taal. Ook andere wetenschappelijke publikaties staan op stapel en met bedrijven wordt onderhandeld over de levering van medicijnen. De uitvoering van deze projecten kan, samen met het reeds aanwezige enthousiasme van de doorsnee-psychiater, leiden tot werkelijke veranderingen. Helaas, zo weet men, zal het jaren duren voordat de eerste resultaten zichtbaar zijn. Voor veel van de geriatrische patiënten in het Pavlov-ziekenhuis in Kiev komt dat veel te laat.