CHRISTINA ONASSIS; Sneeuwwitje zonder de zeven dwergen

All the Pain that Money Can Buy. The Life of Christina Onassis door William Wright 399 blz., geïll., Simon & Schuster 1991, f 49,10 ISBN 06 71 68459 0

Christina Onassis was het spreekwoordelijke "arme' rijke meisje: als kind al lijdend aan haar miljoenen, zoals een ander zou kunnen lijden aan een fatale geboorteafwijking die in het latere leven de vorm aanneemt van een slepende kwaal. Geld had op haar de uitwerking van een poliovirus, ze werd erdoor verlamd en geïsoleerd, even onverbiddelijk alsof ze was veroordeeld tot een invalidekarretje.

Ten slotte is ze er zelfs aan gestorven, 18 november 1988, 37 jaar oud (of jong), grondig gefnuikt door een ongelukkige jeugd en vier mislukte huwelijken, teleurgesteld, en door meer mensen in de steek gelaten dan ze zich wilde herinneren. Haar geschiedenis doet in de verte denken aan het sprookje van Sneeuwwitje, nog zo'n prinsesje dat in haar naïeve begerigheid geen weerstand kon bieden aan de giftige opschik en de dodelijke appels die een boze stiefmoeder verleidelijk voor haar uitstalde. Ze kocht alles wat haar aangeboden werd, alles wat glom en er aan de buitenkant mooi uitzag. En ze stikte erin.

Maar Christina Onassis kreeg dan ook geen hulp van de zeven dwergen, en ook kwam er geen prins voorbij om haar te verlossen uit haar hermetisch gesloten glazen kist. Het publiek en de media vergaapten zich aan haar, als een ikoon van rijkdom en succes was ze permanent te bezichtigen, in de schandaalbladen en de roddelrubrieken. Ze was, schrijft William Wright in zijn biografie All the Pain that Money Can Buy ""een dubieus, opgepept kunstwerkje in een veel te kostbare vitrine''. En ook de vrienden ""voorzover ze die had'' werden door het geld op afstand gehouden: dik betaald voor hun moeite, overtroefd, vaak achteloos gebruikt, en uiteindelijk gereduceerd tot de status van narren en vernederde hovelingen.

ARME RIJKEN

Hoewel iedereen in theorie weet dat geld niet gelukkig maakt, en zich met die platitude troost, is het de meesten van ons wel duidelijk dat (te) weinig geld ook niet bevorderlijk is voor het welbevinden. En dat laatste is geen wijsheid-van-horen-zeggen, maar harde, dagelijkse praktijk. Het valt dan ook niet mee om enige compassie op te brengen voor de "arme' rijke mensen die de platitude zo treffend illustreren: afgunst staat de identificatie in de weg.

Onwillekeurig denk je dat je het er in háár plaats een stuk beter afgebracht zou hebben. Wat zou je niet allemaal voor leuks en zinnigs hebben kunnen doen, met al dat geld! En, tja... natuurlijk ook met een klein beetje talent en een minimum aan gezond verstand, dat spreekt vanzelf. Maar is dat nou echt zó moeilijk? We schudden ons hoofd.

We vinden het spektakel van iemand die in geld verdrinkt pathetisch, onhandig, alsof we kijken naar het gevecht van de mot tegen de kaarsvlam. Het is pijnlijk om te zien, en vooral: het lijkt zo ongelooflijk stom. Zo onnodig en zo kortzichtig.

William Wright onderkent in zijn boek dat dualisme in de belangstelling voor zijn onderwerp. Hij schrijft: ""Als we de zeer rijken aan een beschouwing onderwerpen, merken we dat onze natuurlijke nieuwsgierigheid wordt ingeperkt door onze even natuurlijke afgunst. Is het nog niet erg genoeg dat zij de paleizen en de jachten hebben die wij ontberen? Moeten we dan óók nog iets over hun persoonlijk leven lezen? Een compromis tussen deze twee strijdige impulsen wordt vaak gevonden: we zijn bereid ons in hun weelderige bestaan te verdiepen, op voorwaarde dat ze eronder lijden en slecht aan hun eind komen.''

Sarcastisch laat hij erop volgen: ""Als dat de eisen zijn, voldoet Christina Onassis daar wonderwel aan.''

Zelf is hij aan voornoemde afgunst ontstegen, en het is de verdienste van zijn boek dat hij de lezer tot een soortgelijke generositeit kan bewegen - niet door een beroep op de voor de hand liggende sentimentaliteit, maar door een overtuigend exposé van "de feiten'. Die "feiten' zijn weinig subtiel, en de persoonlijkheid van de vrouw die erdoor werd gevormd is al evenmin een studie in halftinten.

CELEBRITIES

Christina Onassis was in de eerste plaats de verslaafde dochter van haar vader, en dat is ze altijd gebleven. Het was me de vader dan ook wel. Toen ze klein was, reisde ze mee aan boord van de Christina (het legendarische jacht waarop Onassis zijn celebrities fêteerde, zoals Winston Churchill en Maria Callas), maar voor de kinderen, haar broertje Alexander en zij, was nooit plaats. Het was een wereld van grote mensen, van intriges en onbegrijpelijke machtswisselingen.

Haar moeder, Tina Onassis, bevond zich ook aan de zijlijn. Zij was een mooie maar weinig stabiele figurante in het grandioze theater van haar echtgenoot. Toen Tina er eindelijk genoeg van kreeg, onder andere door zijn ronkende verhouding met Callas, ging ze er vandoor met een saaie, Britse aristocraat. Met de twee kinderen werd ondertussen nogal gezeuld. Alexander reageerde op die ruwe onverschilligheid met rebels gedrag: hij verslingerde zich aan snelle auto's, aan het casino, en aan een oudere maitresse die de goedkeuring van pappa gelukkig niet kon wegdragen. Dat gaf hem een schijn van onafhankelijkheid, en het gaf de familie veel stof tot irritatie.

Christina deed dat anders, zij zocht haar heil in een soort pseudo-inschikkelijkheid: ze bleef haar best doen om de almachtige vader te behagen, maar ondertussen pleegde ze wel degelijk verzet, onder andere door de mannen te huwen die ze zelf verkoos, zonder acht te slaan op haar positie als koningsdochter, door geboorte voorbestemd om een imperium te beheren en dat te bestendigen door een correcte verbintenis met een ebenbürtige koningszoon uit het scheepvaartbedrijf.

Maar Christina had een slechte smaak waar het mannen betrof. Haar eerste vergissing was een oudere Amerikaanse zakenman in Hollywood - dat duurde niet lang, maar richtte ook niet veel schade aan. Hij had het tenminste niet voorzien op haar geld. Dat gold niet voor zijn drie opvolgers, alle drie mannen die haar beschouwden als een vleesgeworden creditcard, profiteurs die hun verstandshuwelijk met Christina opluisterden door het onderhouden van levendige betrekkingen met de vrouwen die ze om harentwil hadden laten zitten.

Zelfs met al haar miljoenen kon Christina geen echtgenoot kopen die zich liefhebbend en toegewijd gedroeg, al was het maar voor het oog van de buitenwereld. Keer op keer werd ze versmaad en bedrogen, terwijl de media honend toekeken''. Het was ruim voldoende om er een minderwaardigheidscomplex aan over te houden. Voorzover ze dat al niet had.

VETZUCHT

En toch was ze niet dom. Na de dood van haar broer Alexander bij een vliegtuigongeluk ontpopte ze zich tot de consciëntieuze "zoon' die Onassis wenste, en leerde het scheepsbedrijf. Voldoende in ieder geval om het roer over te nemen toen hij stierf. En ook was ze niet onaantrekkelijk. Als ze niet in één van haar "dikke' periodes was tenminste, ten prooi aan de vetzucht die ze bestreed met vermageringskuren in dure Spa's en met het mes van de plastische chirurg. Op het privé-eiland Skorpios heerste ze na de dood van haar vader intussen als een vorstin en liet haar gasten buigen en knippen. Een ex-vriendje, playboy en polospeler Basualdo, verdiende een meer dan royaal salaris als ceremoniemeester van haar sociale leven: vertrouweling, zeker, maar ook knecht als puntje bij paaltje kwam.

William Wright gaat uitvoerig in op de familie-tragedie die de achtergrond vormt van Christina's onzekerheid: de snobbish verhouding van haar vader met de gehate Callas, zijn latere huwelijk met de al evenzeer gehate Jacky Kennedy, en het waanzinnige tweede huwelijk van haar moeder, Tina, met Stavros Niarchos, de man die zijn eerste vrouw (Tina's zuster en Christina's geliefde tante) naar alle waarschijnlijkheid heeft gewurgd. Alles in dit familiedrama is ondraaglijk broeierig, incestueus, zwaar van argwaan en moordlust, als een uit de hand gelopen aflevering van Dynasty - al te hevige soap voor een miljoenenpubliek, maar dan echt gebeurd en van week tot week rauw voorgeschoteld aan de krantelezers.

Geen wonder dat Christina zo nu en dan het spoor bijster raakte. Maar erger dan de megalomanie van het koningsdrama op de achtergrond was de corrumperende aanwezigheid van het geld, dat ook haar directe betrekkingen met andere mensen dan de familie bedierf. De sleutelpassage van dit boek, de wezenlijke analyse van Christina's dilemma, is volgens mij deze: ""Geld was haar vloek en haar redding geweest. Wat haar betreft werd de wereld bevolkt door geldbeluste oplichters. Ze speelde met ze, ze werd verliefd op ze, ze trouwde met ze - wie kon het haar kwalijk nemen als ze zich tenminste omringde met diegenen die haar amuseerden? Maar na verloop van jaren veranderde haar attitude van een passieve berusting in een actieve medeplichtigheid aan dit lot. In toenemende mate had haar onzekerheid haar ertoe gebracht om een zekere geïntimideerdheid door geld te eisen van haar vrienden, tot ze zichzelf niet langer kon wijsmaken dat ze mensen in haar leven wilde die onverschillig stonden ten opzichte van haar rijkdom. [...] Haar geld, wist ze, was de oorzaak van haar problemen, maar ze was haar geld ook gaan zien als de enige uitweg voor die problemen.''

ONVERHOLEN MINACHTING

En dus betaalde ze de mensen die haar dierbaar waren, een enkele keer vol goede moed, maar soms ook met onverholen minachting. Drie jaar voordat ze stierf kreeg ze een dochtertje waarvoor ze kinderverblijven liet inrichten in al haar huizen, bezeten als ze was van een fanatieke nesteldrang. En in het laatste stadium had ze ook zowaar weer hoop op een nieuwe verbintenis met een man in Argentinië: ze was weer eens slank geworden, ze droeg haar haute couture met verve, ze was de onbetwiste ster van café-society in Buenos Aires, en ze was ervan overtuigd dat déze man de echtgenoot-vader was die ze al zolang vergeefs had gezocht - alles zou ten slotte toch nog goedkomen.

Maar toen begaf haar hart het opeens. Of was het toch een overdosis van de pillen waar ze al jaren aan verslaafd was? Niemand wist er het fijne van en er was niemand die het veel kon schelen. Haar dochtertje erfde in ieder geval het ganse fortuin, en de onbetrouwbare echtgenoot van haar laatste jaren wierp zich op als een plotseling toegewijde vader en kocht een huis in Zwitserland - samen met de vrouw waarvoor hij Christina had verwaarloosd - om het kind een "normale' opvoeding te geven. Alweer zo'n "arm' rijk meisje waar je je hart voor vasthoudt. Zelfs de vrienden van Christina Onassis achtten het niet uitgesloten dat haar dochter beter af was zónder haar dan mét haar, en dat mag je wel een koel grafschrift noemen.

Wat je ten slotte bijblijft van dit boek zijn vooral de foto's, gemaakt op Skorpios, in de hoogtijdagen: Christina kijkt angstig in de lens, stijfjes leunend tegen de knieën van haar wereldse vrienden die er hun gemak van nemen. Zij niet. Zelfs op haar eigen partijtjes bleef ze een buitenstaander, een kind, ternauwernood geduld door de volwassenen, altijd bang om weggestuurd te worden.