Berichtgeving

Er bestaat een aantal hardnekkige vooroordelen en mythes over het Amerikaanse militaire optreden ten tijde van de Vietnam-oorlog.

Eén daarvan is dat de (vooral Amerikaanse) pers door bevooroordeelde berichtgeving zou hebben bijgedragen aan de Amerikaanse militaire nederlaag in Vietnam.

De fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer Frits Bolkestein draagt bij aan de instandhouding van deze mythe, wanneer hij in zijn toespraak (opiniepagina, NRC Handelsblad van 25 september) zegt: “ . . . de Amerikaanse media stelden Tet voor als een nederlaag van de Zuidvietnamezen en hun Amerikaanse bondgenoten. Het bevooroordeelde beeld dat de Amerikaanse media schetsten van Tet bleef niet zonder gevolgen”. Dat dat beeld niet zonder gevolgen zou blijven is inmiddels genoegzaam bekend, maar dat dit beeld bevooroordeeld zou zijn geweest, is ondertussen door studies van zowel de Amerikaanse krijgsmacht zélf (H.G. Summers, On Strategy, 1984), alsook van civiele deskundigen (P. Braestrup, Big story, 1977) ruimschoots ontkracht.

In deze studies worden ook de werkelijke redenen voor het Amerikaanse falen in Vietnam genoemd, zoals bijvoorbeeld de consequente weigering van president Johnson om de Amerikaanse publieke opinie voor deze oorlog te mobiliseren, en de gebrekkige Amerikaanse militaire strategie.

Desalniettemin leeft het "dolkstoot in de rug'-verhaal, die de pers de Amerikaanse strijdkrachten zou hebben toegebracht, in bepaalde kringen onverminderd voort. De invloed ervan was ook dit voorjaar tijdens de Golfoorlog nog merkbaar, en leidde ertoe dat de relatie tussen journalisten en militairen regelmatig problematisch was en het onderwerp van discussie. Het instandhouden van de "Vietnam-mythe', zoals nu weer wordt gedaan door Bolkestein, is aan een dergelijke discussie echter geen zinvolle bijdrage.