Belgisch kabinet balanceert op 't randje

BRUSSEL, 28 SEPT. Het Belgische kabinet heeft gisteren op de rand van de afgrond gebalanceerd. De hele dag heerste er in en om de ambtswoning van premier Martens aan de Wetstraat een koortsachtige stemming: drie keer kwam het kernkabinet bijeen, maar aan het eind van de laatste vergadering, die na middernacht was afgelopen, stond Martens-VIII er nog, zij het gehavend.

Vanmiddag komt het kabinet opnieuw bijeen, maar de crisisstemming die er gisteren heerste lijkt voorbij.

De voorgeschiedenis van de crisis begon al eind mei. Het comité voor buitenlandse betrekkingen binnen het Belgische kabinet, waarvan onder meer de vijf vice-premiers deel uitmaken, gaf toen het groene licht voor de export door de Waalse wapenindustrie, met name de Fabrique National (FN) in Herstal, van een grote partij vuurwapens naar Saoedi-Arabië. Het ging om 9,5 miljard frank (532 miljoen gulden).

Het akkoord lekte, zoals alles in dit land, zeer snel uit, waarop Vlaamse vredesactivisten een scherp protest aanhieven: het ging toch niet aan om wapens te leveren aan een land in het Midden-Oosten, waar nog maar enkele maanden tevoren een moordende oorlog was uitgevochten.

Kort daarna, in juni, nam de Belgische Senaat een wet aan op de beperking van wapenhandel, maar die was op het moment dat het kernkabinet zijn fiat hechtte aan het akkoord nog niet van kracht. Twee van de coalitiepartijen in het vijfpartijenkabinet, de Vlaams-nationalistische Volksunie en de Socialistische Partij, gaven niettemin steeds scherpere verklaringen af over de voorgenomen wapenexport. De voorzitter van de Volksunie, Jaak Gabriëls, liet op 24 juni weten dat de zaak hem eventueel zelfs een kabinetscrisis waard zou zijn, terwijl zijn collega van de socialistische partij, Frank Vandenbroucke, zei dat het besluit - “een enorme stommiteit”, zoals hij het noemde - tot elke prijs geblokkeerd moest worden.

De CVP van premier Wilfried Martens hield zich stil, zich kennelijk bewust van de communautaire tijdbom die onder het kabinet begon te tikken. Want er was duidelijk sprake van een verschil in interpretatie van de wet op de wapenhandel tussen Wallonië en Vlaanderen. De Walen redeneren dat FN (dat eerder dit jaar in handen van het Franse GIAT overging) alleen wapens voor de infanterie levert, een soort wapens dat niet meer dan 0,1 procent uitmaakt van alle militaire uitgaven in de wereld. De wapenwet heeft volgens de Walen alleen betrekking op uitvoer van wapens naar een land in burgeroorlog. Bovendien staan zeker zesduizend arbeidsplaatsen in de omgeving van Luik op het spel. De SP en de VU bleven vasthouden aan hun standpunt dat de export in strijd was met de wapenwet en dat die export het vredesproces in het Midden-Oosten niet vooruit zou helpen.

Begin deze maand smeten de Walen de communautaire kaart voluit op tafel: als de Vlamingen de wapenexport blokkeren, dan zullen de franstaligen in het kabinet de order blokkeren die de Belgische telefoonmaatschappij RTT van plan is te plaatsen bij de elektronische industrie. Daarvan zouden vooral Vlaamse bedrijven, die ruim zestig procent van de 40 miljard frank (2,25 miljard gulden) omvattende order mogen leveren, het slachtoffer worden. De Vlaamse minister van PTT, Marcel Colla, begon te sputteren: er was haast met het contract, er moest snel een beslissing worden genomen.

Dat is nog niet gebeurd, maar intussen zijn er tal van andere suggesties gedaan die snel weer werden verworpen: waarom niet leveren aan het Belgische leger, of: waarom zou de regering niet zelf een "wapenfonds' in het leven roepen waaruit de Waalse wapens zouden worden betaald?

Vorige week kwam de vurigste pleitbezorger van de Waalse wapenexport, PS-voorzitter Guy Spitaels, met een nieuw idee: laten de Franstalige ministers in het kabinet de export goedkeuren terwijl de Vlamingen de andere kant op kijken. Met andere woorden: laten we de federalisering van de buitenlandse handel, die onderdeel vormt van de derde fase van de Belgische staatshervorming, versneld uitvoeren. Daarmee zouden de deelgebieden van de Belgische federale staat, Vlaanderen, Wallonië en het Brusselse gewest, een autonoom beleid bij de toekenning van exportvergunningen kunnen voeren.

Maar zo'n vergaande federalisering is nog lang niet rijp. Veel unitaristen, voorstanders van een unitair België, zijn bang dat die derde fase, waarin onder meer wordt voorzien in het recht tot het sluiten van verdragen, zou leiden tot federalisering van de hele buitenlandse politiek van het land, zodat bijvoorbeeld Wallonië zich het recht zou kunnen aanmeten om internationale embargo's te negeren.

Een tussenvoorstel werd eerder deze week door Spitaels verworpen. Dat hield in dat in afwachting van federalisering van het vergunningenbeleid een opslagfonds zou worden geschapen waaruit de wapens zouden worden gefinancierd. Op die manier bleef de werkgelegenheid bij FN intact en konden alle partijen hun gezicht redden. Met de verkiezingen in het vooruitzicht, in januari 1992, was Spitaels echter niet te vermurwen.

Maar dat geldt evenzeer voor de Volksunie, die keihard vasthoudt aan haar pacifistische standpunt, meer nog dan SP-voorzitter Vandenbroucke, die ook wel wat lijkt te zien in een oplossing via de investeringsbank.

De Waalse partijen, zowel de PS als de kleinere christendemocratische PSC en de liberale PRL, vormen één front. Voor maandag is al een bijeenkomst van de Waalse gewestraad bijeengeroepen om de problemen te bespreken. Een van de betrokken fabrieken, Mecar, zal, als er geen exportvergunning wordt afgegeven, volgende week haar faillissement aanvragen, FN zal kort daarna volgen.

Onverwachte steun kregen de Walen deze week overigens van de kant van de Vlaamse werkgeversorganisatie VBO. Die zei verontrust te zijn door het feit dat ondernemingen en hun werknemers om zuiver politieke redenen “gegijzeld” worden. En André Leysen, president-directeur van Agfa-Gevaert, waarschuwde dat de geloofwaardigheid van de hele Belgische industrie ondermijnd wordt als de levering niet mag doorgaan.

“Je krijgt tegenwoordig in het buitenland een meewarig lachje als het over België gaat”, zo zei Leysen in een radiovraaggesprek. Leysen herinnerde ook nog aan de Belgische weigering, tijdens de Golfoorlog, om munitie te leveren aan Groot-Brittannië. Maar die opmerking moet Guy Spitaels onaangenaam getroffen hebben, want hij was het die die levering indertijd heeft tegengehouden. Omdat dat de klanten in het Midden-Oosten wel eens onwelgevallig zou kunnen zijn...