Autonome rechtswaarden

“DE PRIMAIRE OPDRACHT van de moderne staat is het beschermen van de persoon van de burger en zijn bezit tegen acties van anderen.” Dit verklaarde de directeur-generaal Europese zaken en immigratie van het departement van justitie, mr. J.H. Grosheide, eerder deze maand op een symposium ter gelegenheid van het jubileum van het T.M.C. Asser-instituut voor internationaal recht in Den Haag.

Zo'n uitspraak geeft in zijn eenvoud een onthutsend kijkje in de gedachtenwereld van de justitiële top. Dient de moderne burger soms niet evenzeer te worden beschermd tegen ingrijpen van de staat? Mag het middel erger zijn dan de kwaal? Grosheide wilde niet ontkennen dat de staat “ook wenst dat de activiteiten van zijn organen zijn gebonden door de wet”. Maar op de een of andere manier klinkt dat toch net iets minder overtuigend dan de wijze waarop minister Dales (binnenlandse zaken) in de toelichting op haar jongste begroting de noodzaak onderstreept de veiligheid van de burger te verzekeren “binnen het stelsel van grondrechten”. Deze laatste zijn bij uitstek rechten van de burger tegenover de overheid.

HOE ERNSTIG neemt Justitie - dat daar toch als eerste over gaat - de zorg voor de rechtsbescherming? In zijn jaarrede had de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, mr. W.G. van Hassel, gisteren zo zijn twijfels. Hij merkte op dat de huidige wetgeving steeds minder een normatief karakter draagt. In plaats daarvan verwordt zij tot een louter sturingsmechanisme voor de overheid, die in toenemende mate belanghebbende is bij haar eigen regelgeving. De rechtsbescherming van de burger komt in de knel.

Dat geldt ook praktisch, wat de rechtshulp betreft. De president van de rechtbank Amsterdam, mr. B.J. Asscher, waarschuwde eerder dit jaar openlijk voor “modieuze wetgevingsgebaren zonder enig gevolg. Het kan niet zo zijn dat je enerzijds aan gedepriveerden grote hoeveelheden rechten toekent, terwijl je anderzijds er niet voor zorgt dat die groepen en individuen hun rechten kunnen handhaven”.

MET REDEN riep de deken dan ook minister Hirsch Ballin (justitie) op een nota Rechtsbescherming uit te brengen “als logisch sluitstuk” van de recente beleidsplannen die werden ingezet met de nota Recht in beweging. Deze officiële beleidsstukken hebben inderdaad gemeen dat zij slechts voortborduren op het thema van de handhaving, dat door de vorige minister van justitie, Korthals Altes, zo sterk naar voren werd geschoven. Het is hoog tijd dat de autonome rechtswaarden hun eigen plaats in de justitiële beeldvorming herkrijgen. Plus de daarbij behorende praktische invulling.