Zaïre en Europa

IN HET PANAMA van Europa zijn de para's van Frankrijk en België al dagenlang bezig hun landslieden en andere buitenlanders in veiligheid te brengen.

Muiterij, gevolgd door een oproer van de armen, deed duizenden een goed heenkomen zoeken met achterlating van de leeggeplunderde resten van hun have en goed. Het is langzamerhand een klassiek scenario geworden in het nu ruim dertig jaar onafhankelijke Zaïre, het vroegere Belgisch Kongo. Onvrede met het eigen regime brengt Zaïrezen in opstand, de buitenlanders vormen het eerste doelwit van de oproerlingen omdat daar te halen is wat ze doorgaans moeten ontberen. De Franse en de Belgische regeringen snellen met een beroep op het volkenrecht hun burgers, de hoofdmacht van de buitenlanders in Zaïre, te hulp. In het voorbijgaan slaat de interventiemacht het oproer neer. De voormalige onderofficier in de koloniale strijdkrachten, Mobutu, blijft aan de macht.

Het is begrijpelijk dat de Zaïrese oppositie protest aantekent tegen die gewoon geworden gang van zaken. Weliswaar is het oproer deze week begonnen met een ordinaire muiterij van onderbetaalde soldeniers, maar de tegenstanders van Mobutu zijn bereid alles aan te grijpen voor een machtswisseling. De interventie van buiten heeft de kans daarop opnieuw, althans voorlopig, verkleind. Tenzij er gebruik van zou worden gemaakt om een wisseling van de wacht te bevorderen.

De Belgische regering van haar kant onderstreept dat zij absoluut niet van zins is Mobutu te redden - en zij is ditmaal geloofwaardig want de onderlinge betrekkingen hadden al veel eerder een dieptepunt bereikt. De moeilijkheden waarmee Zaïre heeft te kampen zijn voor een deel ertoe te herleiden dat de vroegere kolonie voor het oude moederland sterk aan betekenis heeft verloren en dat Mobutu die verzwakking van zijn positie heeft trachten te pareren met het schofferen van de Belgische staat en zijn regering - met het weinig verrassende gevolg dat zijn isolement totaal werd. Maar de aanwezigheid van de vele Belgen in Zaïre getuigt ervan dat deze zich nog niet door de bekoelde relaties op nationaal niveau hadden laten afschrikken.

DE BETEKENIS van de continue Franse militaire aanwezigheid in zwart Afrika en van de Belgische paraatheid met het oog op eventuele interventies in dat continent is aan verandering onderhevig. De traditionele legitimatie was het beheer te verzekeren van de economische erfenis van de voormalige Afrikaanse koloniale rijken - waarvan de belangen verstrengeld waren. En passant kon de duizenden eigen burgers ter plaatse een gevoel van veiligheid worden verschaft. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog kwam daar in Afrika de bescherming tegen de zogenoemde revolutionaire krachten op het continent bij. De Europese interventiemachten kunnen daarom op Amerikaanse assistentie rekenen, ook al liepen in het verleden de economische belangen niet altijd parallel. Maar de nieuwe omstandigheden in de wereld beïnvloeden ook dit geijkte patroon.

Juist nu particularistische Pavlov-reacties hun tijd hebben gehad, ontstaat de gelegenheid voor een Europese doorlichting van de Franse en Belgische interventiepolitiek in Afrika. Europa als geheel wil nogal eens geschokt reageren op Amerikaanse interventies ten zuiden van de Rio Grande, maar het heeft de neiging bij militair optreden van Europese landen in Afrika welwillend de eigen nagels te bestuderen. Er valt bijvoorbeeld een opvallende tegenstelling te constateren tussen de behandeling van de Joegoslavische en de Zaïrese kwestie.

INDIEN DE Europese Politieke Unie iets wil voorstellen, zal zij ook een Afrika-politiek moeten ontwikkelen - een Europese wel te verstaan. Voormalige koloniale mogendheden zouden er, ook ruimer gezien, niet voor moeten terugschrikken als zodanig gevoelde en erkende verplichtingen in hun vroegere koloniën meer dan tot dusver gebruikelijk in te bedden in een communautaire consensus. Opdat het "Panama-gevoel' straks geen voedingsbodem meer zal hebben.