Winst bepaalt voortaan pensioen

In november 1846 richtte de vakman-opticien Carl Zeiss in Jena een bedrijf op dat twintig jaar later werd versterkt door de komst van prof. Ernst Abbe, in feite de architect van de befaamde optische en fijnmechanische fabrieken.

Verrekijkers, microscopen, later camera's, telescopen, lasers en sensoren maakten het bedrijf wereldberoemd.

Abbe werd in 1889 eigenaar en vermaakte zijn vermogen aan een door hem gevormde Carl-Zeissstichting, waarin wat later ook de "Jenaer Glaswerke' overgingen. Deze Abbe, wiens standbeeld voor het Zeiss-hoofdkantoor staat, gaf de stichting een voor die tijd heel ongewoon sociocratisch karakter. Haar statuten stelden bijvoorbeeld grenzen aan het inkomensverschil tussen werknemers en directeuren. Voorts kenden zij bepalingen over pensioenrechten en medische verzorging van het personeel. Carl Zeiss is sindsdien Jena, en Jena is Carl Zeiss. Durch Nacht zum Licht, zegt een oude inscriptie met dubbele betekenis boven de ingang van het hoofdkantoor.

Tijdens het Derde Rijk was de reputatie van de Carl Zeiss Werke al zó dat A. Hitler het bedrijf tamelijk ongemoeid liet. Na de oorlog volgde een dubbele kaalslag. Eerst brachten de Amerikanen ruimschoots mensen en apparatuur over naar West-Duitsland, waar in Oberkochen (Baden-Württemberg) een zelfstandige Carl-Zeissonderneming werd opgericht. Daarna haalde het Russische Rode Leger flink wat mensen en installaties uit Jena naar de Sovjet-Unie.

Wat overbleef, werd in 1948 een Oostduits staatsbedrijf, dat in 1989 (als Kombinat) 70.000 mensen in dienst, verspreid over 25 bedrijven in de hele DDR. Inmiddels maakten militaire opdrachten bijna een kwart van de produktie van 4 miljard Ost-mark uit. Steeds belangrijker als klant werd ook de ruimtevaart van de Sovjet-Unie. De onbeminde Westduitse zuster in Oberkochen haalde met 30.000 werknemers ongeveer dezelfde omzet, en dus een veel grotere winst.

In juni 1990 beëindigden de beide takken van de Carl Zeiss Werke een juridisch gevecht van tientallen jaren. Voortaan zou het Oostduitse bedrijf de naam Jenoptik voeren, het Westduitse bedrijf kreeg de naam Carl Zeiss, zij het dat het zich niet zo mocht noemen in Oost-Europa. Bovendien - de Oost-Westdooi was een feit - werden afspraken gemaakt over harmonisering van bedrijfsgrootte en wederzijdse afstemming van produktie.

Deze zomer, het Oostduitse bedrijf bleek inmiddels financieel en anderszins veel zwakker dan het Westduitse, werden onder invloed van de Lothar Späth, de nieuwe baas in Jena, afspraken gemaakt over de wederzijdse vermogensrelaties. Onder één overkoepelende stichting werd, kort gezegd, in Oost-Duitsland, en dank zij volledige financiering van de deelstaat Thüringen, de Jenoptik GmbH gevormd met een beoogd personeelsbestand van 7.000 mensen. Die neemt voor 49 procent deel in de Carl Zeiss Jena GmbH (2800 werknemers) en de Jenaer Glaswerke GmbH, waarin het Westduitse bedrijf in beide gevallen een belang van 51 procent nam.

Voortzetting van de ooit statutair vastgelegde rechten op een (mooi) pensioen en medische verzorging is voor de Oostduitse werknemers afhankelijk gemaakt van het behalen van winst. Zo ging ook hier, een jaar na de Duitse hereniging: de kost voor de baat uit.