"Wenen wacht af en drinkt thee'

WENEN, 27 SEPT. De Oostenrijkse diplomatie zit klem. Er is burgeroorlog aan de zuidgrens, in Joegoslavië, en de daaruit resulterende stroom vluchtelingen maant Wenen bijna tot actie. En aan de noordgrens rommelt het, omdat veel Slowaken zich van Praag willen afscheiden. Oostenrijk zit geklemd tussen twee problemen waar tegenover men moeilijk zijn standpunt bepalen kan.

Binnen de coalitie van Oostenrijkse Volkspartij en sociaal-democraten knarst en piept het. Tegenover het parlement namen vorige week bondskanselier Vranitzky (SPÖ) en minister van buitenlandse zaken Mock (ÖVP) volkomen uiteenlopende standpunten in. Mock wil, nu sinds enige tijd alle politieke partijen zich voor erkenning van Kroatië en Slovenië hebben uitgesproken, de daad bij het woord voegen en tot erkenning overgaan om zo de burgeroorlog in Joegoslavië te internationaliseren en overtuigender op het bord van de Verenigde Naties te schuiven.

Met dit standpunt ligt Mock niet alleen op één lijn met Bonn, maar baseert hij zich ook op de overweldigende sympathie in Oostenrijk voor de Kroatische zaak. Pers en politiek zijn ronduit anti-Servisch en iedereen die niet wil meewerken aan het keren van de Groot-Servische ambities acht men een onbenul. Helemaal nu de Serviërs schaamteloos aan militaire gebiedsuitbreiding doen, is er in pers, radio en televisie niets meer te vernemen over mogelijke nuanceringen. (Sympathie voor het rooms-katholieke Kroatië en weerzin tegen Servië hebben hier oude wortels. Na de moord op aartshertog Franz Ferdinand in 1914 door een Bosnische activist luidde het motto in Wenen: “Serbien muss sterbien”).

Vranitzky voelt evenwel niets voor een Oostenrijkse Alleingang. Zo ver moet de neutraliteit nu ook weer niet gaan. Ook hij eist dat het Joegoslavische leger zich uit Kroatië terugtrekt, hij wil referenda in de omstreden gebieden en ook is hij voorstander van een economische boycot zoals door de VN tegen Irak is ingesteld. (Oostenrijk zit in de Veiligheidsraad en zal hierop aandringen). Maar Vranitzky wil met diplomatieke erkenning wachten op de EG en andere landen om te voorkomen dat Oostenrijk ooit betrokken zou kunnen raken in een oorlog aan zijn zuidgrens tussen door Wenen erkende onafhankelijke staten en romp-Joegoslavië.

Voor Vranitzky en zijn omgeving lijkt bovendien mee te spelen dat zij huiverig zijn voor een beleid, dat zou herinneren aan Oostenrijks rol in de Tweede Wereldoorlog. Weliswaar werd Oostenrijk door de Geallieerden als eerste slachtoffer van Hitler gewaarmerkt, maar de foto's van juichende Oostenrijkers bij de Anschluss in 1938 en de getrouwe “plichtsvervulling” van praktisch alle Oostenrijkers in het leger van de nazi's maken dit slachtofferschap nog altijd omstreden.

Om nu als eerste Kroatië te erkennen en te steunen, terwijl uitgerekend de asmogendheden destijds een onafhankelijke (vazal)staat Kroatië schiepen (die onder de fascist Pavelic nazi-Duitsland in moorddadigheid en racisme naar de kroon stak) gaat een aantal Weners te ver.

Deze achtergrond is ook een reden, waarom Oostenrijk een eierdans uitvoert tegenover de Slowaken die dreigen in hun regionale parlement te besluiten een onafhankelijke staat te willen worden. De vorige onafhankelijke staat Slowakije werd in 1939 ook door Hitler mogelijk gemaakt. De nazi-gezinde Monsignore Josef Tiso was er president van en hij deed de Slowaken meevechten aan het Oostfront om hen vervolgens door Duitse troepen te laten onderdrukken toen zij aan het eind van de oorlog in opstand kwamen.

Ondanks de duidelijke sympathie die er bestond voor Mocks standpunt, trok Vranitzky bij een door de liberalen uitgelokte stemming aan het langste eind in het parlement. Met 120 tegen 41 stemmen steunden de volksvertegenwoordigers zijn beleid, dat door de oppositie als “afwachten en theedrinken” werd omschreven.

Intussen hoort men in de Joegoslavië-discussie in Wenen over de Europese Gemeenschap niets dan slechts. Wel heeft minister Mock in een intervieuw gezegd dat zonder het optreden van de EG-trojka er in Slovenië misschien net zo'n situatie zou zijn ontstaan als in Kroatië nu en heeft hij vergoelijkend beklemtoond dat de EG nog helemaal niet over een instrumentarium beschikt om conflicten op te lossen, maar de Oostenrijkse pers is uitgesproken negatief.

Vooral de uitspraak van minister Van den Broek dat de Kroaten met het blokkeren van de kazernes van het Joegoslavische leger hadden bijgedragen aan de escalatie van geweld, is overal gekritiseerd als een verwisseling van slachtoffers en daders. In Brussel heeft men nog altijd niet ingezien “dat Kroatië het slachtoffer is van een Servische veroveringsveldtocht” schreef Die Presse vorige week. En in een groot stuk van haar correspondent onder de titel “Hoofdschudden over het Nederlandse voorzitterschap. Wonderlijke rokades van minister van buitenlandse zaken Van den Broek” werden als missers van Van den Broek opgesomd: zijn "kat-en-muisspel' met Genscher, het mislukken van de wapenstilstandsovereenkomsten en daarna van de Haagse vredesconferentie. Als dieptepunt in Van den Broeks optreden van de laatste tijd werd zijn late reageren op de putsch in Moskou beschreven.

Hatelijk was ook Der Standard. Waar blijven de demonstraties van al die vredelievende “basisdemocratische krachten in Europa”, vraagt een van de comentatoren zich af. In de Golfoorlog meldden zij zich wel, maar toen was er een gemakkelijk vijandbeeld: Amerika. “In deze stamoorlog is de slechterik niet zo makkelijk te bepalen. De voorzitter van de EG-ministerraad kan rustig daders en slachtoffers verwisselen. Wat doet het er toe? Men heeft pas net geleerd dat er Kroaten en Serven, Slovenen, Bosniërs, Albaniërs en moslims bestaan.” De EG wordt steeds meer een voyeur, vindt de commentator van Der Standard.

In de Kurier heeft men zich hoofdschuddend afgevraagd waarom de EG eigenlijk het systeem van het roulerend voorzitterschap hanteert. Het kan tot gevolg hebben dat landen ineens een rol moeten gaan spelen in gebieden, waarvan men geen benul heeft. Voorbeeld: Nederland. Volgens de commentaren best een keurig land met keurige mensen, maar zonder enig idee van de versplintering, de gewelddadigheid en de opgekropte haat in de Balkan.

Het "Balkannibalisme', zoals een nieuwe journalistieke term hier luidt, kan niet begrepen worden als je er niet met je neus bovenop zit of gezeten hebt. Het is in de afgelopen eeuwen, aldus een commentaar in Der Standard, in toom gehouden eerst door de Turken, daarna de Habsburgers en ten slotte door Tito's communistische dictatuur. Nu zou het democratische Europa deze taak op zich moeten nemen, zegt het blad, maar het concludeert ook meteen dat Europa al gefaald heeft en dit te machtige probleem heeft doorgeschoven naar de Verenigde Naties.

Echt grappig vonden heel wat Oostenrijkers dat in de eerste helft van dit jaar uitgerekend de Luxemburgse voorzitter van de raad moest verkondigen dat Slovenië en Kroatië te klein waren voor zelfstandigheid. Het werd gezien als een bewijs ten overvloede hoe abstract en wereldvreemd en daarom totaal ondoelmatig de EG op deze eerste grote Europese crisis sinds de communistische ineenstorting heeft gereageerd.

Dit alles wordt gezegd en geschreven op een moment dat de weerstanden onder het Oostenrijkse volk tegen toetreding tot de EG sterk toenemen. Weliswaar is sinds 1987 het percentage voorstanders gestegen van 45 tot 49 procent, maar het kamp der verklaarde tegenstanders groeide van negentien tot 37 procent. Dit volgens een opiniepeiling, die nog voor de Joegoslavische crisis werd uitgevoerd.