Walter van den Broeck over zijn ouders; Piet, mag ik rekenen op je vergevensgezindheid

Walter van den Broeck, Het gevallen baken. Uitg. De Bezige Bij, 230 blz. Prijs 29,50.

Het Gevallen Baken is het derde en zeker nog niet het laatste deel van de romancyclus Het Beleg van Laken van de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck (1941). De cyclus, waarvan de afzonderlijke titels anagrammen van elkaar zijn, vormt een autobiografische raamvertelling: de schrijver, zijn vrouw en hun twee kinderen zitten op de bank in hun huis, terwijl het buiten stormt en de pest woedt. Vader vertelt. Aldus de uitleg op de achterflap.

Een nogal onbegrijpelijke situatie voor lezers die niet de eerste twee delen van Het Beleg van Laken tot zich genomen hebben. En dat zullen er heel wat zijn, aangezien de eerste delen niet bij de Bezige Bij, maar in België verschenen. Om de Nederlandse lezer op de hoogte te brengen van wat zich in de eerdere delen afspeelde schreef Van den Broeck een voor- en nawoord bij dit derde deel.

Helaas wordt de verwarring er door dit bizar geschreven aanhangsel alleen maar groter op. Uit deze tekst zou de lezer moeten begrijpen dat de schrijver, in de eerste twee delen van de cyclus, van huis is opgehaald voor een bezoek aan koning Boudewijn in diens paleis te Laken, dat het paleis belegerd blijkt (door wie en waarom blijft volstrekt onduidelijk) en hoe de schrijver wordt ondergebracht in een tuinhuis van het paleis. Alwaar hij bezoek krijgt van vreemde heren die vertellen over het leven van de koning, over teksten die gestolen worden en uitgegeven, over een heerschap dat het leven van de schrijver zelf op schrift stelt en over het bezoek dat de koning brengt aan het tuinhuis waar de schrijver zich bevindt (de belegering van het paleis is kennelijk weer voorbij?)

Net als de lezer vermoeid het boek dicht wil slaan om het nooit meer open te doen begint de eigenlijke roman. Tot stomme verbazing en opluchting blijkt dat een heel begrijpelijk verhaal te zijn over de ouders van de schrijver. Twee mensen die al zo lang ze elkaar kennen ruzie maken, maar toch niet zonder elkaar kunnen. Beetje cliché-matig, maar niet onaardig om te lezen door de manier waarop Van den Broeck schrijft: met humor en hier en daar zelfs ontroerend. Bij voorbeeld als hij schrijft over de geestelijke aftakeling van zijn moeder, die haar leven lang heeft geleden onder de nukken van een losbandige echtgenoot.

Het is de humor die de wat rauwe, boertige toon van het boek compenseert. Die humor wordt er vreemd genoeg in gebracht door dezelfde vader die zijn vrouw terroriseert, zijn kinderen complexen bezorgt, bovenmatig drinkt en altijd zijn eigen zin doordrijft. Diezelfde man schrijft "songteksten', waarmee hij heel artistiek België afgaat in de hoop dat iemand geïnteresseerd is, en op zijn oude dag schrijft hij de Groten der Aarde aan met aanbevelingen betreffende de bevordering van de wereldvrede. “Op 10 april 1985 schreef hij voor de laatste keer naar Ronald Reagan. Hij betwijfelde sterk of Mister President zijn brieven van 1 december 1983, 4 juni 1984 en 12 september 1984 had ontvangen, want een antwoord had hij nooit gekregen. Op het omslag had nochtans confidential gestaan. Zou hij de goedheid willen hebben ze alsnog te lezen? Ze bevatten belangrijke suggesties omtrent de Veiligheid van de Vrije Wereld.” Ook "Sint Pieter, de Portier der Hemelpoorten', adres: skylab nr 13, 2de verdieping, Hemel, wordt aangeschreven door de vader, die naarmate hij ouder wordt steeds meer berouw krijgt van zijn houding jegens zijn gezin. “Piet, mag ik vertrouwen op je vaderlijke vergevensgezindheid voor al het toen berokkende leed? Please, vergeef me, beste vriend en bedankt voor de moeite.”

De vraag blijft of een auteur zijn eigen problemen - getuige het boek heeft Van den Broeck op middelbare leeftijd fysieke klachten als gevolg van de jarenlange gespannen relatie tussen zijn ouders - in boekvorm onder de aandacht moet brengen en daarin zó nadrukkelijk aanwezig moet zijn. Een boek schrijven over zulke persoonlijke problemen komt al snel neer op exclusiviteit opeisen voor ervaringen die heel veel mensen in enigerlei vorm hebben. Hoeveel ouders hebben geen slechte relatie, hoeveel ouders worden niet dement, met alle emoties vandien voor degenen die er om heen leven? Door een fictievere, minder autobiografische vorm zou het boek niet zo'n "therapeutische' indruk geven en zou de aanduiding "roman' gerechtvaardigder zijn.

Is de verwarrende raamvertelling waarin Van den Broeck zijn vertelsels giet misschien een (mislukte) poging om zijn persoonlijke problemen een literair tintje te geven? Zonder koning Boudewijn, het paleis te Laken en een pest-epidemie zou dit boek al heel wat overtuigender zijn. Het "spoedige vervolg' dat de auteur in het vooruitzicht stelt kan wat mij betreft wel achterwege blijven.