Uitstekend voorbereid concert Chailly met iets te veel dynamiek

Concert door: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Werken van: Van Keulen, Martin en Ravel. Gehoord: 26-9 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: Radio 4, 6-11.

In Ravels onnavolgbaar elegante klankschildering van het ontwaken van de dag in zijn ballet Daphnis et Chloé speelt het hout pijlsnelle nootjes op en neer als een soort van gorgelen in muziek. Maar al spoedig blijkt in de inzet van de lage instrumenten - en daar verandert nerveus vogelgekwetter niets aan - dat het tempo verrassenderwijs uiterst traag is. Deze ambivalentie komt natuurlijk meer voor. Ook Frank Martin speelt ermee in zijn Concert voor zeven blazers, pauken, slagwerk en strijkers uit 1949: in het laatste deel klinkt een innige hobomelodie, maar speelse staccati daaromheen verraden dat er wel degelijk een Allegro vivace is bedoeld.

Dit idee nam Geert van Keulen als uitgangspunt voor zijn Tympan pour grande orchestre (1990), in feite een uitwerking van Terze voor kamerorkest, dat donderdagavond op het eerste serie C-concert in dit seizoen zijn première beleefde. Een snelle beweging die een langzame genereert, dat verwijst tevens naar één van de vele betekenissen van het woord tympaan: een rad, waarbij een klein tandwiel een groot in beweging zet, langzaam aandrijft. Tympaan is ook een ander woord voor pauken en voor het eerst paste de componist dit doorgaans uitsluitend met de romantiek geassocieerd instrument in zijn tot nu toe grootste orkestpartituur toe. Bovendien verwijst tympaan ook nog naar een driehoekige gevel en alweer "klopt' de titel, Van Keulens compositie is eveneens driedelig, in het centrum gekenmerkt door korte soli voor blazers en een langere voor de viool.

Daarbij keert het eerste deel met zijn typische morseseinfiguren in het derde terug, zij het nu sterk getheatraliseerd. Niet in gedramatiseerde zin, want echt opwindend kan ik Tympan niet noemen. Het idee is natuurlijk op zichzelf boeiend genoeg en de orkestratie zonder meer doeltreffend met fraaie momenten in overwegend homogene klankkleuren, maar de constante nadruk op de dichte achtstemmige harmoniek werkt op den duur enigszins verlammend, er is eenvoudigweg te weinig afwisseling. In feite ontstond een pendant van de ambivalentie tussen snel en langzaam in de ambivalentie tussen statisch en dynamisch.

Riccardo Chailly had Tympan uitstekend voorbereid en ook Martins concert klonk als een klok, als een Zwitsers uurwerk van solide makelij. Jammer alleen dat het slot afgaat als een langdurig alarmsignaal: een pompeuze mars als misplaatste finale voor al die voorgaande subtiele speelvreugde die zich vrij ontplooit in ranke lijnen. Iets dergelijks kleefde ook aan de uitvoering van Ravels suites uit Daphnis et Chloé. We kregen een gedetailleerde lezing voorgezet, in een nauwkeurige behandeling van alle voordrachtstekens en ritmisch van ongekende precisie. Maar voor het typische Franse parfum moeten we misschien wachten tot 16 juni in het Holland Festival (in de volledige versie met koor) onder Dutoit. Chailly dikte de dynamiek te veel aan.