Ter Veld: in 2005 meer uitkeringsgerechtigden

DEN HAAG, 27 SEPT. In het jaar 2005 zijn er, ondanks de WAO- Ziektewet-maatregelen, meer mensen met een uitkering dan met een baan. Dat schrijft staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) in de nota sociale zekerheid 1992, die gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Dit jaar zijn er op de 100 mensen met een baan 85,8 uitkeringsgerechtigden; volgend jaar stijgt dit verhoudingsgetal tot 86,5. Het verhoudingsgetal is van belang als referentiepunt voor toepassing van de koppeling tussen sociale uitkeringen en de lonen in het bedrijfsleven; het kabinet mag daarvan afwijken als het verhoudingsgetal boven de 86 uitkomt.

Door de vergrijzing van de bevolking lijkt een verdere verslechtering moeilijk te voorkomen, meet Ter Veld. In het jaar 2030 loopt de verhouding op tot 140 uitkeringsgerechtigden op 100 mensen met een baan.

“Met het slagen of mislukken van het beleid gericht op het terugdringen van het aantal uitkeringsgerechtigden is niet minder dan de houdbaarheid van het stelsel van sociale zekerheid op termijn in het geding. Zonder ingrijpende maatregelen zijn de kosten van het stelsel in de toekomst steeds moeilijker op te brengen en komen de grenzen van de solidariteit in zicht.”

De uitgaven in de sociale zekerheid stijgen volgend jaar met 7,5 miljard gulden tot 142,2 miljard gulden; een stijging van 5,5 procent ten opzichte van dit jaar. In 1992 wordt 28,5 procent van het nationaal inkomen besteed aan sociale zekerheid. Voor de periode tot en met 1996 wordt een stijging verwacht van ongeveer 7 miljard gulden per jaar.

Staatssecretaris Ter Veld vindt dat de ontwikkeling van de bevolkingsopbouw alle aanleiding geeft om oudere werknemers aan te moedigen wat langer te blijven werken. Met andere woorden minder snel in de VUT, of gebruik maken van deeltijd-VUT. Ook vindt Ter Veld dat intensief moet worden gezocht naar mogelijkheden van flexibele pensionering, zodat werknemers hun baan nog een aantal jaren na hun 65-ste kunnen aanhouden.

In de nota sociale zekerheid van vorig jaar werd er nog vanuit gegaan dat het beroep op de WAO dit jaar 772 duizend uitkeringsjaren zou bedragen; het aantal komt dit jaar 35 duizend hoger uit. Bij ongewijzigd beleid zou aan het eind van de kabinetsperiode het beroep op de WAO 885 duizend uitkeringsjaren bedragen. In het regeerakkoord is afgesproken dat in 1994 niet meer mensen volledige arbeidsongeschikt mogen zijn dan in 1989; uitgedrukt in uitkeringsjaren 750 duizend. Met de door het kabinet aangekondigde maatregelen zal het beroep op de WAO uitkomen op 825 duizend uitkeringsjaren in 1994.