Späth als lijkschouwer en vernieuwer van Carl Zeiss

De Duitse eenwording bracht Carl Zeiss Werke in Jena concurrentie uit het Westen en het verlies van de Oosteuropese markt. Ooit telde de onderneming 70.000 werknemers, volgend jaar zullen er slechts 10.000 over zijn. Lothar Späth, oud-premier van Baden-Württemberg, tracht delen van Carl Zeiss een toekomst te geven.

De infrastructuur in de vroegere DDR verbetert onmiskenbaar. De files op de Autobahn naar Dresden beginnen niet meer, zoals een half jaar geleden, direct bij Eisenach, maar pas zo'n honderd kilometer verderop. Daar brengen asfaltmachines, walsen en bulldozers nu tussen Weimar en Jena grote aantallen vrachtwagens en verse legioenen Oostduitse automobilisten in hun Kadett, Golf, Suzuki of Escort tot massaal voortkruipen of stilstaan.

De vooruitgang vraagt om meer geduld dan Westduitse vertegenwoordigers (BMW, Mercedes, grotere Opels) schikt. Zij spreken geïrriteerd met hun autotelefoon. Geoefende wachters recreëren hier en daar berustend op de middenstrook. Of in de berm, een nieuwigheid langs de Oostduitse wegen. Bij dit reuzenwerk voor morgen zorgt een toch nog groot aantal pruttelende Trabbi's en Wartburgs blauwig-walmend voor een herinnering aan gisteren. Ein Volk in de file, ook dat was twee jaar geleden onmogelijk geweest.

Reisdoel is de grauwe provinciestad Jena. De beroemde Carl Zeiss Werke dus, ter plaatse traditioneel dè grote werkgever, die nu - moorddadig afslankend - ook moeizaam een weg van gisteren naar morgen moet zien te vinden. Want er is niet veel over van het volkseigen Kombinat van een paar jaar geleden, met 70.000 werknemers in de optische-, fijnmechanische en computer-industrie.

De Grote Val heeft verschillende oorzaken. Door de Duitse eenwording moest Carl Zeiss concurreren op de wereldmarkt met moderner bedrijven. De DDR-markt stortte ineen en Oosteuropese klanten (militaire orders, lasers, microscopen, camera's en andere precisie-apparatuur voor de Sovjet-ruimtevaart) vielen weg.

Ook het inkorten van de Cocom-lijst, die de export van vele stragische goederen naar Oost-Europa voor Westerse bedrijven beperkte, trof Carl Zeiss. Door die exportbeperking kon het bedrijf zich ontwikkelen tot een exclusieve leverancier in Oost-Europa, een industrieel paradepaard van de DDR, maar nu is Carl Zeiss een zeer noodlijdend bedrijf met nog zo'n 26.000 werknemers. Nog even overigens, want per 1 januari 1992 mogen het er nog maar 10.000 zijn. In en rond Jena zijn dezer dagen duizenden ontslagbrieven ontvangen. Finale datum: 30 september (maandag). Aan demonstraties geen gebrek, grafstemming verzekerd.

Carl Zeiss Jena ligt dus, na bijna 150 jaar, op sterven, terwijl haar na de oorlog door Amerikaanse hand afgesplitste Westduitse "zuster' floreert. Of, economischer gezegd, het ligt in een sterfhuis waaruit wellicht een wederopstanding in stukjes mogelijk is.

Die constructie is na overleg en onderhandelingen met het Treuhand-instituut, de deelstaat Thüringen (waarin Jena ligt) en de Westduitse zuster in Oberdorf bedacht door Lothar Späth, die begin dit jaar lelijk ten val kwam als premier van de rijke Westduitse deelstaat Baden-Württemberg. De invloedrijke 53-jarige CDU-politicus, bijnaam Das Cleverle, zat sinsdien in Stuttgart toch zonder werk en is op verzoek van het Zeiss-personeel en de regering van Thüringen op 1 juli de grote chef in Jena geworden. Bij Jenoptik nam hij een zelfgekozen dubbelrol op zich als lijkschouwer én vroedman, executeur én vernieuwer. Voor hemzelf óók een rol tussen gisteren en morgen.

“Over drie, vier jaar moet ik hier overbodig zijn”, zegt hij. Die tijd acht hij nodig om een industriële relance in Jena en de wijdere omgeving te realiseren. Onder meer via afstoten van Zeiss-delen (al begonnen, vooral aan Westduitse bedrijven, die ook ruim 2000 werknemers hebben overgenomen), joint ventures met Westduitse en buitenlandse investeerders (ook al begonnen) en de ontwikkeling van een eigen, circa 1200 specialisten sterke, kern voor innovatief onderzoek en produktie (begin '92). Ja, Späth wil tegelijkertijd, min of meer en passant, van de deelstaat Thüringen “een bloeiend modern industrielandschap” maken. Zoiets als tijdens zijn elfjarig premierschap in Baden-Württemberg ontstond.

Pag.14:

"Ik moet hier werken in spagaat-houding'

“Riskant avontuur? Wat me heeft bewogen om hier bij Carl Zeiss te beginnen, waar ik op mik? Ik moet bekennen: de sanering van Zeiss alléén zou me minder hebben geprikkeld dan de combinatie van een bedrijf saneren én een technologie-regio opbouwen.

“Men weet dat deze kolos, die onder politieke druk een Kombinat werd, geen toekomst meer heeft. Maar die kolos ontmantelen, tegelijkertijd internationale bedrijven hiernaartoe te halen, en daarnaast een research nucleus en een regionale innovatief-technologische infrastructuur op te bouwen - dat is wat me aantrekt.”

Een kleine, gepresseerde man beweegt aardig pratend en gesticulerend ongedurig heen en weer op een massieve leren bank. Zijn schoenen halen de grond ondanks de dikke crêpe-zolen maar net. Weer iemand die het vis-à-vis beter doet dan op de televisie. Het is er na vele weken voorbereiding, langs nog steeds wanhopige telefoonlijnen, toch van gekomen. We zijn in het gastenverblijf van het bedrijf, in een ruime kamer die, gezien behang en meubilair, in DDR-dagen moet zijn ingericht. Het verblijf ligt op een heuvel aan de rand van Jena en biedt een panoramisch uitzicht op de stad, ook op de verwaarloosde gebouwen van het Zeiss-complex. De keuken en de wijnkelder zijn goed.

Lothar Späth (CDU) is drie maanden geleden als topman bij Jenoptik begonnen, een half jaar nadat hij moest aftreden als premier van de rijke Westduitse deelstaat Baden-Württemberg, waar hij elf jaar met absolute meerderheid had geregeerd. Onder deze 53-jarige self-made politicus-ondernemer is het Ländle Baden-Württemberg in de jaren tachtig naar de industrieel-technologische top van de Bondsrepubliek opgerukt.

Maar Späth, die zichzelf graag ziet als wereldhandelsreiziger en industrieel acquisiteur, kreeg gaandeweg te innige relaties met het zakenleven. Toen vorig najaar, min of meer toevallig, bleek dat hij zich bij de organisatie van zaken- en dienstreizen en gezinsvakanties geregeld door regionale zakenvrienden had laten bijstaan (met auto's, helicopters, geld en een plezierjacht) ontstond de zogenoemde Traumschiff-Affaire. Waarna hij begin dit jaar, verbaasd-gepikeerd, op een persconferentie kwam meedelen dat hij vertrok uit de regeringskanselarij in Stuttgart. Nu is hij in Jena, waar hij, als ik de fluisterde inlichting van een ingewijde mag geloven, er als ondernemer-politicus financieel in elk geval niet op achteruit is gegaan. Verdiende hij als premier nog circa 300.000 mark per jaar, zijn vergoeding bij Carl Zeiss ligt aan de prettige kant tussen een half en een heel miljoen.

“U moet mij zien als een probleemoplosser. Vrienden vroegen me de afgelopen jaren: je bent nu al tien jaar premier, hoe lang ga je daarmee nog door? Ik was voor mijn politieke tijd in het industriële complex werkzaam, daarna heb ik me als minister-president een beetje gedragen als chef van de NV Baden-Württemberg en nu was ik vrij voor een andere uitdaging.”

Als politicus hebt u vaak zelf de omstandigheden kunnen regisseren, risico's kunnen schatten. Dat is in Jena anders, de toestand bij Zeiss is niet alleen deprimerend en onoverzichtelijk, u bent ook afhankelijk van wat er economisch in Oost-Duitsland gebeurt. Zo'n bedrijf heeft toch in elk geval een redelijke thuismarkt nodig? Maakt u niet in dubbel opzicht een sprong in het duister?

“Zeker, het is een groot risico om een bedrijf te leiden dat weliswaar goede mensen heeft en veel ideeën, maar geen produkten die op de wereldmarkt een kans hebben. Ik moet deze produktieplaats en zijn attractiviteit gebruiken om investeerders van buiten te halen. Maar het is relatief eenvoudig om het internationale zakenleven uit te leggen dat hier een Standort met een grote technische traditie bestaat, waar duizenden onderzoekers en ingenieurs worden ontslagen die men op een Westelijke arbeidsmarkt, normaal gesproken, helemaal niet zou kunnen krijgen.

“Het is een produktieplaats die van oudsher ook onderzoekscentrum is, en die als zodanig ook wordt uitgebreid, met heel gekwalificeerde mensen. In een gebied dat hèt high tech-centrum was van de Comecon, de vroegere Oosteuropese tegenhanger van de EG. Tegen landen van buiten de EG kun je zeggen: als u hier de Europese markt opspringt, hebt u ook nog een ontwikkelde infrastructuur voor de Oostdeuropese markt. Dat zijn natuurlijk goede argumenten voor investeerders.”

U hoopt vooral op investeringen en partners van buiten de EG, en dan van landen met voldoende technische kennis en geld. Japanners en Amerikanen dus?

“Japanners, Amerikanen, Canadezen, Scandinaviërs en Zwitsers. Bedrijven in EFTA-landen, omdat zij zien dat hun regeringen nog lang met de EG moeten onderhandelen. Wie nu in Jena een voet op die EG-markt zet, zet zijn andere op de Oosteuropese markt, door alle infrastructuurvoordelen die men hier heeft wat betreft, zeg, de Sovjet-Unie. Er is geen tweede firma met een zo breed vertakte service-organisatie in de Sovjet-Unie als Zeiss.”

Voor de Zeiss-sanering hebt u bruto zo'n 3,3 miljard mark, 300 miljoen meer dan de Treuhand eerst wilde geven, maar toch relatief weinig. De Treuhand heeft 600 miljoen gegeven om verliezen tot 1995 op te vangen. Na aftrek van schulden houdt u voor de nieuwe constructie Jenoptik ruim 1 miljard over, waaruit ook toekomstige verliezen moeten worden worden gecompenseerd. U wilt saneren, verkopen, vernieuwen én de mensen moed geven. Is dat niet te veel gevraagd?

“Ja, ik vecht om diverse redenen tegen de tijd, en veel geld heb ik eigenlijk niet. Ik moet hier in een spagaat-houding werken. Met de pure markteconomische leer kom je er nu ook niet. Ik sta natuurlijk achter de overgang naar de markteconomie, maar dat moest onder heel kwestieuze omstandigheden gebeuren. De complicaties zijn groot. Men ziet hier het verband tussen produktiviteit en loonhoogte nog niet scherp en evenmin het probleem dat je niet op slechtere voorwaarden dan elders iets moet produceren. Daarbij is de sociaal-politieke situatie wankel. Men mag hier nu niet zeggen: we trekken de oude Erhard (de architect van de Westduitse markteconomie, red.) even uit zijn graf, die moet maar voor de rest zorgen.”

U wilt in Oost-Duitsland voorlopig zoiets als een geleide industriepolitiek?

“We hebben een gericht industriebeleid nodig dat ervoor zorgt dat we over vijf á zes jaar helemaal klaar zijn voor de markteconomie. Er is een crash course uitgezet met de belofte dat de vroegere DDR over vier jaar een land is met lonen als in West-Duitsland. Maar eerst is structuurverandering geboden. Want men zal anders op de Europese binnenmarkt vaststellen dat hier produkten worden gemaakt die wel naar hun prijs maar niet naar kwaliteit uit een hoge-lonenland komen. Dan marcheert men overmorgen naar Portugal of Thailand en hebben we een volgende Oostduitse crisis.

“Oost-Duitsland moet geen verlengde werkbank worden, maar over een paar jaar hoog-innovatieve produkten maken. Dat betekent uitbreiding van onderzoek en meer technologie-overdracht. Als in Oost-Duitsland niet zes, zeven technologische highlights ontstaan, met research en innovatie naar Westelijk voorbeeld, dan krijgen we grote moeilijkheden. Daarom moeten we hier nu snel hoogwaardige technologie installeren en onderzoek stimuleren. Sensor-onderzoek bijvoorbeeld, daarvoor is hier in Jena veel kennis beschikbaar. Sensoren zullen in de toekomst een grote rol spelen, bij verkeersbegeleiding, in de auto-industrie.

“Zulke onderzoekszwaartepunten zoeken we, ook op het gebied van biochemie en ecologie. Het is al beslist dat hier een natuurkundig-astronomische afdeling aan de universiteit komt. En een nieuwe Fachhochschule voor 3000 mensen. We hebben het complete plan voor een wetenschapscentrum klaar. Daarover praten we met Bonn. Dat is allemaal veel beter dan vier, vijf jaar zogenaamd sociale politiek bedrijven die we straks niet meer kunnen betalen.”

Op dit gebied bent U optimistisch?

“Ja.”

Vandaar ook die nieuwe technologische onderzoeks- en produktie-eenheden die hier bij Zeiss van de grond moeten komen, terwijl de Westduitse zuster, die mede-eigenaar is, daarover misschien het hare denkt?

“Zeker, er zullen daarover conflicten ontstaan, ook met onze Westduitse zuster. Ik haal natuurlijk ook bedrijven die potentiële concurrenten zijn. Maar hoe meer bedrijven des te beter, dat kan hier slechts de monopololiepositie doorbreken. En er is hoop. Dat na drie maanden al meer dan 2000 mensen bij nieuwe ondernemingen werken, toont dat al heel wat in beweging is gekomen. Als het in dit tempo doorgaat, is er kans dat we het in drie jaar redden.”

Is Zeiss tot voor kort als exclusieve Oostduitse high-techleverancier van de Sovjet-Unie en Oost-Europa niet begunstigd geweest door de Cocom-lijst, die export van Westerse strategische produkten naar Warschau-pactlanden verbood? En is het op de sterk ingezakte Oosteuropese markt niet evenzeer slachtoffer nu de Westerse concurrentie kan profiteren van de Cocom-liberalisering?

“Ja, dat is nu een groot probleem. Dat we een technologieconcern waren met een belangrijke functie voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa en een bevoorrechte exportpositie, blijkt bitter nu die markt ingestort is. Het is ook geen geheim dat de sluiting van sommige bedrijven, in Gera bijvoorbeeld, waar ik morgenochtend om 8 uur het het ontslag van 3.000 mensen mag bekendmaken, samenhangt met het wegvallen van militaire opdrachten uit Oost-Europa.

“Maar eigenlijk is het ook wel goed dat er een radikale streep wordt getrokken onder de militaire technologie en we verplicht worden om andere dingen op te bouwen. Ik vindt het in elk geval niet zinvol om met alle geweld te proberen nog een paar militaire opdrachten binnen te halen. Juist nu is het gewenst om militair-technologische capaciteiten in Europa terug te dringen. Al zullen die mensen in Gera natuurlijk morgen niet blij zijn met mijn bezoek, dat wordt geen ontspannen kopje koffie.

Dat moet merkwaardig zijn, na uw glorierijke jaren in Baden-Württemberg in één klap 3.000 mensen op straat zetten.

“Dat maakt me niet zoveel uit. Ik heb het voor 1 juli ook wel eens moeten doen, bij de sanering van AEG bijvoorbeeld. Daar ging het bij een akkoord met het Franse Thomson-concern over een nieuwe video-fabriek om 1800 ontslagen. De probleemstelling is me niet onbekend.”

U ligt niet te woelen, vannacht?

“Het laat me natuurlijk niet echt onverschillig, het is een heel moeilijke kant van mijn nieuwe baan hier. Maar men moet de kracht daarvoor halen uit de wetenschap dat nietsdoen de mensen helemaal niet zou helpen.”