Shoppy

In hun strijd wie het meest bijdraagt tot het Nederlandse taaleigen heeft de firma Blokker deze week een punt gescoord tegen de columnist Blokker.

In hun fascinerende weekadvertentie vol glazen, ijzeren en aardewerken voorwerpen voor het moderne huishouden adverteerde zij met: de shoppy. Op het tekeningetje lijkt dit een wastafel met een champagnefles en een waaier in de wasbak, maar dat moeten boodschappen zijn die in de shoppy zijn opgeborgen. Blokker: “De shoppy is opvouwbaar en neemt dus weinig ruimte in in de auto of openbaar vervoer.” Hoe spiegels, flessen en waaiers opgevouwen moeten worden is vooralsnog een raadsel.

Natuurlijk kenden we de shopper, de rijdende boodschappentas, die ook in Engeland zo heet. Is shoppy sloppy voor shopper? Neen. De laarzeknecht, pullman, aansteker, lucifer, mixer en serveerboy waren oorspronkelijk levende lui die voor je laarzen, vuurtjes en drankjes zorgden. Hun beroepsnaam is de naam van een voorwerp geworden.

Een shoppy is iemand die in ondergeschikte positie in een winkel werkt. Het is dus een goed idee om die boodschappenjongen of -meisje, nu hij of zij opvouwbaar is geworden, shoppy te noemen. De shopper sjouwt immers het geshopte in zijn eigen shopper, maar laat het vervoeren door de shoppy.

Misschien is die firma wel opgericht door een man die elke week zwaar blokte wat hij nu weer voor handig huishoudding moest verzinnen.