Roman over Auschwitz van Martin Amis; Het herscheppen van een volk

Martin Amis: Time's Arrow. Uitg. Jonathan Cape, 176 blz. Prijs ƒ 49,85. De Nederlandse vertaling verschijnt in oktober bij Contact.

Aanvankelijk lijkt het alleen een briljante stijloefening: in zijn nieuwe, voor de Booker Prize genomineerde roman Time's Arrow, zet Martin Amis de tijd in z'n achteruit en vertelt een leven in omgekeerde volgorde. Een naamloos verteller hecht zich op een raadselachtige manier aan het lichaam van Tod Friendly, een oude man in Amerika, die zojuist bezweken is (in Time's Arrow wil dat zeggen, zal bezwijken) aan een hartaanval. De verteller is getuige van wat Tod doet en voelt, van zijn dromen en angsten, maar wat hij precies denkt weet hij niet. Hij krijgt voortdurend aanwijzingen van een gruwelijk geheim dat in het verleden (zijn toekomst) besloten ligt, maar tast verder in het duister.

In zijn eerdere boeken verwierf Amis zich het patent op een groteske, half-cynische ironie en een nerveuze, hyperventilerende stijl, en het knap uitgewerkte gegeven van Time's Arrow lijkt daar volledig op toegesneden: “I expected to look like shit but this was ridiculous. Jesus. We really do look like shit. Like a cowpat, in fact. Wow. Is there anybody genuinely around in there?” Amis zou Amis niet zijn zonder de komische aspecten van een omgedraaide loop van de tijd volledig uit te buiten. Met merkbaar plezier schept hij een ironische afstand tussen de verhalende stem in het lichaam van Tod Friendly en de lezer: de verteller, die niet door heeft dat er iets vreemds aan de hand is met het tijdverloop in Tods leven, vermeldt keurig dat vuilnismannen 's ochtends het vuil komen brengen, dat je alvorens te eten eerst de schone borden in de vaatwasser moet zetten en dat je betaald krijgt wanneer je een restaurant binnenstapt. “The thing with servants is, you're always cleaning up after them, but not very intensely, it's true, and they're terribly polite.”

Het is het soort snelle humor dat al gauw doodloopt in meligheid van het ergste soort, maar gelukkig heeft Amis zich weten te bedwingen en doseert hij de meeste grappen zorgvuldig. Hij kan zich ook niet teveel hilariteiten veroorloven, want het omgekeerde leven van Tod, die als dokter in een Amerikaans ziekenhuis ontelbare gezonde patiënten opensnijdt en ziek naar huis stuurt, leidt in een aantal komische etappes naar een onbegrijpelijke gruwel: de massavernietiging van de joden in Auschwitz. Daar verandert Tod namelijk zijn naam in Odilo Unverdorben en begint zijn reusachtige taak: het herscheppen van een heel volk.

Losse ledematen

Het is in de hoofdstukken over Auschwitz dat Amis bedoelingen met zijn procédé aan het licht komen. Zoals de verteller opmerkt: “The world is going to start making sense...” Dokter Odilo die onder zijn verschillende namen duizenden patiënten halfdood heeft gemaakt, wekt in het concentratiekamp tienduizenden mensen tot leven. De medische experimenten die hij uitvoert op mannen, vrouwen, kinderen en baby's, bestaan eruit om hen leven in te blazen door middel van het bijeenbrengen van losse ledematen. De rook uit de schoorstenen ("The sweet smell') wordt naar binnen gezogen en in de verbrandingsoven komen honderdduizenden mensen tot leven. Het nieuwgeboren joodse volk wordt, nog altijd zwak en ziek, per trein vervoerd naar de plaats van herkomst: het getto.

Dit is ironie in zijn extreemste vorm. Door zijn procédé van inversie toe te passen op het gruwelijkste fenomeen van deze eeuw, de volledig georganiseerde uitroeiing van een volk, probeert Amis de omgekeerde en geperverteerde logica die eraan ten grondslag lag, zichtbaar te maken. Wanneer dokters in het algemeen ziek maken, helen Nazi-dokters. In zijn nawoord bij Time's Arrow (het boek heeft als ondertitel een frase van Primo Levi, The Nature of the Offence) stelt Amis dat de Holocaust wezenlijk verschilt van alle andere massamoorden: “The offence was unique, not in its cruelty, nor in its cowardice, but in its style - in its combination of the atavistic and the modern. It was, at once, reptilian and "logistical'.”

In Time's Arrow maakt Amis Auschwitz los van zijn historische context en geeft alleen gevolg, niet de oorzaak. In de roman (en het boek is geen geschiedschrijving, geen gedenkschrift, maar een roman) komt de individueel-psychologische ontwikkeling van Odilo nauwelijks aan bod. In zijn latere romans beschouwt Amis zijn personages altijd als prototypes in een massacultuur en zo is het eigenlijk ook met Odilo Unverdorben. Aan het einde van deze roman staat een korte passage, die niet zozeer afkomstig lijkt uit de mond van de verteller, maar uit die van de auteur zelf: “I've come to the conclusion that Odilo Unverdorben, as a moral being, is absolutely unexceptional, liable to do what everybody else does, good or bad, with no limit, once under the cover of numbers. He could never be an exception; he is dependent on the health of his society, needing the sandy smiles of Rolf and Rudolph, of Rudiger, of Reinhard.”

Lachspiegels

De vraag is natuurlijk of Amis' kunstgreep werkt. Door een morele waarde toe te kennen aan het besef van tijd (in zijn Auschwitz staat de tijd stil), probeert hij zijn inversie van een mensenleven tot meer dan een literaire vormvondst te maken. Als een schrijver van een generatie die Auschwitz niet heeft "meegemaakt', aan den lijve of op een afstand, is hij gedwongen (en mijns inziens, volledig gerechtvaardigd) andere manieren te vinden dan persoonlijke getuigenissen om het onbegrijpelijke begrijpelijk te maken. Daarom heeft hij niet gekozen voor een realistische imitiatie van het leed en de gruwelen, maar voor een radicaal ironische ommekeer. Het effect is dat van een lachspiegelpaleis; door een groot aantal groteske vertekeningen, worden we ons de werkelijkheid bewust.

In die opzet slaagt Amis. De lezer van Time's Arrow wordt gedwongen opnieuw na te denken over de Holocaust, zich opnieuw rekenschap te geven van wat er in Auschwitz is gebeurd; door het verleden als toekomst te zien. En toch, en toch. Misschien is het Amis' gebrek aan authentieke ervaringen met betrekking tot zijn onderwerp, misschien ook is het onmogelijk om Auschwitz en de Holocaust als geheel gestalte te geven. De kloof tussen lezer en verteller heeft Amis weliswaar opzettelijk zo groot mogelijk gemaakt om de veelbeschreven gruwelen via een proces van omkering "nieuw' te maken, maar uiteindelijk kan ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat het de auteur is die er uiteindelijk in valt.

De fantastische kunstgreep die Amis in Time's Arrow toepast, blijft het boek namelijk tot aan het, opnieuw ironische, einde overheersen, wat ten koste gaat van wat Amis nu eigenlijk wil zeggen. Amis lijkt in dit boek, net als Julian Barnes, gehinderd te worden door zijn eigen brille en ontzagwekkende vermogen tot formele hoogstandjes (hoewel Amis de betere schrijver is: Money is en blijft de beste Engelse roman van de afgelopen vijftien jaar). Uiteindelijk wordt in Time's Arrow niet zo heel veel begrijpelijk gemaakt, en maar weinig voelbaar. Het boek heeft teveel van een stijloefening om als roman te overtuigen.

Aan de andere kant is Amis een van de eerste schrijvers van de na-oorlogse generatie die het heeft aangedurfd Auschwitz als fenomeen los te maken uit de geschiedschrijving en persoonlijke getuigenissen en in een serieuze roman te verwerken; het is de kern van een verleden dat inderdaad onze toekomst in zich draagt. Bovendien is Time's Arrow een boek dat het waard is om over te twisten.