Nederland oogst storm met voorstel voor politieke unie

BRUSSEL, 26 SEPT. Het Nederlandse ontwerp voor een verdrag dat moet leiden tot Europese Politieke Unie heeft gisteren bij de eerste bespreking ervan door EG-diplomaten een storm van kritiek uitgelokt. Alleen de ambassadeurs van Duitsland, Spanje en België lieten op enigerlei wijze steun voor het Nederlandse ontwerp blijken.

De felste kritiek kwam van de Britse vertegenwoordiger, die meende dat dit ontwerp nooit zou leiden tot afronding van de onderhandelingen over de politieke unie in december op de Europese top in Maastricht, zoals de bedoeling is. Het Verenigd Koninkrijk is vooral sterk gekant tegen uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement.

Mede daarom suggereerden verscheidene lidstaten, zoals Frankrijk, Denemarken, Italië, Luxemburg, Griekenland en Ierland, om terug te gaan naar het Luxemburgse ontwerp voor een politieke unie, waarvan de Europese top in juni had verklaard dat het de basis voor onderhandelingen moest zijn. In het Nederlandse ontwerp, dat vooral het werk is van de Nederlandse staatssecretaris voor Europese zaken, Piet Dankert, is de "pijlerstructuur' van het Luxemburgse ontwerp verlaten en vervangen door een strikt unitaire structuur, waarbij het communautaire karakter van de EG wordt beklemtoond.

Op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag heeft daarover de afgelopen maanden een ware "richtingenstrijd' gewoed. Vorige week zei bijvoorbeeld een tegenstander van Dankert dat de staatssecretaris “volstrekt bizarre ideeën” koestert “over de haalbaarheid van het ontwerp bij de andere lidstaten”.

“De Nederlanders hebben drie maanden verloren met het zoeken naar een nieuwe basis voor onderhandelingen ondanks het feit dat de EG-top in Luxemburg was overeengekomen dat het document van het Luxemburgse voorzitterschap de basis zou zijn”, zo zei gisteren een Brusselse diplomaat. Is het dan wel verstandig, zo vraagt men zich nu af, om nu met een heel nieuw ontwerp te komen?

De vergadering van EG-vertegenwoordigers gisteren was bedoeld als voorbereiding op het beraad van ministers van buitenlandse zaken, dat aanstaande maandag in Brussel over de ontwerp-tekst wordt gehouden. “Ik heb nog nooit zo'n slachting meegemaakt”, zo zei een diplomaat die bij de vergadering aanwezig was na afloop. “Het was een slechte discussie”, vond een andere deelnemer, “en die van maandag zal even slecht zijn.”

Dat neemt niet weg dat het idee dat men in Maastricht niet tot overeenstemming kan komen over het EPU-project onaanvaardbaar wordt gevonden door een groot aantal lidstaten, waaronder Frankrijk, Duitsland en Spanje. Frankrijk wil dat de EG zover mogelijk gaat op de weg naar politieke unie, maar is het allerminst eens met de voorstellen van Nederland met betrekking tot de buitenlandse politiek en de veiligheidspolitiek. Vooral het feit dat, zoals in het Nederlandse ontwerp staat, de veiligheidspolitiek van de EG “een aanvulling” moet zijn op de politiek die in de WEU en de NAVO wordt gevoerd, acht Parijs “onvoldoende”.

De woordvoerder van de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel meende vanmorgen dat de opwinding over de vergadering van gisteren nogal overdreven is. “Het was een eerste tafelronde waarbij iedereen zijn bezwaren naar voren bracht. Maar dit zijn ambtenaren, weliswaar van het hoogste niveau, maar ze bewegen zich in een schemergebied dat door de ministers moet worden besproken.”

Het Nederlandse ontwerp is afgelopen woensdag, tijdens een oriëntatiedebat van de Europese Commissie, overigens zeer gunstig ontvangen. Volgens bronnen bij de Commissie is de “algemene benadering” van het ontwerp goedgekeurd.