Moskouse revolutie was elite-revolutie

De inscriptie boven de ingang is provisorisch weggekrabd. In het gebouw van het Centraal Comité van de CPSU zetelen nu het centrale interim-kabinet van premier Ivan Silajev en het Russische ministerie van buitenlandse zaken.

De torenflat van de Comecon-zaliger, het zenuwcentrum van het niet meer bestaande "socialistische wereldsysteem', is genaast door burgemeester Gavriil Popov van Moskou. Vanuit dat gebouw heeft de burgervader ook maar even het management-instituut van Gorbatsjovs economische adviseur Abel Aganbegjan gesloten, omdat er dezer dagen nu eenmaal heel veel van de oude communistische "kaste' gesloten dient te worden. Als de resterende Russische kameraden een persconferentie willen organiseren om de heroprichting van hun partij aan te kondigen, kunnen ze niet meer terecht in het bonzenhotel Oktjaberskaja maar moeten ze het Huis der Journalisten vriendelijk om een zaaltje vragen. Zelfs hoofdredacteur Fjodor Boerlatski van de Literatoernaja Gazeta, een Gorbatsjoviaan uit de Chroesjtsjov-generatie, wordt niet meer begrepen en moet derhalve verdrietige brieven per fax rondsturen over de "mini-putsch' waarmee zijn redactie hem na de putsch terzijde heeft geschoven.

Op het Vagankovski-kerkhof worden intussen de drie jeugdige "helden', die in die dinsdagnacht van 20 op 21 augustus onder de tanks sneuvelden, bij hun graven en metershoge portretten met honderden kransen en door huilend bezoek geëerd. De befaamde doelman Lev Jasjin van de KGB-club Dynamo Moskou, twee meter verder, moet het doen met drie anjers en twee rozen.

In één van de grootste hotels van de hoofdstad roept een hoer, door de democratie bevrijd, een mannelijke bezoeker die toevallig niet op haar valt in rond Russisch toe: “Nasjol na choej, pederast” of wel “fuck off, flikker”.

En voor wie het dan nog niet weet, biedt de centrale of Russische televisie elke avond een terugblik in "slow-motion' van ten minste een half uur op die "overwinningsdagen' na de augustus, veelal ondersteund door klassieke muziek die het gewicht van deze "feestdag der democratie' moet accentueren.

De iconografie van de helden en de beulen viert hoogtij. Geen zichzelf respecterende bruid die zich niet laat fotograferen bij de monumenten langs de Tuinring, waar in de tweede nacht van de staatsgreep de doden vielen, dan wel op de trappen van het "Witte Huis', het regeringscentrum van president Jeltsin. De Russische revolutie anno 1991 is voltooid.

Maar was het wel een revolutie? Is er eigenlijk wel iets wezenlijks veranderd of zijn al die geschiedenisboeken over revoluties in het verleden, waar menig "groots en meeslepend levende' jongeling bij wilde dromen, in feite romantische mystificaties?

Er wordt uiteraard heel wat afhervormd, bij voorkeur "diepgaand'. Bijna dagelijks ziet daarom een nieuw comité ter hervorming van dit of dat het levenslicht. Elke dag ontbrandt er in de boezem van een of andere oude instelling wel een machtsstrijd over de vraag wat de leiding op die 19de augustus deed en wie daarvoor gestraft moet worden. De gezichten van de leidende figuren aan het hoofd van de staat zijn, op dat van Gorbatsjov en enkele loyale getrouwen na, aldus allemaal veranderd.

Voor de buitenlandse entrepreneurs is de Sovjet-Unie hierdoor een paradijs geworden. Scharrelaars maken overuren en ook serieuze ondernemers kunnen eindelijk aan de "take off' beginnen.

Maar het tempo van de binnenlands-bestuurlijke omwenteling die hiervan het gevolg zou moeten zijn, is vijf weken na dato nog steeds zeer vertrouwd: laag dus.

De haast die Jeltsin, Popov en de andere democraten in augustus hadden toen de communistische partij moest worden ontbonden, is niet echt overgeslagen naar de andere sectoren in de samenleving. De "prefecten' die Jeltsin nu het land in wil sturen om de lokale Sovjets aan banden te leggen, stuiten daarom nog op een muur van weerbarstigheid. Iedereen die nog niet gesneuveld is bij de zuiveringen aan de top van het apparaat, wacht nu af wat komen gaat. Dat is raar, want de democraten suggereerden het afgelopen jaar dat ze weliswaar nog geen formele macht hadden maar intussen alles klaar hadden om uit de startblokken weg te spurten als het zover was.

Inertie is het gevolg geworden, of beter, is de levenshouding gebleven. Op straat en in de kamers waar het zou moeten gebeuren.

Moskou is het daar beste voorbeeld voor. Zonder nieuw bestuurlijk elan is deze stad ten dode opgeschreven. Moskou is een bestuurlijk waterhoofd dat tot nu toe weinig meer dan bureaucratische telegrammen produceerde. Maar ondertussen wonen er wel bijna tien miljoen mensen, legaal of illegaal, die de infrastructuur welhaast plunderen. Moskou is voor de voormalige Sovjet-burgers immers altijd het stralende middelpunt van het rijk geweest. Als de liberalisering van het openbare leven straks dank zij de democratie mag doorvreten, wordt deze nu nog rustige miljoenenstad met zijn talloze onverlichte flatwijken, donkere voetgangerstunneltjes en naar binnen gekeerde openbare leven, gebouwd door marxistisch-leninistische planologen die de mens aan de vooruitgang wilden aanpassen in plaats van omgekeerd, een moeras van kleine en middelgrote criminaliteit. Maar wat doet de gemeenteraad? Ruzie schoppen en hongerstaken uit onvrede over het autoritaire beleid van burgemeester Popov en zijn loco Joeri Loezjkov. Moskou schijnt als resultaat daarvan nu wel een nieuwe hoofdcommissaris van politie te hebben, maar in feite heeft ze er een die door Popov en Loezjkov niet wordt gepruimd: generaal Vjatseslav Kommissarov, de kandidaat van de gemeenteraad die door de burgemeesters terzijde was geschoven maar vervolgens weer werd benoemd door Jeltsin. Een leuk begin.

Een vriend van me ervoer dit gebrek aan daadkracht en compromisvorming op zijn terrein onlangs ook. Andrej werkt als econoom bij de projectontwikkelaar Beletski, de voormalige Sovjet-ambassadeur in Nederland. Beletski en de zijnen willen in het oude tsaristische buitenverblijf Kolominskojo nabij de voormalige bommenwerpers-basis Domodjedovo (thans burgerluchthaven) een zakencentrum realiseren. Voor de coup werden ze door de Russische en Moskouse autoriteiten aan het lijntje gehouden. Als de één "nee' zei, riep de ander "ja' en vice versa.

Na de staatsgreep is het er niet beter op geworden. De projectontwikkelaars van Beletski zijn nu terechtgekomen in het zompige conflict tussen Jeltsins executieve "Staatsraad' en het parlement. Een loopgravenoorlog waaruit minister-president Ivan Silajev zich tien dagen geleden ijlings uit te voeten heeft gemaakt door zijn Russische post er aan te geven en te kiezen voor het premierschap van het interim-kabinet van president Michail Gorbatsjov. De democratische overwinnaars zien de bui al hangen. Op de eerste partijconferentie van de "Beweging voor Democratische Hervorming' (nog steeds geen partij maar een coalitie, omdat de initiatiefnemers indachtig Daniel Bell en Hans van Mierlo denken dat ideeën in dit tijdperk minder belangrijk zijn dan politieke persoonlijkheden) zeiden ex-minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze en voormalig politburolid Aleksandr Jakovlev deze week precies datgene wat zij een jaar geleden Gorbatsjov verweten: het “uitvoerend gezag moet versterkt worden”.

Maar dat kan alleen met behulp van het middenkader. En dat zit onrustig te wachten op wat komen gaat. De "kolonels' uit het overheidsapparaat hebben bovendien nog even de tijd. Want de leiders van de democratie hebben het razend druk. Ze moeten alles tegelijk doen. Popov bijvoorbeeld is niet alleen burgemeester van een stad-in-crisis maar als ideoloog van de democraten tevens een nationale politicus. Of dat nog niet genoeg was, heeft hij er een paar weken geleden ook nog even de baan als "commentator' van de televisie bijgenomen. Hetzelfde zal burgemeester Anatoli Sobtsjak van Sint-Petersburg straks wellicht ook overkomen. Want Sobtsjak is een der weinigen met politieke én bestuurlijke allure, een combinatie van kwaliteiten die hem mogelijk naar Moskou dwingt.

Nee, de Russische revolutie is geen burgerlijke omwenteling geweest. Het is het werk gebleven van de azen en heren, niet van de lange kaart in het bridgespel. Het is tot nu toe een elite-revolutie geweest. Zoals de putschisten van vice-president Gennadi Janajev hun staatsgreep begonnen (als een poging om hun eigen clan te redden), zo is de coup ook geëindigd: als een omwenteling in de top van het politieke personeelsbestand. De Russische samenleving koestert nu de nieuwe iconen, maar laat zich er voor het overige bar weinig aan gelegen liggen.

Voor wie geïnteresseerd is in het resultaat wordt de winter van 1992 belangwekkender dan de zomer van 1991.

Foto: Burgemeester Gaviil Popov van Moskou (Foto Reuter)