Moeizame, gedanste reis door de ruimte

Voorstelling: Qatsi door Yoka van Brummelen & Companen. Idee, vormgeving, choreografie: Yoka van Brummelen; muziek: Morton Feldman, Joan Labarbara, Kaija Saariaho; lichtontwerp: Cees Pfaff. Gezien: 25-9, Theater Bellevue, Amsterdam. Aldaar: t-m 28-9.

Vijf jaar geleden was Yoka van Brummelen (1945) nog de voortvarende directeur van dansgezelschap Reflex. Bij haar vertrek uit Groningen in april 1990 liet zij een voortreffelijke moderne dansgroep achter. Als choreografe scoort zij echter minder hoog. In de ad-hoc produktie Qatsi, die uitsluitend in Amsterdam te zien is, werkt Van Brummelen met "terugkerende symbolen van 25 jaar moderne dans'. Daarom is deze dans-trilogie wellicht zo oudbakken.

In Qatsi, het woord voor bron bij de hopi-idianen, gaat het om de keuze tussen ideaal en compromis, tussen gevangenschap en vrijheid. Daarbij vormt de speelvloer van Theater Bellevue het uitgangspunt. Die plek is de bron waaruit de gedanste reis door de ruimte, tijd en licht ontspringt. De bewegingscompositie zoekt als een tastende blinde moeizaam een weg door licht en duister. Zij slingert van het achtertoneel naar voren de dansvloer op, dan via een paar treden naar een verhoging en een zijtoneel, om verder over gang en trap het begin weer te zoeken. De zes dansers en twaalf figuranten hebben het daar maar druk mee.

Three voices (1982), een compositie voor vrouwenstemmen van de Amerikaanse componist Morton Feldman - een adept van John Cage -, moet body geven aan een mechanische wandeling van het "koor' en klein gehouden bewegingsexplosies en vele poses van de dansers. In deel II wordt er met dodelijke ernst geëxerceerd op de humoristische hijg-, hoest- en ademhalingsoefeningen van Joan Labarbara (Time(d) trials and unscheduled events uit 1984). Hier suggereert de muziekkeuze dat er in de choreografie ook wordt geëxperimenteerd. Aan die verwachting wordt echter niet voldaan. De bewegingscompositie schuurt.

Het meest geslaagd in Qatsi zijn drie solo's, waarvan er één in het laatste deel met hakkende armbewegingen wordt gedanst door de pittige Pascale de la Fuente. Tevens valt Tamara Roso op - een ervaren danseres die ook choreografeert - door haar presentatie, stijl en persoonlijkheid. In haar eerste solo vertolkt zij een innerlijk verscheurde en verkrampte vrouw op zoek naar harmonie. Aan het einde van de voorstelling laat zij zien hoe opstandigheid wordt ingetoomd tot berusting. Welgeteld zijn dat nog geen vijftien minuten van de een uur durende voorstelling.