Misverstanden en vooroordelen

Op verzoek van het Cultureel Supplement schrijven regisseur Gerardjan Rijnders en theaterrecensent Kester Freriks elkaar in dit toneelseizoen elke maand een open brief. De ene keer begint Rijnders en reageert Freriks, de andere keer gaat het andersom. De brieven gaan over acteurs, het toneelspel, de kritiek en voorstellingen. Vandaag opent Gerardjan Rijnders de correspondentie: "Er zijn ongetwijfeld domme acteurs, zoals er ongetwijfeld domme ministers zijn en domme regisseurs.' Kester Freriks antwoordt: "Ontzenuw je nu vooroordelen of creëer je slechts nieuwe?"

Beste Kester Het is weer begonnen, het toneelseizoen, en ik houd het hart weer vast. Hoeveel lelijks wordt er weer gemaakt, hoe weinig moois? De foldertjes met al die gemotiveerde acteurssmoeltjes, de voorbeschouwingen, de nabeschouwingen, het doet weer veel ergs vrezen. Niet alleen op het podium, ook rond het podium. Niet alleen van de toneelmakers, ook van de critici. Ook van jou.

Hoeveel critici halen "een botsing tussen beeld en taal'- "vaardig ensemblespel' of "de doden leven uit volle borst' weer van stal bij gebrek aan moed om te schrijven "laat maar'? Hoevelen hullen zich weer in nevelen van gevoelige poëzietjes omdat ze niet willen schrijven dat het slecht was ondanks onmiskenbaar vrouwvriendelijke bedoelingen? En dan ook nog het gezeur van de beleidsmakers, de directeuren en de sponsordeskundigen. Maar je moet nooit cynisch zo'n seizoen ingaan. Dan kun je d'r maar beter niet aan beginnen. Vandaar deze poging, middels een aantal vaak gestelde vragen, om de hardnekkigste vooroordelen ten aanzien van het toneel te ontzenuwen.

Ik doe dat in de ongetwijfeld ijdele hoop . . .

Nee, geen cynisme: in de hoop dat ik ze het komende seizoen wat minder vaak tegenkom, de vooroordelen. Alles wat hier over de acteur gezegd wordt geldt uiteraard ook voor de actrice.

Bijna alles. Wat vind jij?

Zijn acteurs dom?

Ik vind:

Er zijn ongetwijfeld domme acteurs, zoals er ongetwijfeld domme ministers zijn en domme regisseurs. Een goede acteur mag niet dom zijn, dan doet hij te vaak verkeerde dingen op het toneel. Dat wil niet zeggen dat een goede acteur in staat is om een videorecorder feilloos te programmeren. Had Nils Bohr dat gekund?

Wat voelen acteurs op het toneel?

Het is te hopen dat een acteur voelt wat ieder mens voelt als hij op het toneel staat. Een batterij lampen op zijn gezicht, 100, 400, 800 mensen die hem aanstaren en iets van hem verwachten. Of zijn kleren kriebelen, zijn schmink doorloopt, misschien is hij zenuwachtig. Hij voelt zijn zenuwen niet, tenzij ze zijn ontstoken.

Maar voelt hij dan geen grote gevoelens of . . .?

Misschien. Als hij net ontzettende ruzie heeft gehad met zijn collega of zijn partner. Of iemand op de tweede rij ziet gapen of ongeïnteresseerd in het tekstboekje bladeren. En verder spelen er ongetwijfeld reeksen grotere en kleinere gevoelens door zijn brein, net als bij bijvoorbeeld een chirurg tijdens een operatie. Of een mondhygiënist die televisie kijkt.

Maar als hij moet spelen dat hij heel erg verliefd is of verschrikkelijk woedend of straks moet sterven?

Dan heeft hij al zijn concentratie nodig om het publiek te doen inzien, te laten voelen zo je wilt, dat hij heel erg verliefd of woedend of jaloers of bang of vertwijfeld is. Hoeveel grote gevoelens bestaan er eigenlijk? En wanneer is een gevoel groot genoeg? Is totale apathie ook niet een heel groot gevoel?

Maar hoe voelt de toeschouwer wat het personage dat de acteur speelt allemaal voelt?

Voor een deel blijkt dat uit de tekst, voor een deel blijkt dat uit wat de acteur wel-niet doet. Meestal is dat afgesproken en ingestudeerd. Een acteur beschikt over allerlei technieken om te manipuleren. Hij kan wel of geen pauzes nemen, hij kan harder of zachter praten, hij kan de hoogte van zijn stem veranderen. Die technieken leer je op school en-of in de praktijk. Acteren is een vak.

Maar sommige acteurs huilen toch echt op het toneel?

Wat is echt? Sommigen kunnen op bevel tranen produceren. Ik ken zelfs een actrice die je kunt vragen bij die en die komma te huilen. Maar hoe "echt' is dat "echt' huilen? Meteen na afloop van de scène heeft ze vaak dolle pret, gelukkig.

Hoe doen ze dat dan?

De een door aan iets vreselijks, bij voorkeur uit de jeugd, te denken, een ander doet iets vreemds met het middenrif of het neusbeentje en weer een ander smeert iets op zijn ogen.

Zijn acteurs die niet "echt' kunnen huilen, slechter?

Dat hoeft niet. Ze kunnen misschien weer een ander kunstje.

Speelt een acteur altijd een rol?

Iedereen op een toneel, voor een zaal met mensen, speelt een rol, tenzij hij bewusteloos of dood is. Ook acteurs.

Je hoort wel eens dat een acteur zichzelf speelt?

Dan speelt hij een rol.

Als Ruud Lubbers op een podium of in de Tweede Kamer een toespraak houdt, is hij dan acteur?

Ja. Maar vooral minister-president. Daarom wordt er naar hem gekeken en geluisterd. Anders had hij wel een ander vak gekozen. Een acteur moet en mag liegen, een minister-president moet liegen maar hij mag het niet.

Wat is het verschil tussen acteurstoneel en regisseurstoneel?

Als het goed toneel is bestaat er geen verschil. Je ziet wel voorstellingen vol prachtige ideeën, interpretaties of inzichten, waarin erg slecht gespeeld wordt. Dat zou je regisseurstoneel kunnen noemen, ook al kwam er misschien geen regisseur aan te pas. Ook zie je soms voorstellingen waarin magistraal geacteerd wordt, maar het stuk is niets, de mise-en-scène een aanfluiting en ideeën nihil. Dat zou je acteurstoneel kunnen noemen, hoewel er misschien wel zo voortreffelijk gespeeld wordt dankzij een voortreffelijke regisseur die de acteurs heeft opgezweept. Trouwens: de helft van die zogenaamde "regievondsten' is in de praktijk afkomstig van acteurs, ontwerpers, technici of dramaturgen.

Dramaturgen?

Dramaturgen kunnen briljante inzichten geven in bepaalde teksten, en attenderen regisseurs, acteurs of ontwerpers op niet vermoede betekenissen.

Zijn dramaturgen altijd nodig bij een voorstelling?

Nee. Regisseurs ook niet, schrijvers ook niet, ontwerpers ook niet. Zelfs acteurs niet.

Toneel zonder acteurs, of zangers desnoods, of dansers?

Of honden. Dat kan, desnoods.

In die televisieserie Goede Tijden Slechte Tijden wordt toch erg slecht geacteerd?

Nee, de een is wat minder adequaat, de ander wat meer. Maar iedereen doet ongeveer wat hij moet doen. 't Is alleen een rampzalig soort drama: "Hallo dag koud hè kopje koffie nou heb je het gehoord o god nou ja inderdaad een knobbeltje spinazie . . .'

Maar het Engelse toneel is toch veel beter dan het Hollandse?

Nee. Het Engelse toneel heeft veel minder subsidie, dus is het veel braver, voorspelbaarder, kortom commerciëler. De terreur van kijkcijfers garandeert een ding: minder kwaliteit.

Engelse acteurs zijn toch beter dan Hollandse?

Nee. Er zijn wel twintig keer zoveel acteurs in Engeland. Dus heb je daar sneller vijf heel erg goede acteurs bijelkaar.

Maar ze spelen wel veel beter Shakespeare!

Ook zo blij dat die verrrschrrrikkelllijkkke Shakespeares van de BBC eindelijk achter de rug zijn?

We hebben ons allemaal verveeld, het misverstand blijft: Hollanders kunnen geen toneel maken, Calvijn en zo. Calvijn is toch theater? Of niet?

Prettig toneel

Er valt niets te verdedigen

Beste Gerardjan,

Dat "laat maar' dat de criticus in jouw ogen zou moeten schrijven in plaats van zich te verschuilen achter quasi-symboliek en nietszeggende poëzie, brengt me de recensent Barbarossa in herinnering. Gevreesd toneelcriticus voor De Telegraaf uit het begin van deze eeuw. Het was zijn rebelse hartstocht "ongewenschte toneeltoestanden' te bestrijden door het zingen van "wildste krijgszangen'. Hij noemde zijn werkzaamheden Pro Domo, een acrostichon van Prettig Recenseren Over Dergelijke Onmogelijke Malle Onzin. Dit naar aanleiding van een toneelstuk uit die tijd dat Pro Domo heette.

Intussen is Barbarossa vergeten. Zijn typeringen zijn onvergetelijk. Viel zijn oordeel juichend of juist vernietigend uit, het doet er niet toe. Lezend in zijn kritieken, gebundeld als Barbarosserie, komt het tijdperk van Eduard Verkade, Louis Bouwmeester ("Is-ie heesch?') en Else Mauhs tot leven. Grote tijden, het grote toneel.

Ik lees vaak na een voorstelling in Barbarossa. Hij montert me op. Door zijn genadeloze eerlijkheid en beeldende stijl. Door zijn inzicht in toneel, in het spel van acteurs.

Wat is er veranderd tussen toen en nu? In de jaren dat hij schreef was toneel een vanzelfsprekendheid. Een kunstvorm waarover veel en intelligent werd geschreven. Het was geen bedreigde vesting. Hekelde Barbarossa mijnheer de acteur of mevrouw de actrice, dan deed hij dat met open vizier, rechtstreeks, gaf mevrouw Zus-en-zo de raad aardappels te gaan schillen in plaats van hem, in eigen persoon, te beledigen met haar rammelende spel.

Er is in het toneel iets voorgoed veranderd. Alsof een schakel is verbroken. Wie nu schrijft over het toneel, schrijft a priori uit verdediging. Ik bespeur het bij anderen, ik bespeur het ook bij jou in je eerste brief en bij mezelf. Daarover wil ik het hebben. Nu we elkaar schrijven, dan op het scherp van de bajonet.

Waaruit komt die hang voort defensief te schrijven? Het heeft, denk ik, ermee van doen dat het bon ton is onder de mensen met een feestelijk gezicht te komen vertellen dat ze al in jaren geen toneel hebben gezien. Dan komen de moedeloos stemmende vooroordelen, waarvan jij er een stel noemt: de domheid der acteurs, dat het allemaal regisseurstoneel is, de Engelse acteurs die beter zijn. Toneel hier te lande zou een kwestie zijn van slechte smaak.

Het feit dat jij die argumenten noemt en zo'n prominente plaats geeft in je brief betekent dat ze kennelijk onuitwisbaar zijn.

Die bedreigde positie heeft met inbeelding en angst te maken. Angst dat de geldstroom van hogerhand wordt dichtgedraaid. Inbeelding, omdat elk fnuikend bericht over toneel een bevestiging is van toneel als kunstvorm die niet ernstig wordt genomen.

Barbarossa richtte zich tot het toneel in de taal van het toneel. Hij gaf zich gewonnen aan een voorstelling of hij hief zijn krijgslied aan in de stijl van het theater. Dat is nu bijna ondenkbaar. De taal van het toneel wordt steeds minder gebruikt en begrepen. Wie schrijft over hedendaags toneel zoekt zijn toevlucht in vergelijkingen met de film, de jazz of de literatuur. Om drie variaties te noemen.

Het woord toneelmatig heeft een negatieve betekenis. De woorden filmisch of literair hebben dat niet in het minst. Een oude kunstvorm als het theater beschikt kennelijk niet meer over een eigen vocabulaire. Ik kan het ook omdraaien, om de zaken in iets gunstiger perspectief te plaatsen: het raadsel van het toneel laat zich kennelijk niet anders dan in vergelijkingen uitdrukken. Maar het blijft onrechtvaardig.

Ik kom terug op een uitspraak die jij eens deed over de regie van het stuk De Hoeksteen. Een uitspraak die me sindsdien is blijven verbazen.

Je zei toen: "Je kunt De Hoeksteen realistisch spelen. Of juist niet.' Daarna viel een diepe stilte.

In je brief tref ik dezelfde ontwijkende trant van schrijven aan. Wat betekent "realistisch' als het vervangen kan worden door willekeurig welk woord? Surrealistisch? Impressionistisch? Maar dan wordt het een heel andere voorstelling. Of hul je je gaarne in raadsels?

Ander voorbeeld uit je brief. Je stelt dat toneel het kan stellen zonder regisseurs, schrijvers, ontwerpers of desnoods acteurs. Is dit diepzinnig, uitdagend of nietszeggend?

Of: acteurs die niet echt kunnen huilen, kunnen mischien weer een ander "kunstje'.

Of: er spoelen dingen door het brein van een acteur zoals bij "een mondhygiënist die televisie kijkt'.

Ontzenuw je nu vooroordelen of creëer je slechts nieuwe? Verhelder je vragen of trek je een rookgordijn op, door in de antwoorden de vraag welbewust te bagatelliseren?

In elk geval schep je een vooroordeel dat aansluit bij de uitspraak: "Je kunt het realistisch spelen. Of juist niet.' Namelijk dat het er uiteindelijk niet toe doet welke beslissing de regisseur neemt. Er is altijd wel een resultaat. Ja. En de mensen in de zaal moeten het maar over zich heen laten gaan. Maar ik neem aan, en Andromache of Het Jachtgezelschap getuigen daarvan, dat je met een voorstelling een idee hebt, en dat tijdens de repetities de beslissingen die je neemt, intuïtief of weloverwogen, uiteindelijk met dat idee samenhangen.

Met die wildgroei van willekeur, die in mijn ogen een aantal van je uitspraken oproept, wakker je juist de grootste gemeenplaats aan die over toneel de ronde doet: "Ze laten Gods water over Gods akker lopen.'

Is het dan vreemd dat, als regisseurs al niet in de taal van het theater denken of spreken en honden en mondhygiënisten ter argumentatie van stal halen, degenen die het toneel bezoeken en daarover van gedachten willen wisselen hun toevlucht zoeken tot de taal van de film, de literatuur of de muziek?

Nu kun je van mening zijn dat ik mijn doel te scherp stel of te hooggestemde idealen nastreef. Ik zou niet weten hoe anders te schrijven. Of over toneel na te denken. Voor de door jouw terecht gesmaalde "poëzietjes' konden de theatermakers ook zelf weleens verantwoordelijk zijn.

Je wilde schoon schip maken aan het begin van het nieuwe seizoen. Dat schip kan veel schoner. Mits de taal van regisseurs en acteurs buiten het theater even helder is als bij voorbeeld de verzen van Racine of Kleist of die andere groten, die jullie spelen.

Het theater heeft geen enkele verdediging van buitenaf nodig. Dat betekent niet dat de toeschouwer de ogen moet sluiten voor een lelijke voorstelling en haar met de mantel der liefde bedekken. Theater is geen kasplantje of het lelijkste meisje van de klas. Het theater rooit het wel. Mits jij de mondhygiënist thuis achter de televisie laat. En "realistisch' regisseert als dat noodzakelijk is en "juist niet' realistisch als je anders de voorstelling om zeep brengt.

Al is acteren een vak, tegelijk brengt het bij mensen die in het duister van de zaal turen naar een wereld aan gene zijde van het voetlicht meer teweeg dan een hond of de minister-president. Daaraan kan een regisseur zich niet onttrekken. Badineren lokt badineren uit. Of nevelen van nietszeggendheid. Naar Goede Tijden Slechte Tijden heb ik nooit gekeken. Ik ga liever naar een Nederlandse Shakespeare. Of denk na een voorstelling aan Barbarossa die het toneel begreep als toneel, en als niets anders.