Linda Kelly over Juniper Hall in 1792; Een landhuis vol berooide Fransen

Linda Kelly: Juniper Hall. Uitg. Weidenfeld & Nicolson, 135 blz. Prijs ƒ 74,10.

Een bezwaar van veel biografieën is dat historische personen vaak verhuisd zijn en dat hun adreswijzigingen, die zelden tot de verbeelding spreken, eigenlijk niet genegeerd kunnen worden. Wanneer wij ons drie achtereenvolgende adressen in de herinnering moeten prenten waar een leven zich in een jaar heeft afgespeeld, verslapt al gauw de leeslust als er in het volgende jaar alweer een ander adres wordt vermeld dat kennelijk niet het laatste is.

Een roman heeft die nadelen niet. Daar kan zelfs een huis zelf als vast punt dienen. Juniper Hall, in een kom tussen de heuvels bij Dorking bezuiden Londen, is in 1792 en 1793 een jaar lang verhuurd geweest aan Franse emigranten, zoals zij werden genoemd, hoewel zij vluchtelingen waren voor de revolutie. Madame de Staël was de meest in het oog lopende figuur die er enkele maanden verbleef, met haar minnaar, de graaf van Narbonne, gewezen Minister van Oorlog. Maar ook Talleyrand bracht er een deel van zijn Engelse tijd door, Alexandre d' Arblay was een vaste bewoner totdat hij in 1793 trouwde met Fanny Burney, en er waren nog anderen die zich minder duidelijk aftekenen in de roman.

De voornaamste bronnen die Linda Kelly heeft gebruikt zijn de journalen en brieven van Fanny Burney en de brieven van Madame de Staël aan Narbonne, allebei pas in de laatste dertig jaar gepubliceerd. Haar beste verhalen zijn twee liefdesgeschiedenissen, een bittere en een zoete. Madame de Staël deed meer moeite voor Narbonne dan hij voor haar, en toen zij uit Juniper Hall naar Zwitserland vertrokken was, kreeg zij zelden antwoord op haar brieven. Al spoedig verwikkelde zij zich met de Zweedse graaf Ribbing in een nieuwe liefde, maar zij bleef onrustig over de vorige.

Hofdame

Fanny Burney, de voorgangster van Jane Austen in de geschiedenis van de Engelse roman, had het beter met de beminnelijke d'Arblay. Die wilde niet anders dan trouwen, hoewel het hem dwarszat dat hij als werkloze balling een slechte partij was. Hun enige vaste inkomen zou het pensioen van 100 pond zijn dat Fanny kreeg van de Koningin die zij vijf jaar als hofdame gediend had, maar daar konden zij niet op rekenen als het hof haar kwalijk zou nemen dat zij zich verslingerde aan een Fransman, ook al was hij geen revolutionair, alleen hervormingsgezind. Zij lieten zich niet ontmoedigen, en kregen het later ruimer toen d'Arblay naar Frankrijk terug kon.

Verder is het, meer dan Talleyrand en de andere Fransen, Fanny Burneys zuster Susanna Phillips die in het verhaal van Kelly gestalte krijgt. Zij woonde in de buurt van de Hall, sprak goed Frans en was vrij van de gallofobie waar de Engelse samenleving door bekneld raakte. Zij had als verbindingspersoon kunnen fungeren tussen de welbespraakte berooide Fransen en de ingetogen families van zuid-Engeland, maar de afstand bleef te groot. Fanny Burney had een paar geanimeerde gesprekken met Madame de Staël maar trok zich terug toen zij schandverhalen hoorde over de relatie met Narbonne en bovendien bedacht wat het hof voor politieke bezwaren kon inbrengen. Als zij niet oppaste zouden de meeste mensen in haar kringen haar "fout' vinden. Zo was de stemming.

Kort nadat Madame de Staël in het voorjaar van 1793 vertrokken was deelde de Engelse regering Talleyrand mee dat er geen prijs meer gesteld werd op zijn aanwezigheid, en hij ging naar Amerika. Ook Narbonne moest het land uit, nadat Willem Pitt tevergeefs geprobeerd had hem aan het vertellen te krijgen over Franse militaire geheimen. In september kwamen er nieuwe huurders in Juniper Hall.

Linda Kelly heeft geen ontdekkingen gedaan. Haar gegevens had een ervaren bibliotheekbezoeker in korte tijd zelf kunnen opsporen, maar zij heeft ze bijeengebracht in een afwisselend verhaal dat de lezers aan het peinzen brengt. Wat wij peinzen zou bij voorbeeld kunnen zijn hoe verhelderend het is om in de petite histoire bij onze voorouders naar binnen te kijken, en de achtergrond van onze verbeelding open te stellen voor wie er allemaal in de kamers van het verleden gezeten hebben zonder dat wij ooit hun namen zullen leren kennen.