"Ik hou van lopen over dennenaalden'

PARIJS, 27 SEPT. Had Zeeland hem ook kunnen bekoren? Jan Terlouw weet het niet. En Noord-Holland? “Nee, ook niet, dan toch liever Zeeland. Maar juist Gelderland trekt me bijzonder aan, omdat ik daar ben opgegroeid, in Garderen, Otterloo en Wezep, waar mijn vader dominee was, en omdat het een prachtige provincie is. Ik ben een man van de zandgronden. Daar voel ik me thuis en ik hou ervan om over dennenaalden te lopen.”

De voormalige D66-coryfee, ex-fractieleider en gewezen minister, die op 1 november aantreedt als commissaris der koningin in Gelderland, woont sinds 1983 met zijn vrouw in Parijs. Een fraai appartement in het tamelijk welgestelde 16de arrondissement, dicht bij Bois de Boulogne en Champs Elysées. Naast het pand een kapsalon, waar Parisiennes in slagorde onder de droogkap zitten. Een antiek liftje met veel traliewerk voert naar de derde verdieping, die uitzicht biedt op een paar onvolgroeide kastanjebomen.

Terlouw (59) woont op zeven minuten lopen van zijn werk: het kantoor van de Conférence Européenne des Ministres des Transports, kortweg CEMT, een gezelschap van inmiddels 22 Europese bewindslieden, die zich regelmatig overinternationale vervoersvraagstukken buigen. Met zijn staf van twintig man bereidt Terlouw als secretaris-generaal de besluitvorming voor.

“Een mooie baan met een riant salaris. Nee, wat dat betreft ga ik er niet op vooruit, dat kan ik u verzekeren. En ook nog belastingvrij, zoals bij alle internationale organisaties. Ja, oneerlijk is dat wel, maar 't is nu eenmaal een feit. Misschien ter compensatie van het wonen in den vreemde, al was dat voor mij bepaald geen straf. Een zware baan ook, maar ik heb nooit het gevoel gehad van tè zwaar. Veel reizen en trekken. Australië, Japan, Amerika en noem maar op. Zweden alleen al 23 keer.”

Wat dat betreft wordt het straks in Gelderland rustiger en Terlouw is er niet rouwig om. “Ik weet niet hoeveel werk de post van commissaris meebrengt, maar ik zal me zeker amuseren en daarmee bedoel ik: ik schep vreugde in de arbeid.”

Hij werd, zoals het heet, gepolst. Hoe ging dat?

“Toen de post in Gelderland vrij kwam, heeft Hans van Mierlo me gebeld met de vraag: "Voel jij daar misschien wat voor?' We hebben overlegd. Is het iets voor de partij, is het iets voor mij? Hans zei: "Als je er zin in hebt, zal ik je kandidatuur steunen'. Ik heb even moeten nadenken en nam toen het besluit te solliciteren. Het is een mooie baan, die past op de ervaring die ik hier in Parijs heb opgedaan. Te oud? Nee, ik vind van niet. Voor dit soort functies word je geacht een bemiddelende, vaak ook verzoenende rol te spelen. Zorgen dat de gedachtenvorming op goede, democratische gronden plaats vindt. Daarvoor is een hogere leeftijd, een wat bezadigd iemand, geen nadeel.”

Tot voor kort voelde Terlouw, ver weg in Parijs, zich door zijn partij miskend en verwaarloosd. Begin dit jaar luchtte hij zijn hart in een interview met weekblad HP-De Tijd: "Ik krijg de indruk dat ik niet meer besta voor D66. Er wordt zelden naar mij verwezen of een uitspraak van me aangehaald' en: "Het is toch raar dat de partij mij ondanks tien jaar leiderschap volstrekt negeert?' Ze zijn niet meer in Terlouw of in zijn bestuurlijke ervaring geïntereseerd.'

Dat alles is door de jongste ontwikkelingen gelogenstraft.

“Het zat me toen kennelijk dwars. Des te verheugender is het dat het nu anders blijkt te zijn. Ik heb de allerhartelijkste reacties ontvangen, zowel uit het hoofdbestuur als van de afdelingen, en dat doet me bijzonder deugd.”

En dat juist Van Mierlo hem polste... Ze zijn volgens waarnemers geen dikke vrienden.

“Politiek was onze ligging altijd wat anders. Hij dacht meer in de richting van een progressieve volkspartij, met de PvdA, en ik voelde daar weinig voor. We zijn verschillende mensen. Dat neemt niet weg dat ik grote waardering heb voor zijn persoon, zijn filosofische en literaire kwaliteiten. Het is altijd interessant naar hem te luisteren. Deze week hadden we nog een hartelijk gesprek.”

Hij is ook altijd lid van D66 gebleven?

“Nee zeg, ik verloochen mijn eigen ideeën niet. En ik meen ook in alle bescheidenheid te mogen zeggen dat ik iets heb bijgedragen aan het gedachtengoed van D66.”

Het zou niet de eerste keer zijn dat Terlouw naar de post van commissaris in Gelderland solliciteerde. In 1983, toen de VVD'er M. Geertsema met pensioen ging, zou het ook al gebeurd zijn.

“Dat stond woensdag in de Volkskrant en daar ben ik zeer verontwaardigd over, want het is absoluut niet waar. Sterker nog: ik heb destijds niet eens geweten dat die post vacant was. Ik heb de redactie verzocht het bericht te rectificeren, want zoiets gaat gauw een eigen leven leiden.”

Zijn benoeming heeft natuurlijk met het succes van D66 te maken.

“Ja, vanzelfsprekend, maar het werd wel tijd ook. Sinds D66 in de Kamer zit, sinds 24 jaar, heeft ze nooit minder dan zes zetels gehad, wel vaak veel meer: elf, dertien, zeventien. En nooit een D66-commissaris der koningin. Je kunt dus niet zeggen dat deze benoeming overijld is afgekomen.”

Als minister van economische zaken en vice-premier onder Van Agt (1981-'82) beleefde hij niet de briljantste periode uit zijn loopbaan. Als ijveraar voor een gezonder milieu wordt hij nog met ere genoemd. Gelderland is een provincie waar veel milieukwesties spelen: de Betuwelijn, de dijkverzwaring, mestoverschotten die het drinkwater bederven, de versnippering van de Veluwe.

“Het zijn stuk voor stuk problemen waarvan ik het bestaan ken. Je ziet in toenemende mate een geweldig dilemma tussen het bevorderen van een gezonde economie en milieubehoud en die strijdige belangen spelen ook in Gelderland een rol. Daar houden Provinciale Staten zich politiek mee bezig en het zou onverstandig van me zijn dwars door die discussie heen te fietsen door te zeggen hoe ik erover denk. Dat lijkt me een zeer slechte start en dat doe ik dus ook niet.”

Terlouw: de ex-politicus, de Europese topambtenaar, gewezen en toekomstig bestuurder, de natuurkundige ook, die promoveerde op een onderwerp uit de gasontladingsfysica en, vóór zijn Kamerlidmaatschap, jaren werkte aan kernfusie-onderzoek. Maar bovendien de gevierde schrijver van jeugdboeken, die enkele keren een gouden griffel verwierf.

Zit er nog iets nieuws in de pen?

“Voorlopig alleen een bundeling van eerder verschenen verhalen en enkele nieuwe erbij. Die zal verschijnen bij mijn vaste uitgever Lemniscaat met illustraties van mijn dochter Ashley.”

Hij schat dat het aantal verkochte boeken van zijn hand, inclusief buitenlandse vertalingen, tegen het miljoen loopt.

Mooi meegenomen, al die royalties.

Terlouw: “Ja, ik heb er door de jaren heen een leuke bijverdienste aan gehad.”