"Het zijn net mieren, ze nemen werkelijk alles mee'

BRAZZAVILLE-BRUSSEL-PARIJS, 27 SEPT. "Zaïre heet U welkom' staat er in grote gele letters op het gebouw van de Zaïrese douane in de haven van Kinshasa Beach. De honderden Westerlingen die zich gisteren tegen het hek van de douane drukten, voelden zich echter al dagen niet meer welkom. Ze wilden zo snel mogelijk het land uit, naar de overkant van de grensrivier, naar Brazzaville, en vandaar terug naar hun vaderland.

De rood-wit-blauwe boot maakte gisteren en eergisteren een aantal oversteken van Kinshasa naar Brazzaville, elke keer volgepakt met vluchtelingen. Kinderen, katten, honden, ja zelfs een gekooide bulldog werden haastig aan boord gebracht. Belgen, Fransen, Grieken, Portugezen, Amerikanen, Hollanders, Indiërs, Libanezen - iedereen was het er over eens dat Kinshasa door de opstand van deze week totaal was gehavend, dat er voorlopig nauwelijks meer valt te leven.

“Het geweld van maandag en dinsdag, begonnen door woedende soldaten uit onvrede over achterstallig soldij, heeft grote delen van de Zaïrese hoofdstad geruïneerd', aldus een vrouw die gisteren door Belgische en Franse militairen met de boot naar Brazzaville werd gebracht. “Winkels, huizen, opslagplaatsen, alles is leeggeplunderd. En wat niet werd meegenomen, werd vernietigd (...) Maandag waren het vooral de soldaten die plunderden. Maar dinsdag moedigden zeburgers aan mee te doen.”

Vanaf woensdag keerde de rust weer langzaam terug in Kinshasa, nadat enkele honderden Franse parachutisten en later ook Belgische militairen de Zaïrese hoofdstad waren binnengekomen om hun medeburgers te beschermen en waar nodig te evacueren. Onrustig bleef het wel in andere delen van het land, vooral in de zuidelijke provincie Shaba.

In Brussel kwamen gisteren de eerste Belgische vluchtelingen aan. De 600 passagiers die in drie vliegtuigen uit Brazzaville arriveerden, werden meteen overgebracht naar een militair ziekenhuis. De meesten waren opgelucht dat ze heelhuids Zaïre hebben kunnen verlaten. Ze hadden enkele bange dagen doorgemaakt maar de vrees dat de rellen gevolgd zouden worden door moordpartijen op Europeanen, werd niet bewaarheid.

“Een nachtmerrie”, vertelde de Belgische Rosalyn gisteren in Brussel aan verslaggevers van De Standaard. Vermoeid zat ze in een zaal van het militaire hospitaal, in haar armen sliep Sarah (acht maanden), in de kartonnen doos op tafel zat Melodie (twee jaar). “Dertig jaar woonde ik in Zaïre. De twee kinderen zijn alles wat ik kon meebrengen”, zo vatte ze haar ellende samen. Een koffer had ze niet bij zich, alleen een zakje met wat spullen van de kinderen.

“Bij ons kwamen ze dinsdag binnen. Vier militairen, die gewapend waren met machinegeweren, en een burger. Die scheen de leiding te hebben, hij gaf de bevelen. Ze stampten de deuren open, rukten mijn ketting van de hals en probeerden de armband van mijn man af te nemen. Toen het juweel niet los kwam, sloegen ze hem. Verder namen ze alles mee: tv, video, koelkast, kastjes, kledij, alles. Kijk wat er met je gebeurt als je aan de kant van Mobutu staat, schreeuwden ze ons nog toe. Ze laadden de spullen op een vrachtwagen en vertrokken.” De man van Roselyn bleef in Zaïre. “We hebben hier niets. Ons hele leven speelt zich in Zaïre af.”

Jozef Vermeersch, die voor het Belgische bedrijf Alcatel in Kinshasa werkte maar net buiten de hoofdstad woonde, had geluk. Toen de rellen uitbraken heeft de Zaïrese directie van zijn bedrijf ervoor gezorgd dat een para voor zijn huis postvatte zodat het niet werd geplunderd.

Een andere Belgische vrouw die haar man, met een eigen zaak in Kinshasa, in Zaïre had moeten achterlaten, vertelde in tranen hoe ze gezien had hoe verschillende mensen die zich wilden verdedigen, werden omgebracht. Ze beweerde dat de muitende soldaten zich aan jonge meisjes, zowel blank als zwart, vergrepen. Zelf bracht ze de nacht van dinsdag op woensdag door op de Franse ambassade. Uit schrik durfde ze niet meer naar huis. “Toen alle winkels waren leeggeplunderd, pakten ze de huizen van particulieren aan.”

Een industrieel uit Kinshasa, wiens firma gespaard bleef voor de plunderingen, vertelde dat soldaten en bevolking ware "raids' uitvoerden in sommige straten in de Zaïrese hoofdstad. “Soldaten schoten in de lucht als sein dat er op een bepaalde plek iets te halen viel. Daarop stormden groepen van soms 200 tot 300 man door de straten. Iedereen deed mee aan de plunderingen, ook vrouwen en kinderen. Her en der heb ik ook branden in de stad gezien.” Verschillende getuigen bevestigden ook dat de Zaïrese militairen alleen burgers tegen aanvallen wilden beschermen als ze daarvoor werden betaald.

Op de luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs arriveerde vanochtend een tweede lading Westerlingen die deze week hals over kop Zaïre was ontvlucht, voor het merendeel Fransen. “Het zijn net mieren, ze namen alles mee wat ze tegenkwamen, geld, de auto”, aldus een berooide passagier vanochtend. “Ze roofden alles, het interieur van de badkamer, de toiletten, de spoelbakken. Kijk, dit is alles wat ik heb”, de man liet een verfrommeld T-shirt zien dat hij bij zich droeg, “Dit is alles wat ik mee kon nemen.” (AFP, AP, Reuter)