Für Elise

Voor vader of moeder. Voor Thomas of voor Jacobijn. Vele bekende boeken, muziek- of balletstukken zijn opgedragen aan een geliefd persoon. Van de auteur weten we vaak veel af. Maar wie is degene voor de opdracht bestemd was? Vandaag als eerste: Elise.

Ludwig van Beethoven was een nukkig man, dus niet direct een ideale huwelijkspartner. De verwoede pogingen van de componist om de ware liefde te vinden, liepen steeds weer op niets uit, wat biografen later op de mooie gedachte bracht dat Beethoven de liefde heeft geofferd aan de muziek. De geschiedenis zit echter wel opgescheept met de namen van tientallen vrouwen die een rol hebben gespeeld in Beethovens leven.

Zelf leverde de componist een bijdrage aan de mystificatie van zijn relaties met vrouwen, door in 1806 een brief te schrijven aan een anonieme "ferne und unsterbliche Geliebte', waarvan een afschrift (of misschien slechts een kladversie van een nooit verstuurde brief) werd gevonden in een geheime la van zijn bureau.

Ene Siegmund Kaznelson publiceerde in 1954 een boek waarin hij in ruim 400 bladzijden zeker tweehonderd vrouwen uit Beethovens leven de revue laat passeren, om ten slotte te concluderen dat gravin Josephine Brunsvik de onsterfelijke geliefde moet zijn geweest.

Kaznelsons theorie wordt echter weersproken door de brieven van Beethoven aan Josephine, die inmiddels boven water zijn gekomen. Ook haar zus gravin Therese Brunsvik zou de geheimzinnige geliefde kunnen zijn. Werd niet in de bureaula naast de mysterieuze brief tevens een portret van haar gevonden? Bovendien droeg Beethoven in 1809 een pianosonate aan haar op, een doeltreffend middel voor een componist om het hart van een vrouw te stelen.

Composities die Beethoven aan vrouwen opdroeg zijn een goede bron voor onderzoek naar zijn liefdesperikelen. Wie was bij voorbeeld de Elise voor wie Beethoven het intieme, vlinderachtige pianostukje Für Elise componeerde, dat sindsdien uitgroeide tot een van zijn bekendste melodieën? Helaas, ook die vraag is niet met zekerheid te beantwoorden.

Het manuscript van Für Elise werd pas in 1867 ontdekt, veertig jaar na de dood van de componist, door Beethoven-biograaf Ludwig Nohl. Hij vond het in de nalatenschap van, in Nohls eigen woorden, "Frau Therese v. Drossdick geb. Malfatti, die es der Frl. Bredl in München geschenkt hat.' Volgens Nohl is het echter niet geschreven voor deze Therese, hoewel een goede bekende van Beethoven, want de componist noteerde erboven: Für Elise am 27. April zur Erinnerung von L. v. Bthvn. Nohl liet het manuscript in druk verschijnen en sindsdien is er nooit meer iets vernomen van het origineel.

Over de echtheid van het manuscript hoeft geen twijfel te bestaan, want er zijn schetsen van Beethoven waaruit blijkt dat hij de bedenker van de eenvoudige bagatelle is. Op die schetsen noteerde de componist natuurlijk niet voor wie hij de muziek bedacht, en Nohl heeft helaas niet kunnen achterhalen welke Elise Beethoven op het oog had. Ook latere onderzoekers hebben zich over het probleem gebogen, aanvankelijk echter zonder resultaat.

Veel Elises heeft Beethoven niet gekend. Er was de zangeres Elise Keyser, maar het is onwaarschijnlijk dat Beethoven voor een zangeres een pianocompositie schreef. Wat dat betreft komt Elise Müller eerder in aanmerking. Zij was een begaafd pianiste, die sinds 1807 geregeld pianowerken van Beethoven op haar programma's zette. Maar zou de componist voor haar niet eerder een ingewikkelde sonate hebben geschreven dan een lagere-schoolwerkje als Für Elise?

Bovendien leerde Beethoven Elise Müller pas lang na 1810 kennen, en uit de schetsen blijkt dat Für Elise in dat jaar moet zijn gecomponeerd. Om die reden valt ook Elise von der Recke af, de vriendin van de Duitse dichter Christoph Tiedge, die Beethoven in 1811 voor het eerst ontmoette. Verder zijn er in Beethovens leven geen Elises van enige betekenis geweest.

Er blijft maar één conclusie over: Ludwig Nohl heeft het woord "Elise' in Beethovens handschrift fout gelezen. Wie wel eens krabbels van Beethoven onder ogen heeft gehad, zal het de arme Nohl niet verwijten. Het handschrift van de componist heeft nog het meeste weg van een zelf ontworpen soort stenografie, dat zelfs voor de meest geoefende paleograaf nauwelijks te ontcijferen is.

Als Beethoven Für Elise niet voor een Elise schreef, voor wie dan wel?

Voor het antwoord op die vraag is het belangrijk te weten dat het voorjaar van 1810, toen de bagatelle ontstond, een hoogtepunt betekende in Beethovens queeste naar de ideale echtgenote. In brieven aan zijn goede vriend baron Ignaz von Gleichenstein zinspeelde Beethoven in die tijd regelmatig op geluk en ongeluk van de ware liefde. (“Grüsse nur Alles was Dir und mir lieb ist, wie gerne würde ich noch hinzusetzen und wem wir lieb sind????”) En op 2 mei vroeg hij een andere vriend, Franz Wegeler in Bonn, om hem een uittreksel uit het geboorteregister te bezorgen.

Beethovens huwelijksinspanningen golden vrijwel zeker de reeds genoemde Frau Therese v. Drossdick geb. Malfatti, die het manuscript van Für Elise bezat. Ze heette toen nog Therese Malfatti, het zeventienjarige nichtje van Beethovens huisarts Johann Malfatti. Daarmee wordt ook de toespeling in de brief aan Gleichenstein begrijpelijk ("wem wir lieb sind????'), want de baron had een oogje op Therese's zus Anna, met wie hij in 1811 daadwerkelijk trouwde.

Beethoven had minder geluk dan Gleichenstein, want Therese wees zijn huwelijksaanzoek af en verdween na 1810 voorgoed uit Beethovens leven.

Er is slechts één blijvende herinnering aan Beethovens relatie met Therese Malfatti. In de laatste dagen van april 1810 schreef hij haar een brief, waaruit blijkt dat hij ten minste één compositie voor haar maakte: “Hierbij stuur ik U, dierbare Therese, hetgeen we hebben afgesproken...” en even verderop schrijft Beethoven: “Binnenkort krijgt U enkele andere composities van mij, waarbij U niet te zeer over de moeilijkheid ervan mag klagen.”

Beethoven wist dat Therese geen groot pianiste was en zal haar dus niet meteen hebben opgescheept met een te lastige compositie. Gezien de datum (27 april) die volgens Nohl op het originele handschrift stond en aangezien de schetsen uitwijzen dat het werkje in 1810 moet zijn gecomponeerd, is er maar één conclusie mogelijk: Für Elise heet eigenlijk Für Therese.

Tekening: Fragment uit Beethovens brief aan de Onsterfelijke Geliefde