De storm

Ver weg, in een groot bos, woonde eens een piepklein muisje met zijn vader en moeder. Ze waren samen gelukkig en tevreden, totdat op zekere dag een storm opstak. Door een grote windvlaag werden vader en moeder meegenomen uit het veilige nest en het kleintje bleef alleen achter.

Toen de storm was gaan liggen trok de kleine muis er op uit om zijn ouders te gaan zoeken. Hij kwam een kat tegen, die zei: “Och lief klein muisje, kom maar mee naar mijn huisje.” Maar zo gek was onze muis niet hij rende weg zo hard hij kon. Naar een helicopter die klaar stond om te vertrekken. Tot zijn grote verbazing zat dezelfde kat achter het stuur. De deuren van het vliegtuig waren reeds gesloten en de muis besloot de poes maar te vertrouwen. Er zat toch niets anders op.

“Hoe gaat het met je?” miauwde de kat.

“Vreselijk”, piepte de muis, “Ik ben zo alleen, mijn ouders zijn weggewaaid met de storm. Zal ik ze wel ooit terugvinden?”

“We zullen een rondvlucht maken”, miauwde de kat, “Kijk jij goed uit het vliegtuigraampje. Misschien vinden we je ouders dan.”

En zo geschiedde het. Na een uurtje zagen ze twee zielige muizen naar een vluchtelingenkamp strompelen. Het kleine muisje maakte een sprong van geluk “Daar zijn ze”, piepte hij, “Hieperdepiephoera!”

De kat bracht allen weer veilig thuis met de helicopter. Ze gaven een groot feest en de kat was de eregast. Als grote vrienden leefden ze samen nog lang en gelukkig. En er kwam nooit meer storm.