De schaar

Nog niet zolang geleden werd er een tweeling geboren. Hun hoofden zaten als pannekoeken met duizenden strakgespannen draadjes aan elkaar. Het bleken twee meisjes te zijn die met hun haren aan elkaar waren gegroeid. Een Siamese tweeling.

Met het groeien van het haar konden de hoofdjes steeds vrijer bewegen en na lange tijd konden ze elkaar aankijken. Het bleken twee hele mooie meisjes te zijn en hun dikke roodbruine haar groeide voorspoedig.

Ze leerden lopen en moesten daarbij alleen maar opletten langs dezelfde kant van bomen en lantaarnpalen te lopen. Ze wenden er aan om altijd in elkaars gezelschap te zijn en mee te gaan als de ander iets ging doen.

Toen ze op hun mooist waren en hun haar in een kabeldikke vlecht vlochten door kwieke salto's te maken werd een jongeman verliefd op een van de meisjes. Als hij bij haar op de kamer was hing het haar in dikke golven in zilveren beugels over de gang naar de kamer van het andere meisje.

Op de verjaardag van de tweeling gaf de jongeman aan beide meisje een cadeau. Het was een prachtig verpakt langwerpig doosje waarin iets zwaars heen en weer schoof.