B. Aronson, onderminister van VS voor Latijns Amerika:; Instabiel Suriname gevaar in regio

NEW YORK, 27 SEPT. De Amerikaanse regering is er nog niet helemaal gerust op dat de Surinaamse militairen zich nu koest zullen houden. Bernard Aronson, onderminister voor inter-Amerikaanse zaken, zegt dat de dreiging van Bouterse nog niet is weggenomen. “Dat er democratisch gelegitimeerde verkiezingen hebben plaatsgevonden is belangrijk, maar het lost niet alle problemen op. Ze nemen de militaire dreiging niet weg, net zo min als ze de drugshandel via Suriname stilleggen.”

Aronson vindt dat Bouterse grote gelijkenis vertoont met de voormalige Panamese leider Noriega, die nu in de VS wordt berecht. “Bouterse en Noriega zijn beide van die sterke militaire mannen, een beetje macho, die een burger-façade gebruiken waarachter ze kunnen doen waar ze zin in hebben. Bouterse is wat kleiner, hij heeft ook niet zo'n groot land, maar het zijn beide gevaarlijke mannen. Je moet met ze afrekenen.”

Niettemin is de huidige situatie in Suriname, met een democratisch gekozen president en een legitieme regering, naar Aronsons opvatting verre te verkiezen boven de situatie van voorheen. In de oude toestand was de regering slechts een instrument van de militairen. Dat is naar zijn mening nu zeker niet het geval. “Ik heb gisteren gesproken met president Venetiaan. Ik heb de nieuwe regering alle steun toegezegd in de strijd voor democratie, voor economische ontwikkeling en tegen de drugshandel.”

De vraag of Bouterse de nieuwe situatie en ook grondwetswijzigingen zal accepteren die zijn positie aantasten, kan Aronson niet beantwoorden. “De geschiedenis van Suriname laat duidelijk zien dat de militairen bereid en in staat zijn om in te grijpen en de macht over te nemen. Van dat gevaar moeten we ons terdege bewust zijn. Anderzijds denk ik ook dat de militairen begrijpen dat de internationale gemeenschap Suriname nauwlettend in de gaten houdt en dat er een zware prijs betaald moet worden voor een bedreiging van de democratisch gekozen regering.”

De Amerikaanse onderminister, die de VS-contacten met Zuid-Amerika onderhoudt, wil niet speculeren over de gevolgen van een nieuwe ingreep van Bouterse en de militairen. In Amerikaanse kring is men ook niet zo zeer bang voor een nieuwe staatsgreep, als wel voor een geleidelijke herovering van de macht door Bouterse, zodanig dat de buitenwereld het lange tijd niet merkt. Begrippen als "ingrijpen van buiten' wil hij niet in z'n mond nemen. “Een nieuwe coup zal in elk geval een serieuze en sterke reactie tot gevolg hebben” is het enige wat hij kwijt wil.

Om een nieuwe coup of een geleidelijke machtsovername door de militairen te voorkomen, is het het beste, zegt Aronson, om de nieuwe burgerregering zo veel mogelijk te steunen en hulp te bieden waar dat nodig is. “In die zin ondersteunen wij als Verenigde Staten zeer sterk de voorstellen die de Nederlandse regering nu aan de nieuwe regering heeft gedaan.” Naar zijn mening moet die nieuwe verhouding tussen Den Haag en Paramaribo er niet een worden die vergelijkbaar is met de situatie van voor de onafhankelijkheid. “Maar voor zover ik de Nederlandse regering heb begrepen, is men dat ook niet van plan. Het gaat hier om een legitieme overeenkomst van steun, die veel regeringen in de wereld met elkaar hebben gesloten. In dit geval ligt het bovendien voor de hand, gezien de historische banden tussen de beide landen. Uiteindelijk zullen de beide regeringen soeverein beslissen over hun nieuwe relatie. Ik wil daar geen verder commentaar op geven, omdat wij in die overeenkomst geen partij zijn. Ik kan alleen herhalen dat we de pogingen van Nederlandse zijde om nieuwe, bredere betrekkingen aan te gaan zeer sterk ondersteunen.”

In Nederland bestaat de indruk dat Washington wel enige druk op Nederland heeft gezet om met dit aanbod te komen. Aronsons: “Dat is belachelijk. Wij hebben nooit druk uitgeoefend en ook nooit de bedoeling gehad om dat te doen, op geen van beide partijen. Eerder is het omgekeerde het geval. De Nederlandse èn de Amerikaanse regering zijn beide zeer bezorgd over de situatie in Suriname en we zijn het van het begin af aan ook geheel eens geweest in onze analyse over de oorzaken van die problemen en over de doelstellingen die we hebben ten aanzien van de toekomstige situatie. We zijn heel tevreden over de samenwerking met Nederland op dit terrein tot nu toe en we willen Nederland in alles ondersteunen in haar voornemens.”

Washington heeft ook nooit gevonden dat Den Haag te laat en te voorzichtig reageerde op de ontwikkelingen in Suriname? Aronson: “Als die indruk in Nederland bestaat, is die onjuist. Bovendien is het veel te makkelijk om in zulke situaties even snel te oordelen. Wij weten hoe gecompliceerd die toestanden kunnen zijn en hoe moeilijk het is er een oplossing voor te bieden. Wij hebben nooit iets gezegd dat zou kunnen worden uitgelegd als kritiek op de Nederlandse regering.”

Volgens Aronson bestaan er “overduidelijke bewijzen” dat er grote hoeveelheden cocaïne door Suriname worden gesluisd en dat daar “elementen van het militaire apparaat” bij zijn betrokken. “Ik hoef alleen maar te wijzen op de kwestie-Boereveen, de Surinaamse officier die wij hadden opgepakt voor handel in drugs. Nadat zijn vrijlating werd hij onmiddellijk door de militairen in Paramaribo opgenomen en kreeg hij weer een min of meer prominente positie.”

Volgens Aronson is het bewezen dat de cocaïne-connectie van Suriname begint in Colombia. “Er bestaan direct banden tussen Colombiaanse drugshandelaren en handelaren in Suriname.” Dat men die contacten met Suriname heeft gezocht, heeft naar zijn mening te maken met het succes dat de Colombiaanse regering met steun van de VS heeft gehad bij de bestrijding en ontmanteling van het Medellin-kartel. “Dat kartel is grotendeels ter ziele. Veel handelaren hebben hun heil toen elders gezocht en zijn naar nabijgelegen landen uitgeweken, zoals Brazilië, Venezuela en ook Suriname.”

Het aan banden leggen van de drugshandel is een zeer belangrijk aspect van het belang dat de Verenigde Staten in Suriname stellen, aldus Aronson. Maar niet het enige. “Wij hebben er groot belang bij dat in alle landen in dit deel van de wereld democratisch gekozen regeringen bestaan. Met Cuba was Suriname tot voor kort het het enige land waar dit niet het geval was. Nu is alleen Cuba nog over; in alle andere landen zijn òf regeringen democratisch gekozen òf het proces daartoe loopt. “Niet alleen vormt een bedreiging voor de democratie in het ene land tegelijkertijd een bedreiging van de democratie in omliggende landen. Een situatie waarin militairen vrij hun gang kunnen gaan bij het omverwerpen van democratisch gelegitimeerde regeringen vormt een gevaarlijk voorbeeld voor andere landen. Hetzelfde geldt voor de drugshandel. Als in het ene land vrij in drugs kan worden gehandeld zonder dat de regering kan ingrijpen, is dat een gevaarlijk voorbeeld voor elementen in andere landen die dat ook graag zouden willen. “Hoe klein Suriname dus qua inwoneraantal ook is, wij hebben er groot belang bij dat daar een stabiele situatie heerst, omdat van het omgekeerde een gevaarlijke invloed op de omgeving kan uitgaan.”

Bovendien is het niet alleen de Verenigde Staten dat groot belang hecht aan een stabiele en democratische situatie in Suriname, zegt Aronson. Hij wijst op een resolutie die de 34 staten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS)in juni in Santiago heeft aangenomen en waarin een bijzonder mechanisme werd gecreëerd voor behoud van de democratie in de regio. In het vervolg zullen alle 34 ministers van buitenlandse zaken op termijn van uiterlijk tien dagen bijeenkomen als ergens een regering is omvergeworpen of wordt bedreigd. “Die resolutie was sterk geïnspireerd en gemotiveerd door zorg over hetgeen in december in Suriname was gebeurd. Zo veel belang bestaat er dus bij dat ook een klein land als Suriname democratisch is”, aldus Aronson.