Aarts almanak.

Aarts almanak

Voor het eerst sinds jaren staat Aarts weer in het aanbiedingsnummer van Boekblad, met maar liefst twee titels: Aarts' letterkundige almanak voor het Betje Wolff-jaar 1988 en het Aagje Deken-jaar 1991 en Aarts' letterkundige almanak voor het Gerard Vanter-jaar 1992. De laatste almanak verscheen in 1987 en was gewijd aan Slauerhoff. Vaste medewerker Dick Welsink was destijds zo furieus op Kees Aarts wegens chronisch uitstel van de Almanak 1988, die eind 1987 had moeten uitkomen, dat hij ultimatum na ultimatum stelde. Vervolgens gaf hij lucht aan zijn woede in Studenten Weekblad Propria Cures van 27 mei 1989 in een hekeldicht, dat als volgt eindigt: “O Kees, je hebt me wel een fraaie kool gestoofd- er rest me niets meer dan je door te zagen: ZEG AARTS, WANNEER VERSCHIJNT DE ALMANAK VOOR '88?”

Hoe kijkt Welsink daar nu tegen aan? “Het zetsel van de almanak voor 1988 lag klaar maar is nooit verschenen. Ik was daar nogal boos over. Nu verschijnt het alsnog, compleet met de kalender voor dat jaar maar 1991 is er nu achteraan geplakt. Dit is dus eigenlijk de 9de annex 10de almanak. In het gedeelte 1988 staat bij de verjaardagen Hendrik de Vries nog gewoon vermeld, hoewel hij inmiddels is overleden.” De almanak, die voor september is aangekondigd, zal volgens Welsink in november uitkomen. Het is de laatste keer dat Welsink als redacteur is opgetreden. “Goddank”, verzucht hij. Toch zijn Aarts en Welsink “als goede vrienden” uit elkaar gegaan, Welsink blijft nog wel als medewerker aan toekomstige almanakken verbonden.

De Buthe

In het Multatuli-jaar 1987 kwam van Nelleke Noordervliet de roman Tine, of De dalen waar het leven woont over het leven van Eduard Douwes Dekkers echtgenote Everdine van Wijnbergen. In het najaar van 1859 verbleef zij op het Brummense landgoed "De Buthe', eigendom van haar zwager Jan Douwes Dekker. Zij was daar uit geldnood met hun twee kinderen heen gevlucht terwijl manlief in Brussel aan de Max Havelaar zat te schrijven. Toen dat werk volbracht was, stuurde Dekker het eerst naar Brummen voordat het in handen kwam van Jacob van Lennep en het tot een uitgave kwam.

De Buthe, dat enkele jaren geleden is afgebrand, lag op de weg van Brummen naar het naburige Zutphen. In het verhaal van Noordervliet verweeft zij heden - een bezoek aan de gemeentearchivaris anno nu - met verleden - ontmoetingen met Tine terwijl ze naar De Buthe loopt, en met haar zoontje als ze op de plek zelf is. Het verhaaltje ontleent zijn aardigheid maar voor een deel aan de historische achtergrond want het is ook mooi opgeschreven. Alleen het einde is wat gemakkelijk, Noordervliet weet immers hoe het verder zal gaan met Tine: “Maar het ergste moet nog komen. Ik weet het. Zij vermoedt het. Ik zie het in haar ogen (-)”.

Het boekje is verschenen bij De Geiten Pers in Brummen en is te bestellen door overmaking van ƒ 14,- op postbanknr. 2905376 tnv Leen van Weelden in Brummen, ovv van De Buthe.

Bucherij

In de nieuwe catalogus van Antiquariaat Willem Hujer (020-6997135) is een inlegvel gestoken waarin alle boeken van Boudewijn Buch worden aangeboden. De titels zijn afkomstig "uit de 'Bucherij' van Th. A. Sontrop". Sontrop directeur van de Arbeiderspers, is, zo meldt de catalogus, in de loop der jaren enige malen het slachtoffer geweest van inbraken' vandaar het besluit enkele "aardse bezittingen af te stoten".

De boeken waarvan vele een persoonlijke opdracht bevatten, vertegenwoordigen te zamen een waarde van 5000 gulden. Het verkopen van de titels heeft volgens Sontrop niets te maken met Buchs aankondiging bij de De Arbeiderspers te vertrekken. Hij houdt vol dat het wegens de inbraken is. Is het dan niet wonderbaarlijk dat deze titels nooit zijn gestolen?. Dat heeft mij ook altijd verbaasd., aldus Sontrop. Opvallend is dat Sontrop geen andere titels verkoopt. Hijzelf heeft daar wel een verklaring voor: We groeien allemaal, aldus de uitgver, en soms groei je uit een auteru.

Het schijnt Sontrop niet te deren dat hij boeken met opdrachten verkoopt: "Ik was indertijd erg verguld met de opdrachten, dat wel". In het laatst verschenen boek van Buch, Rock n' Roll staat voorin 'Niet gesigneerd door auteur' en daarop de handtekening van Sontrop

Modigliani

Een dag nadat de schilder en beeldhouwer Amedeo Modigliani was overleden, 25 januari 1920, sprong zijn geliefde, de 22-jarige Jeanne Hébuterne, uit een raam op de vijfde verdieping van haar ouderlijk huis in Parijs. Hébuterne, die acht maanden zwanger was, was op slag dood. De Engelse dichter John Wells liet zich inspireren door de laatste maanden van haar leven bij het schrijven van "Le Pavillon des Trois Soeurs'. Het gedicht, dat verschenen is in een afzonderlijke uitgave bij De Lange Afstand, noemt de dood van Modigliani overigens alleen indirect.

Wells schetst hoe Modigliani en Jeanne's moeder over haar ruziën en aan haar trekken. “(-) they will both fail”, schrijft de dichter, want ze sterft. Daar zit de suggestie in dat de moeder na de dood van Modigliani in haar eentje niet meer de kracht had om de dochter van zelfmoord af te houden. Maar misschien ging ze wel dood, omdat er van twee kanten aan haar werd getrokken. Na de dood van Modigliani was het toch al wankele evenwicht meteen verstoord en sprong ze. Tragisch detail aan deze schokkende gebeurtenis is dat het lijk van de jonge vrouw zowel aan het huis van de dode Modigliani als bij het ouderlijk huis werd geweigerd.

Le Pavillon des Trois Soeurs, with a Note by Anneke Brassinga & a Linocut by Peter Yvon de Vries, is gezet uit de Baskerville en gedrukt op Zerkall-Bütten. De oplage is vijftig en de prijs ƒ 50,-, over te maken op 2700728 van DLA, postbus 61108, 1005 HC Amsterdam, ovv de titel.

Afrika

Het spreekwoord boet in het westen aan belang in maar in Afrika is het nog springlevend. Dat is de strekking van de introductie van het boek Source of all evil. African proverbs and sayings on women (uitg. Allison & Busby, prijs ƒ 54,45) van Mineke Schipper. Volgens Schippers is juist Afrika bekend is om zijn ontelbare spreekwoorden.

Schipper verzamelde een indrukwekkend aantal uitdrukkingen over vrouwen in vele Afrikaanse talen en classificeerde ze in twee delen van elk tien hoofdstukjes. Deel een heeft betrekking op de rol van de vrouw in de maatschappij, het tweede deel is ingedeeld naar eigenschappen en situaties. Veel van de uitdrukkingen zijn vrij negatief voor vrouwen, maar Schipper meldt dat niet alles nog de huidige realiteit weerspiegelt. Gelukkig maar!

1. Geen vrouw zo mooi als de onderdanige. (Roewanda) 2. Een vrouw is familie van niemand. (Zaïre) 3. Een vrouw is als een rat: zelfs als zij in je huis opgroeit, besteelt ze je. (Oeganda) 4. Een vrouw is alleen echtgenote door haar man. (Boeroendi)

De laatste uitdrukking is niet zo negatief als hij lijkt, aldus de toelichting. De betekenis is: Niets kan gedaan worden zonder hulp van anderen. Het spreekwoord schijnt solidariteit uit te drukken en bevestigt dat mensen elkaar nodig hebben.

Dickens' dood

Deze week verschijnt Claire Tomalins boek over Charles Dickens en de vriendin van zijn laatste jaren Ellen Ternan, The Invisible Woman, in een Penguin-uitgave vermeerderd met een postscript.

Waar het nawoord over gaat heeft de schrijfster ons op zaterdag toevertrouwd in de Independent. De aanvaarde versie van Dickens' dood - dat hij op 8 juni 1870 thuis ineenzakte en er de volgende dag stierf - is misschien, of waarschijnlijk, maar voor de helft juist. De koster van de kerk in het straatje in Peckham waar Ellen Ternan woonde heeft in de jaren 1870 aan een nieuwe dominee verteld dat hij de bewusteloze Dickens op de dag voor zijn dood in een rijtuigje had helpen dragen. Dat heeft de achterkleinzoon van de dominee na de verschijning van haar boek aan Claire Tomalin bericht, en zij moet toegeven dat het kon. Aan het eind van de middag zou Ellen dan bij Gad's Hill Place boven Rochester aangekomen zijn na een tocht van veertig kilometer met de stervende in het rijtuig. Toen moeten Dickens' schoonzuster Georgina en zij hem samen het huis ingesleept hebben en in de eetkamer op de vloer gelegd.

Zo zou voorkomen zijn dat de grote familieschrijver stierf bij zijn vriendin; en dat hij een vriendin had is pas openbaar bekend geworden na de dood van de laatste overlevende van zijn kinderen in 1933.