WATTMETER

"Er moet een Wattmeter komen', zegt directeur Rob de Lange van PT, R&S in Jakarta als ik hem vraag wat wij op het lab voor hem zouden kunnen meten. Eerst begrijp ik helemaal niet wat een wattmeter zou moeten meten, dan legt hij het uit.

PT, R&S is een dochter van Shell en Philips die in Indonesië zonnecellen verkoopt waarmee huizen in afgelegen dorpen van elektriciteit worden voorzien. Het bedrijf is gespecialiseerd in kleine systemen die een gezin net voldoende stroom geven voor een paar lampen, een radio en een televisie. Men verwacht dit jaar een omzet te halen van 5000 tot 7000 systemen en daarmee zal het bedrijf kostendekkend kunnen werken. In de toekomst wordt een geweldige groei voorzien want 125 miljoen Indonesiërs zijn nog steeds niet aangesloten op het lichtnet.

In een reclamefolder van PT, R&S wordt een vergelijking getrokken met de beginjaren van het moederbedrijf Shell: Men ziet een kopie van een advertentie uit het jaar 1890, waarin 1300 aandelen à ƒ 1000,-. worden uitgegeven door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië. Een van de grondleggers van Koninklijke Olie had een licentie gekregen om te mogen boren op Noord- Sumatra. Reeds bij de tweede boring, in het dorpje Telega Said, werd olie gevonden. Het ging om kerosine, lampolie, die over heel Zuid-Oost Azië werd verkocht. Terwijl de Koninklijke- Shell Groep groeide tot een der grootste ondernemingen ter wereld, droogde de oliebron in Telega Said op en ging daar het licht uit, want het dorp was nog steeds verstoken van elektriciteit en er is geen behoorlijke weg naar toe om olie aan te voeren.

Vorig jaar, ter gelegenheid van het eeuwfeest van Shell, werden op de daken van de huizen in Telega Said zonnecellen geplaatst en zo kregen de bewoners weer licht.

In 1988 zijn in Indonesië de eerste 100 zonnecelsystemen geïnstalleerd in het dorpje Sukatani, een klein paradijs op de hellingen van de Gunung Salak twee uur rijden van Jakarta (het eerste uur tot aan het eind van de autoweg, daarna nog een uur over de keien tot het dorp). Hier hebben de meeste gezinnen nu elektriciteit uit zonnecellen, langs de paden tussen de rijstvelden staan lantaarnpalen met een zonnepaneel erboven, de plaatselijke moskee heeft elektrische verlichting en een geluidsinstallatie werkend op zonnecellen, op school staat het centrale televisietoestel van het dorp en 40 gezinnen hebben tv thuis. De inwoners van Sukatani kijken trouwens niet alleen naar de tv, dankzij de zonnecellen kan er 's avonds ook gewerkt worden en zo gaan er meer hoogwaardige produkten naar de markt dan vroeger en is het aantal winkeltjes in het dorp aanzienlijk gegroeid. Omdat het er veel prettiger is dan in andere dorpen in de omgeving is het inwoner aantal gestegen.

Sukatani heeft zijn ontwikkeling te danken aan zonnecellen uit Eindhoven Holland, zoals men duidelijk kan lezen op de lantaarnpalen tussen de rijstvelden en op de houten banken in het schooltje, want de kisten waarin de zonnecellen aankwamen uit Eindhoven Holland zijn omgetoverd tot schoolbanken.

Op de hele Indonesische archipel zijn een paar honderdduizend dorpen zoals Sukatani voor 1988 was. 25 miljoen gezinnen zijn niet aangesloten op het lichtnet en zullen voorlopig ook niet aangesloten kunnen worden omdat zij in zulke afgelegen gebieden wonen. In principe is Indonesië dus een geweldige markt voor de zonnecellen van PT, R&S en samen met de BPPT, het TNO van Indonesië, is ook al een financiering bedacht. De gezinnen moeten zelf de zonnecellen kopen maar kunnen daarvoor geld lenen van de coöperaties, die in alle dorpen aanwezig zijn. Het is de bedoeling dat de rente betaald wordt door de overheid, die zal immers verlost zijn van de noodzaak om een lichtnet aan te leggen over alle 13.000 eilanden. De aflossing hoeft per gezin niet meer te zijn dan 10.000 roepia (ƒ 10,-) per maand en dan is men in tien jaar eigenaar van het systeem, terwijl het een levensduur heeft van 20 jaar. De meeste gezinnen kunnen dit betalen, want men geeft thans per gezin minstens 12.000 roepia per maand uit aan olie voor lampen en dieselaggregaten.

"Mensen die hun diesel generator weg doen en hun batterij opladen met zonnecellen, willen natuurlijk graag weten hoeveel stroom ze in voorraad hebben', zegt Rob de Lange, "daarom moet er een Wattmeter komen, waarop ze kunnen zien hoeveel uur de batterij nog stroom zal blijven leveren. Ik heb daar al een paar maal om gevraagd maar het schijnt te moeilijk te zijn voor de techneuten'.

En passant vertelt hij ook nog dat de geleerden hem altijd hebben voorgehouden dat zonnecellen naar de evenaar gericht moeten staan voor een optimaal rendement. Maar in Indonesië hebben zij uit ervaring geleerd dat de zonnecellen veel beter iets naar het oosten kunnen kijken.

Waarschijnlijk omdat de zon 's ochtends helderder is dan 's middags, vanwege al het water dat overdag door de hitte verdampt.

Er zijn trouwens wel meer voorbeelden van niet-klantgericht denken. In Indonesië zou men graag een TL-lampje hebben van 2 Watt, maar het kleinste lampje dat Philips maakt is 5 Watt.

Zo'n lampje geeft wel meer licht op tafel, maar daarmee raakt de batterij ook veel eerder leeg. Het verschil tussen licht en donker is oneindig veel groter dan het verschil tussen 2 en 5 Watt. Toch schijnt men daarvan bij Philips niet te willen horen. "In mijn organisatie', zegt Rob de Lange, "moet ik twee giganten omturnen, want in de ogen van Shell en Philips vraag ik ze om hun kernactiviteiten, olie en licht, om zeep te helpen voor een nieuw produkt'. Toch is dat geen onmogelijke opgave. Hoe 't moet dat heeft hij gedurende 10 jaar gedoceerd aan de faculteit economie van de Universiteit van Amsterdam. Nu kan hij deze kennis in praktijk brengen.

Nederlandse ontwikkelingshulp zou kunnen helpen een markt te creëren. Aan Indonesië geeft ons land jaarlijks 200 miljoen gulden ontwikkelingshulp. Men zou toch denken dat hierin een flink pakket Nederlandse zonnecellen zit. Dat is niet zo. In plaats daarvan doet onze minister, voor 25 miljoen gulden per jaar, dieselaggregaten cadeau aan Indonesië. Met dat bedrag zouden ieder jaar weer 25.000 gezinnen in Indonesië blijvend van elektriciteit kunnen worden voorzien uit zonnecellen, terwijl het veel werk zou verschaffen in Eindhoven Holland, maar daarvoor schijnt de ontwikkelingshulp niet bedoeld te zijn.

In Indonesië moet PT, R&S zijn eigen markt creëren en dat begint al aardig te lukken. Deze zomer heeft men (overigens in samenwerking met de PEN uit Noord-Holland) zonnecellen geplaatst in Lebak op West Java, de streek die bekend is dankzij Multatuli. Hier kregen 500 woningen een paneel zonnecellen op het dak. De panelen zijn half zo groot als die in Sukatani, omdat daar gebleken is dat in de dorpen in Indonesië het stroomverbruik 's avonds nog zo gering is dat de batterijen meestal om half elf 's morgens al weer opgeladen zijn. Wat een verschil in welvaart met ons, als men bedenkt dat de PEN in een proefproject in Heerhugowaard op de daken van tien eengezinswoningen zonnepanelen plaatst die zestigmaal zo groot zijn als in Lebak om in het stroomverbruik te kunnen voorzien. Voor een gedenkplaat bij de officiële opening van het zonnecelproject in de streek van Max Havelaar werd een citaat gehaald uit zijn toespraak tot de hoofden van Lebak: "Want niet in het snyden der padi is de vreugde: de vreugde is in het snyden der padi die men geplant heeft'.