Vonnissen over politieke staking netelige kwestie

AMSTERDAM, 26 SEPT. De landelijke estafette van werkonderbrekingen tegen de kabinetsplannen met de WAO en Ziektewet is in juridisch zwaar weer beland. Kort na elkaar hebben rechters acties verboden of althans drastisch beperkt. Opmerkelijk is wel dat zij langs verschillende juridische wegen dit resultaat bereikten. Dat hangt samen met de neteligheid van de kwestie die centraal staat in de rechtsstrijd: de politieke staking.

Nu leken de donkere wolken boven dit verschijnsel net een beetje opgeklaard nadat de Hoge Raad zich er in 1986 vrij uitvoering mee bezig had gehouden. Dat leverde binnen een jaar zelfs twee uitspraken op in zaken die de NS en de Hoogovens betroffen. In beide gevallen ging het om acties tegen overheidsbeleid. In beide gevallen werd het grondrecht van collectieve actie dat is neergelegd in het Europees Sociaal Handvest (ESH), overeind gehouden.

Dit is de sociale tegenhanger van het Europees verdrag voor de mensenrechten. Het erkent overigens méér dan alleen de reguliere werkstaking; ook stiptheidsacties en estafetteacties vallen er in beginsel onder.

Al lang voordat Nederland het ESH goedkeurde was reeds een opening voor “politieke” acties gemaakt door het internationale comité van deskundigen, dat de toepassing van het handvest in de lid-staten bekijkt. Het beeld van de politieke stakingsactie was in de loop der jaren ook veranderd, al was het alleen vanwege de geprofileerde rol van werkgevers- en werknemerorganisaties in de overlegeconomie van dit land. Dergelijke organisaties stellen regelmatig indringende eisen aan het totale regeringsbeleid. Daardoor zijn politieke doelen veel meer komen te liggen in de sfeer van de professionele belangenbehartiging - en dus actie.

Aan de hand van ESH-rapportage stelde onze hoogste rechter in 1986 vast dat collectieve acties die zich richten tegen overheidsbeleid onder dekking van het handvest vallen. Op zichzelf dient te worden aanvaard dat acties die zich richten tegen de overheid zich in feite keren tegen afzonderlijke werkgevers, ook al hebben deze laatsten het niet in hun macht de stakingseisen rechtstreeks in te willigen. Dat hoort bij het deelhebben aan de overlegeconomie. Dat bij dergelijke acties schade wordt toegebracht is onvermijdelijk, maar de Hoge Raad waarschuwde wel dat er dan extra zorgvuldig dient te worden omgesprongen met belangen van derden. En het dient te gaan om overheidsbeleid dat betrekking heeft op kwesties die het onderwerp zijn - of behoren te zijn - van collectieve onderhandelingen tussen werknemers en werkgevers. Het ESH zelf stelt immers het actierecht in het teken van een onbelemmerde uitoefening van het recht op collectieve onderhandelingen.

Deze laatste beperking is het die nu in het geval van de kabinetsvoornemens voor WAO en Ziektewet tot een opmerkelijke scheiding der geesten in de kortgedingsrechtspraak van de afgelopen paar dagen heeft geleid: In het geval van het isolatiebedrijf Rockwool Lapinus vond de president van de rechtbank Roermond dinsdag dat het hier een politiek onderwerp betreft dat buiten de dekking van het ESH valt. De kabinetsplannen maken collectieve onderhandelingen niet onmogelijk, integendeel: het kabinet wil juist bevorderen dat in nieuwe CAO's nieuwe afspraken worden gemnaakt over bovenwettelijke uitkeringen. Het FNV zegt dat de acties zijn gericht op het behoud van de huidige CAO's. “Het is niet gebleken dat de betrokken werkgever daar anders over denkt”, stelde de Roermondse rechtbankpresident vast, “en dit accentueert te meer het politieke karakter van de acties”. Een voorgenomen 24-uursstaking bij vrijwel het hele streekvervoer in het land werd volgens de president van de rechtbank Utrecht een dag later wel degelijk gedekt door het ESH. Onder het recht van collectieve onderhandelingen valt ook “het recht om in die onderhandelingen behaalde resultaten te behouden en om zelf te kunnen bepalen of die resultaten in nieuwe onderhandelingen ter discussie kunnen worden gesteld”. Beperking van de werkgevers-aanvulling op de Ziektewet en het inleveren van vakantie- of ATV-dagen bij ziekte liggen duidelijk in de sfeer van het ESH.

Dat rechtbankpresidenten verschillend denken over staking is al eens eerder voorgekomen. Tijdens de ambtenarenacties van november 1983 werd een staking van vuilnisophalers in Rotterdam verboden en in Amsterdam niet (direct). Maar dat viel voor een belangrijk deel toe te schrijven aan lokaal verschillende inschattingen van de overlast. Hier gaat het veel meer om een rechtskwestie en dat is ernstiger. Roermond gaat wel erg ver door het voor te stellen alsof collectieve onderhandelingen vrijwel onmogelijk dreigen te worden gemaakt door de overheid voordat de werknemers daartegen in actie kunnen komen. Het ESH spreekt echter over een “onbelemmerde” uitoefening van het recht op collectieve onderhandelingen. En een belemmering vormen de kabinetsplannen al gauw.

De Utrechtse uitleg van het handvest heeft de vakbeweging overigens maar beperkt soelaas gebracht. De rechter viel terug op de tweede restrictie die de Hoge Raad in 1986 aanbracht: de bescherming van rechten van derden - inclusief de betrokken werkgevers - kan een reden zijn acties tegen de overheid te beperken. Daartoe was volgens de rechter hier alle aanleiding. Het streekvervoer heeft per dag een miljoen passagiers: “Een aanmerkelijk deel van de samenleving dreigt de dupe te worden terwijl het geen invloed kan uitoefenen ten gunste van het actiedoel”.

Dat laatste is, zou men zeggen, nu net de crux van het verschil tussen “richten” en “keren” dat de Hoge Raad in 1986 centraal stelde. Dat de direct gedupeerden machteloos staan is integrerend onderdeel van collectieve acties tegen de overheid en kan moeilijk een reden zijn ze te verbieden. Een algeheel verbod ging de rechter in Utrecht dan ook te ver. Maar hij beperkte de actie wel vrij drastisch tot werkonderbrekingen buiten de spitsuren. De president van de rechtbank Amsterdam heeft zich gisteravond bij deze formule aangesloten. Het is niet vrij van ironie dat de Hoge Raad in 1986 nu net over stakingsvarianten als stiptheidsactie en tijdelijke werkonderbreking een speciale stormbal had gehesen. Dit soort moeilijk grijpbare actievormen leiden volgens de hoogste rechter al gauw tot een onwenselijke verstoring van het machtsevenwicht tussen werkgevers en werknemers en dat maakt ze eigenlijk al op voorhand verdacht. Maar als het om politieke actie gaat hebben ze - althans in het openbaar vervoer - kennelijk de voorkeur.