Tientallen telefoontjes van verontruste ouders bij politie; Nieuwe aanmeldingen bij ontucht-affaire in Enschede

ENSCHEDE, 26 SEPT. Gisteren zijn opnieuw tientallen telefoontjes bij de Enschedese politie binnengekomen van verontruste ouders die bang zijn dat ook hun kind slachtoffer is van het omvangrijke zedendelict dat sinds mei van dit jaar de gemoederen in de wijken Stadsveld en Twekkelerveld bezighoudt. Op 9 september werd door de kinderrechter in Almelo een 13-jarige jongen uit Enschede veroordeeld die heeft bekend tweehonderd zedenmisdrijven met jongere kinderen te hebben gepleegd.

Met vijftien van de nieuw aangemelde kinderen zal de dader, die momenteel in een therapeutisch centrum wordt behandeld, worden geconfronteerd. Dit doet de Enschedese politie door de jongen, die over "een fotografisch geheugen" zou beschikken, schoolfoto's te tonen. Alle 200 vorige bekentenissen zijn ook op deze manier tot stand gekomen.

Dertig van de tweehonderd slachtoffers, die alle tussen de vier en tien jaar waren, zijn deze zomer gehoord door de Enschedese recherche. “In een huiselijke, ontspannen sfeer, door goed geschoolde mensen”, aldus de politiewoordvoerder. “Er zijn geen suggestieve vragen gesteld, noch is van een speciale methode gebruik gemaakt. Het kind vertelde zijn verhaal, waarna het werd aangemoedigd het ook zelf aan zijn ouders te vertellen.”

Bij het verhoor van de jeugdige dader ging de politie ongeveer op dezelfde manier te werk: hem werden foto's getoond, waarop hij kinderen die hij had bedreigd en sexueel misbruikt kon aanwijzen. De jongen kon in vrijwel alle gevallen tot in details vertellen over het delict. Deze beschrijvingen klopten met de verhalen van de gehoorde slachtoffertjes.

Dr. R. Bullens, coördinator van de IBR (Incestdaderbehandeling Rotterdam), was, voorafgaande aan de strafzaak, met het onderzoek van de dader belast. Hoewel de daderbehandeling in Nederland (een zaak waar Bullens zich al jaren sterk voor maakt) nog in de kinderschoenen staat, verwacht hij toch dat er ook voor dit unieke geval een goede behandelingsmethode voorhanden is. In de Verenigde Staten worden al sinds een jaar of vijf programma's voor jeugdige daders ontwikkeld en in Nederland wordt al enige tijd gewerkt met enkele van deze, aan de Nederlandse situatie, aangepaste programma's.

Ze richten zich vooral op het aanleren bij de dader van controle over zichzelf. Zo'n behandeling duurt ongeveer twee jaar.

De jeugdige leeftijd van de de Enschedeër kan volgens Bullens van positieve invloed zijn: tijdens de puberteit heeft een tweede periode plaats waarin de persoonlijkheid wordt gevormd.

Ten aanzien van de slachtoffers vraagt Bullens zich af hoe het mogelijk is dat zo veel kinderen zo lang met zo'n gruwelijk geheim rondlopen. De delicten werden gepleegd gedurende twee jaar, de jongen was toen elf en twaalf jaar. In mei van dit jaar deden de eerste ouders aangifte.