SPAANSE FOTOGRAFIE VAN DE AFGELOPEN TWINTIG JAAR IN MADRID; Snoeischaar bedreigt hagedissenstaart

Cuatro direcciones - Fotografia Contemporanea Española, 1970-1990. T-m 19 dec te zien in Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia. C. Santa Isabel 52, Madrid. Wo-ma 10-21u, zo 10-14u30. Inl 09-341 4675062. Catalogus, uitgegeven door Lunwerg met tekstin Spaans en Engels, 4500 ptas.Een deel van de tentoonstelling is van 4 okt-14 november in Frankfurt te zien, ter gelegenheid van de Buchmesse.

Een vrouw met donkere kleren knielt in een weitje. Haar blik is op de grond gericht, haar arm geheven. Een kale knotwilg achter haar steekt zijn grillige takken de lucht in. De rest van het landschap is romantisch en bosrijk. De foto werd in 1975 in Galicië gemaakt en heet "Heks'. De maker, Fernando Herraez, is een van de Spaanse fotograaf-reizigers die sinds jaren met veel geduld verdwijnende gebruiken en rituelen van het Spanje buiten de grote steden vastgelegd hebben. Samen met werk van Cristina Garcia Rodero en 46 anderen hangen zijn foto's in het Madrileense museum voor moderne kunst Reina Sofia, waar een overzichtstentoonstelling van Spaanse fotografie van 1970-90 gepresenteerd wordt.

De tentoonstelling is verdeeld in vier stromingen, verspreid over evenveel zalen: Reflectie en Concept, Droom en Suggestie, De Documentaire Traditie - waar bovengenoemde fotografen bijhoren - en De Ontwikkeling van het Medium. In de eerste zaal beheerst het concept dat de fotograaf bedenkt de foto. Zo tekent een profiel zich af in de vloedlijn, suggereert een draadje het uit het omgevallen glas stromende water en bedreigt een snoeischaar de hagedissenstaart. Verrassing en grap, zonder gemanipuleer in de doka. Bij Droom en Suggestie is het ingrijpen in de werkelijkheid voor de meeste fotografen vanzelfsprekend. Ouka Lele, muze van La Movida Madrileña, de alternatieve kunstkring van de jaren tachtig, componeert bijvoorbeeld ogenschijnlijk gewone scènes, waarin bizarre elementen de werkelijkheid verstoren. Surrealisme, erotiek en narcisme beheersen een groot deel van deze foto's. De laatste zaal van de tentoonstelling laat de interactie tussen fotografie en de andere beeldende kunsten zien. Van de ingenieuze fotocollages van Antonio Galvez, via polaroid-composities, verlaten de kunstenaars het idee dat fotografie informatie op papier zou moeten overbrengen en zoeken hun toevlucht in manipulaties met ijzer, verf of licht.

Het werk van de documentalisten, die tradities en veranderingen in de Spaanse samenleving pogen vast te leggen, valt enigszins buiten de drie bovengenoemde stromingen waar bewust naar fotokunst gestreefd wordt. De foto's in zaal drie zijn - door hun inhoud, boodschap en compositie zo mooi dat ze al kunst zijn, zonder dat na te streven. Dat de organisatoren er toch voor gekozen hebben om deze - voor de buitenlandse bezoeker ongetwijfeld meest fascinerende - foto's in de tentoonstelling op te nemen, roept de vraag op waar het broertje van de documentaire foto, de persfoto op deze tentoonstelling eigenlijk gebleven is. Of de organisatoren het kunstzinnig gehalte van de Spaanse persfotografie niet hoog genoeg vinden, of er nog geen traditie in kunnen ontdekken is een vraag die in de mooie tentoonstellingscatalogus nergens beantwoord wordt. Vanzelfsprekend brengt het opzetten van een dergelijk overzicht beperkingen met zich mee. Zo verkoos men bewust meerdere werken van één fotograaf boven meer exposanten. Dit leidt tot verbazende omissies. Zo ontbreekt werk van Catala Roca, de enige fotograaf die ooit de Nationale prijs van Schone Kunsten kreeg, en Rafael Vargas, vorig jaar met de Europese prijs voor Jonge Fotografie bekroond.

"Voor een overzicht van de schilderkunst van de laatste twintig jaar zou het nog veel te vroeg zijn', stelt Maria Corral, directrice van het museum voor Moderne kunst desgevraagd. "De afstand ontbreekt nog om de contemporaine Spaanse schilderkunst te evalueren'. Bij foto's is dat blijkbaar makkelijker.