PvdA heeft veel meer systeemprobleem dan politiek geschil over wet van Kok; Het gaat niet alleen om de WAO

Het bijzondere congres van de Partij van de Arbeid staat zaterdag voor een moeilijke vraag: Gaat het over de instemming van de afgevaardigden met het regeringsbeleid over de WAO, gaat het over de positie van Kok en dus het voortbestaan van het kabinet of gaat het over de partij zelf? Wat ook het formele gespreksthema is, de andere vraagstukken zullen meeklinken: woorden zullen gewogen worden op hun betekenis in een andere context dan waarin ze worden uitgesproken. Wie zich in zo'n omgeving nog verstaanbaar kan maken, is de ideale voorzitter voor een politieke partij in de rui. Kennelijk is de partij-organisatie niet opgewassen tegen de noodzakelijke veranderingen welke het dragen van regeringsverantwoordelijkheid van haar vraagt. De toekomst zal duidelijk maken of het debat over de WAO een bijdrage was aan het achterstallig leerproces waar de partij doorheen moet gaan. De tekenen lijken mij niet ongunstig: alleen al wegens de onaanvaardbaarheid van alle andere opties, zou het congres voldoende steun willen geven aan de partijleider. De meerwaarde van de bijeenkomst zal dus gemeten moeten worden op een hoger plan, namelijk in haar betekenis voor de toekomst van de sociaal-democratie. Zal dit erfgoed aan waarde, inzichten en gedrag opnieuw verzilverd kunnen worden in blijvende electorale steun? In de afgelopen jaren heeft de partij verschillende pogingen gedaan inhoudelijk bij de tijd te komen; een noodzakelijke maar kennelijk niet voldoende voorwaarde voor vernieuwing. Er is meer nodig om een traditie waarin waarde als solidariteit, gelijkheid van kansen, emancipatie, eerlijk delen en het ontwerp van een rechtvaardiger samenleving een rol speelde, om te bouwen tot een eigentijdse rol voor de partij. Het is al vaak gezegd: christen-democratie, liberalisme en sociaal-democratie ontlenen in mindere of meerdere mate hun staatspolitieke opvattingen aan het ideeëngoed van de Verlichting.

In een artikel van de historicus Paul Vanderbroeck op de opiniepagina van 24 september over de rol van D66 kunnen we nog eens lezen hoe deze gedachtenstromingen door hem nog steeds als werkelijkheden worden "gezien'. In mijn ogen: tot werkelijkheden "gemaakt'. De denkbare keuzen in maatschappelijke vraagstukken worden tot simpele tweedelingen teruggebracht; bovendien hebben de opinies op bepaalde vraagstukken een hoge voorspellende waarde voor die op andere vraagstukken. De verbinding van dergelijke klusters van ideeën met maatschappelijke klassen geeft een grote overzichtelijkheid aan het politieke landschap. Helaas is er in het actuele politieke gedrag van kiezers weinig te traceren van een dergelijke consistentie.

Voor zover de kiezers de politiek al niet de rug hebben toegekeerd, vertoont een groot deel van hen een grilligheid die politieke meerderheden in de loop van slechts enkele jaren kan veranderen. Waarschijnlijk is het beter om te zeggen dat de meerderheden zich groeperen rondom tijdelijk aandachttrekkende politieke strijdvragen. De gevolgen voor de partijen zijn ingrijpend. Reeds jaren kan men van praktizerende politici vernemen, dat zij bij spreekbeurten en in forums veel meer aangesproken worden op de verdediging van het hele politieke systeem (zeg maar: Den Haag) dan op de al of niet duidelijke inhoudelijke verschillen die hen onderscheiden van vertegenwoordigers van andere politieke partijen. Blijkens de kranteverslagen over de WAO-gesprekken in de PvdA-afdelingen is dat ook daar een belangrijk onderwerp. Het instructieve van het komende PvdA-congres is dat het staatsrechtelijk monstrum dat vertegenwoordigers van leden van een partij in een congres de bestuurbaarheid van het land gaan bepalen, daarmee zonneklaar aantoont dat het momenteel veel meer een systeemprobleem betreft dan een verschil van inzicht over de WAO. De verhouding tussen de hoofdrolspelers in het politieke proces, de kiezers, de partijen, de volksvertegenwoordiging en de regering, is gaan schuiven. Door inspraakprocedures, door beroepsprocedures en vooral de tv zijn de extremen, de kiezers en de leden van de regering, te dicht op elkaar gekropen. Zo dicht dat de partij aan functies heeft verloren en de volksvertegenwoordiging - zeker qua taal - als deel van de overheidsmacht wordt ervaren.

De politieke besluitvorming, beheerst als deze wordt door de uiterst ingewikkelde vraagstukken waar overheden mee worstelen, is zelden echt invoelbaar voor de burgers. De telefoonsessies die politici tijdens verkiezingen met burgers houden, waarbij ze al of niet antwoorden geven op allerlei problemen, illustreert nog eens hoe nabijheid vervreemding kan geven. De kiezers voelen als het ware dat de politiek hen berooft van hun problemen. Wat verstaanbaar was in begrippen als armoede of “iets voor elkaar over hebben” wordt onbegrijpelijk als het gaat over meerjarige minima en “fiscale solidariteit”. Maar niet alleen de taal van de deskundige vervreemt, ook de politieke kwesties die veelal gedragingen en verhoudingen tussen politici betreffen, of managementvraagstukken bij het beheer van de openbare middelen, staan meestal ver af van wat mensen aanspreekt. Het belangrijkste politieke vraagstuk van de laatste jaren, de betaalbaarheidskwestie, klinkt voor ieder die via de tv getuige is hoe Nederland een rijke enclave is in een wereld van armoede, als een substituut voor een echte heroverweging van prioriteiten. Sterker nog, de milieuvraag, de schaalvergroting van economische- en grondstoffenvraagstukken en de schaalverkleining van vraagstukken van cultuur en samenleving, tonen aan dat veel wezenlijker zaken dan verdelingsvraagstukken aan de orde moeten komen.

Door de nood gedwongen, zijn PvdA-politici de laatste weken rondom het WAO-vraagstuk aan een educatieproces begonnen, waaraan alle politieke partijen al veel eerder hadden moeten beginnen. Een proces met als inzet de wederzijdse verstaanbaarheid van het bestuur en de burger. Waarin de laatste meer is dan de legitimering van de politieke meerderheid van het moment en de politiek voortdurend uitgedaagd wordt om te verantwoorden waarom de dingen gebeuren die gebeuren en waar we op weg naar toe zijn. Dan gaat het over de betekenis van al die onthutsende veranderingen van de laatste jaren voor het alledaagse bestaan en voor een herformulering van de geijkte bestuurlijke vraagstukken in hun betekenis voor de toekomst. Als het congres van de PvdA erin slaagt om een klein stapje te doen op die lange weg in de vertaling van individuele problemen van goed geïnformeerde burgers van een hoog-ontwikkelde samenleving, in eigentijdse politieke problemen, dan verricht het pionierswerk op het gebied van partijpolitieke vernieuwing.